Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium productimage picture in love 366

Meg Wolitzer, De interessanten. Vertaald door Robert Neugarten, Xander Uitgevers 2014

Joël Dicker, De waarheid over de zaak Harry Quebert. Vertaald door Manik Sarkar. De Bezige Bij 2014

Alfred Hayes, In Love. Introduction by Frederic Raphael. New York Review of Books 2007 (oorspr. 1953)

Ik ben op vakantie wat me qua boeken altijd voor een dilemma plaatst. Lees ik uit waaraan ik halfhartig was begonnen, of denk ik feestelijk ‘nieuw nieuw nieuw’? Ik kom uit op een halfhartig/feestelijk compromis. En dus neem ik allereerst het boek mee dat in mijn beleving nu al een half jaar doorbrengt op de vloer naast mijn bed. Het wordt iedere avond ter hand genomen, daar niet van, maar jezus, het schiet maar niet op, het is zo dik. Ja, inderdaad, De interessanten van Meg Wolitzer, ik vond het op eenderde zelfs zo goed dat ik de Engelse versie aan m’n dochter gaf. En nu, victory, ik heb het uit, en kan constateren dat dit zo’n boek is dat je met pijn in het hart dichtslaat. Moet ik ze nu echt voorgoed missen, deze jaloerse Jules, wondermooie Ash, verraderlijke Goodman, too good to be true-Dennis? Ik dacht halverwege te maken te hebben met een poorman’s version van Franzen of Egan, maar Wolitzer heeft toch wel echt haar eigen kwaliteiten. Ik check het even met m’n dochter, die altijd een puurdere blik blijkt te hebben, op alles en op literatuur in het bijzonder. Zij heeft het ‘bijna’ uit, dat kan alles betekenen, maar ik denk in haar geval wel de waarheid. Waar zij moeite mee heeft, en wat mij juist zo sympathiek voorkwam, is het centrale thema: jaloezie. En dan geen seksuele jaloezie, dat is altijd gelegitimeerd, maar pure mensenjaloezie, de ergste jaloezie die er bestaat: de jaloezie op je beste vriend(in). Afgunst heet dat officieel geloof ik. Lees De interessanten van Meg Wolitzer en je weet precies het verschil tussen jaloezie en afgunst, want het is het centrale thema van de roman.

Wat ik had meegenomen qua feestelijke factor: De waarheid over de zaak Harry Quebert, van Joël Dicker. Nog een keer jezus, maar nu als in: wat een dom boek. Op een gegeven moment heb ik tweehonderd bladzijden overgeslagen, en het bleek voor de beleving/het plezier/het kunnende volgen geen ene zak uit te maken. Wel een handige figuur, deze Dicker, hoe hij zo’n roman in elkaar zet, doorspekt met adviezen over hoe een boek te schrijven. Dit is typisch een geval van: hoe plezier ik de lezer door hem het gevoel te geven dat hij een puzzel aan het oplossen is. Totaal braakgeval.

En nu lees ik zeer sereen In love, van Alfred Hayes. Het is zo’n herontdekking in de New York Review of Books-reeks, zoals ook Stoner dat was. Ik kreeg het van iemand die me wist te vertellen dat het een favoriet is van Katie Roiphe. Ik heb de eerste pagina’s nu al een paar keer gelezen, moet er een beetje inkomen, maar ik ben op vakantie. Ik denk dat het mooi is. Het gaat over het zoeken naar geluk, en of je dat wel of niet bij iemand anders kunt vinden. Ik kom er op terug.