De dochter van de schrijfster

Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium altijd piano

Ellen van Lelyveld, Altijd piano. Muziek in het leven van Hella Haasse. Met 2 cd’s. Rubinstein 2014, 109 blz., € 19,95

Op de achterflap van het boek(je) dat Ellen van Lelyveld schreef over haar moeder, de schrijfster Hella Haasse, wordt een aanbeveling van Haasse-biografe Aleid Truijens geciteerd: ‘Een ongewoon mooi portret van een gewone vrouw en moeder.’ Nu snap ik wel hoe dit soort blurbs tot stand komt, maar toch bleef mijn oog aan deze haken, zeker nadat ik het boek had gelezen. Als Hella Haasse iets niét lijkt te zijn geweest, en dat komt juist uit dit persoonlijke document naar voren, is het een ‘gewone’ vrouw en moeder. Hella Haasse was een beroemd en populair schrijfster, iemand die tot op zekere hoogte publiek bezit was, en dit document getuigt van de grote moeite die in ieder geval een van haar dochters hiermee had. Ik heb eigenlijk niet eerder zulke buitenissige informatie over de schrijfster gelezen, vraag me nu ook af of opzettelijk in de ondertitel het tusseninitiaal ‘S.’ is weggelaten. Ik ben ermee opgevoed dat ik moest schrijven Hella S. Haasse, als die ‘S.’ er niet stond werd ik persoonlijk opgebeld door iemand van haar uitgeverij. Die S. stond kennelijk, behalve voor Serafia, voor haar schrijversidentiteit, zoals je ook nooit Annie Schmidt schrijft. ‘Annie M.G. Schmidt was een scheldwoord bij ons thuis,’ heeft Annie M.G. wel eens in een interview verteld. Haar man kon die schrijversnaam niet uitspreken zonder al zijn spot en dedain erin te leggen. Misschien dat Hella S. ook de betiteling voor de buitenwacht was. Maar misschien moet ik er niks achter zoeken. Dat laatste is wel een beetje lastig als Altijd piano leest. Het is een curieus boek, duidelijk geschreven door iemand die niet gewend is te schrijven, en dan ook nog eens vormgegeven in een kakafonisch geheel van lettertypes, paragraafjes en muzikale intermezzo’s. Iedere zin lijkt het topje van een vulkaan, of ijsberg, en met terugwerkende kracht lees ik zelfs de opdracht met argusogen. Verwijt, verdriet en veronachtzaamdheid, die drie gestaltes werpen hun slagschaduw over de pagina’s.

Verwijt, verdriet en veronachtzaamdheid, die drie gestaltes werpen hun slagschaduw over de pagina’s

Ik moest tijdens het lezen terugdenken aan de memoir die Sheila Munro een paar jaar geleden schreef over haar moeder, de schrijfster Alice Munro. Een boek geschreven vooral vanuit verwondering, bijvoorbeeld over het feit dat ze zichzelf terugvond in haar moeders verhalen zoals ze «echt» was. Hoe kon haar moeder haar in haar fictie herscheppen, zonder te weten hoe zij zich voelde? ‘Ze moet het geweten hebben’, concludeert ze, zonder enige bitterheid. Evenmin bitter constateert ze dat het gezinsleven dat ze met ‘ons’ leidde niet haar moeders ware leven was. Dat was het solitaire leven dat ze leidde achter haar schrijftafel, die overigens ingeklemd stond tussen de wasmachine en de strijkplank. Licht schrijnend is Munro junior’s boek alleen als ze schrijft over hoe ze uit alle macht probeert haar eigen schrijversaspiraties te ontplooien, en hoezeer ze eeuwig en altijd in de schaduw van haar briljante én beeldschone moeder staat. ‘There is something so out-of-proportion about having Alice Munro as my mother’, schrijft ze tegen het eind. Waarschijnlijk juist zo buiten proportie omdat Alice Munro altijd de beide levens naast elkaar heeft geleid, wél probeerde die naaiende, bakkende, lieve moeder te zijn - getuige ook alle vrolijke familiekiekjes het hele boek door, tot en met de kleinkinderen op schoot aan toe - en tegelijkertijd al haar energie wilde gebruiken om haar verhalen te schrijven. Het bewaren van de balans tussen die werelden was een delicate aangelegenheid, zo ervoer de dochter.

Zo’n bakmoeder was Hella Haasse denk ik niet. En Haasse zocht de onderwerpen voor haar romans en essays ver buiten de huiselijke kring. Wat niet wegneemt dat er ook iets buitenproportioneels was aan het hebben van een moeder als Hella Haasse, zo blijkt uit dit document. Dat school deels in het altijd in haar eigen wereld verkeren (‘Al vanaf mijn vroegste jeugd herinner ik me mijn moeder met een blocnote of schrijfmachine op schoot met muziek op de achtergrond.’), en deels in het verschil tussen hoe ze thuis was en hoe ze in de openbaarheid optrad. Telkens is er de suggestie van de dochter dat haar moeder zo buitensporig veel genoot van aandacht en bewondering, alsof dat wel wat minder had gekund. Als er een pianostemmer over de vloer is, hoort ze dat al aan haar moeders stem. Je wist nooit echt wat ze ergens van vond, want liet het vaak bij een mysterieuze glimlach. Haar vader was de link met de werkelijkheid, én met de dochters, zelf ging ze, ‘soms ongebreideld’ op in haar eigen interpretaties van de werkelijkheid. ‘De wereld was haar podium en daar regisseerde ze virtuoos de beeldvorming rond haar eigen persoon.’ Ze bediende zich vooral van een immer wisselende schare vrouwelijke bewonderaars. ‘In ruil voor het gevoel vertrouweling te zijn van een alom gelauwerde schrijfster, figureerden ze gretig in het door mijn moeders geregisseerde universum.’ Keer op keer hadden de dochters het hierbij voor het nakijken. Zij waren ‘gegeven’, de anderen waren ‘te beïnvloeden’. Hella Haasse had er in deze visie geen probleem mee zich alle aandacht en zorg aan te laten leunen, ondertussen aan haar dochters verklarend: ‘Ze stonden erop en dan kan ik dat natuurlijk niet weigeren. Ze doen bij Querido al zoveel voor me.’

Ellen van Lelyveld voelde zich allesbehalve ‘echt gekend’ door haar moeder, zo blijkt uit een laatste stukje uitgeschreven dialoog, even vaag als pijnlijk. In haar nawoord schrijft ze dat de meeste publicaties over haar moeder zo eendimensionaal bewonderend zijn, soms geëxalteerd en hoogdravend. Zij en haar zus zouden wel graag eens iets ‘gewoons’ over haar hebben willen lezen. En nu heeft ze dat dan naar eigen zeggen zelf maar geschreven, met een huis- tuin en keukenbelichting. ‘Voor mijn gevoel wordt mijn moeder daar meer mens door.’ Ik weet het niet zo net. Het zegt meer iets over de dochter dan over de schrijfster denk ik.