Marja Pruis leest

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Kristien Hemmerechts, De dood heeft mij een aanzoek gedaan. Over dood, leven en liefde. De Geus 2010, 318 blz.

Medium 9789044518313

Ik was hier ooit al eens in begonnen, en had het toen weer weggelegd. Teveel dood & verderf. Maar nu was het kennelijk een beter moment, en ik was ook op zoek naar wat Hemmerechts op te merken had over de ziekte en de dood van Patricia de Martelaere. Ik ben bezig met een boek over de laatste, en heb me deze weken teruggetrokken in een soort kloostercel op het Vlaamse platteland om eraan te kunnen werken. Kloostercel is natuurlijk schromelijk overdreven, mijn cel maakt deel uit van een enorme, prachtige, oude boerderij. Ik verblijf hier met nog twee schrijfsters, een Amerikaanse en een Canadese. ‘s Avonds eten we gezamenlijk buiten aan een houten tafel, en dan waan ik me een beetje, met de ondergaande zon, de drie grote honden die rondom ons lopen te darren, de konijnen die heen en weer schichten over de grote grasvlakte voor ons, omzoomd door eeuwenoude bossen, en vooral de lichtjes die een voor een achter de ramen van de boerderij worden ontstoken, dan waan ik me dus op de set van de film Carrington. Zo'n soort huis is het, waar Lytton Strachey en Dora Carrington het Engelse landleven hooghielden. Het kloosterlijke schuilt vooral in het eenpersoonsbed waar ik in slaap, en de witte sereniteit rondom. Zo lang geleden dat ik in een eenpersoonsbed lag!

Ik was even bang dat de niet bij naam genoemde kamergenote van Hemmerechts op de Leuvense universiteit, die er een gewoonte van had gemaakt haar ostentatief niét te groeten ('ik heb niets met jou’) Patricia de Martelaere was, maar per mail verzekerde Hemmerechts me dat dat niet het geval was. ‘Zo bot was Patricia niet.’ Dit boek bevat de dagboekaantekeningen van Hemmerechts in een jaar dat ze heel erg bezig was met de dood, mede naar aanleiding van het overlijden van haar vader, en er heftig naar verlangde om zelfmoord te plegen. Van alles en iedereen zuigt ze het overlijden op, of het nu gaat om mensen uit haar omgeving, of slachtoffers van de gekste misdrijven in de krant. De Martelaere noemt ze een paar keer, ik heb daar wel wat aan voor mijn boek. Wat ik verder aanstreepte was haar citaat van een weblog van een vriend van haar, Frank Albers. Het is een tekst die hij kennelijk schreef tgv de zestiende verjaardag van zijn dochter. Heel mooi hoe hij schrijft hoe kinderen door je leven razen - ‘Gisteren zag ik een meisje van anderhalf.’ - en je verwezen achterlaten, je leven een ‘ghost town’.

Stefan Hertmans, Het verborgen weefsel. De Bezige Bij 2008, 156 blz.

Medium 9789023427803

De schrijver vertelde me dat hij Patricia de Martelaere zo'n beetje voor ogen had toen hij deze roman schreef over de innerlijke strijd van een veertigjarige schrijfster. Het zijn allemaal kleine, fijnzinnige observaties, dicht op de huid, fragmentarisch gebracht, en tezamen vormen ze langzaam het portret van een madame Bovary-nieuwe-stijl. ‘Ze kan heel gauw boos worden, en even snel weer in zichzelf gekeerd zijn. Ze kan hard zijn, rationeler dan ze zelf wil, en dan weer een detail tot het centrum van de wereld maken, zodat ze aan alles twijfelt. Dat is het ogenblik waarop iets in haar aan het trillen gaat, onmerkbaar en licht, absurd en onverantwoordelijk.’

Al een paar mensen hebben me verteld hoe De Martelaere iemand was die constant onder stroom leek te staan. Een strak gespannen veer, daarmee werd ze ook wel vergeleken. En een vat vol ambivalenties.

Patricia de Martelaere, Een verlangen naar ontroostbaarheid. Over leven, kunst en dood. Meulenhoff 1993, 171 blz.

Medium 9789029079983

Wat is het toch dat al die vrouwen zo gefascineerd zijn door Andersen’s sprookje De kleine zeemeermin? Is het de masochistische bereidheid alles in te leveren voor een onmogelijke liefde? Ik herinner me dat ook Karin Spaink zich volkomen identificeerde met de zeemeermin die haar staart verruilt voor een menselijk paar benen en daarvoor bloedend en pijn lijdend door het leven moest gaan. Het liefst krulde Spaink zich een tijdlang als een zeemeermin, met staart, in haar rolstoel op. De Martelaere zou echter De Martelaere niet zijn als zij in deze beroemde essaybundel niet een dwarse interpretatie van het aloude sprookje geeft. Met opoffering en edelmoedigheid heeft de handelswijze van de kleine zeemeermin niet zoveel te maken volgens De Martelaere. Meer met het verlangen naar onsterfelijkheid en het verlies van zichzelf. Doordenkertje. Ik ga nog eens kijken hoe het ook weer met Ingeborg Bachmann en het zeemeerminnenmotief zit.