Marja Pruis leest

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Elsbeth Etty, ABC van de literaire kritiek. Balans, 94 blz., € 6,95

Medium etty abc 2011

Jammer genoeg meer een gelegenheidsboekje dan echt een uiteenzetting over de literaire kritiek. Desalniettemin staat er veel ‘food for thought’ in dit klassieke ABCdarium, dat loopt van Aasgieren tot Zelfreflectie. Ik heb het lachend gelezen, omdat Etty haar stokpaardjes met verve berijdt en zich nét niet helemaal kan inhouden als het haar aartsvijanden betreft. En dat siert haar, dat ze niet bang is bedoel ik. Sowieso is zij een van de meest duidelijke critici in Nederland, wat iets anders is dan dat ik het altijd met haar eens ben, sterker nog: ik ben het best vaak niét met haar eens. Etty is meer iemand van de uitgesproken do’s en don'ts dan ik, wat meteen de vraag oproept of zij zichzelf altijd aan die regels houdt of kan houden. Terugkerende kwestie bijvoorbeeld is de zo verlangde objectiviteit van de criticus: hij mag niet over zijn vrienden schrijven. Ja nogal wiedes zou je denken, maar in dit kleine letterenland ook een van de minst haalbare zaken. Je bewúst zijn van mogelijke vooringenomenheid, dat vind ik al heel wat. Er staat ook een handig personenregister achterin dit boekje, zodat iedereen zichzelf meteen kan terugvinden. Zelf word ik behandeld onder Zelfreflectie, zijnde de meest zelfrelativerende criticus van Nederland. ‘Dat is een compliment!’ verzekerde de schrijfster me toen ik van de week met haar in gesprek was over dit ABC in Met het oog op morgen. Zo klein is de wereld dus.

Hugo Brems, Een zangwedstrijd. Over literatuur en macht. Davidsfonds/Clauwaert, 1994, 83 blz.

Nog een klein meta-boekje over literatuur, van alweer 17 jaar geleden. Voor de broodnodige zelfrelativering, maar ook - wederom - voor mijn De Martelaere-onderzoek. Deze emeritus Vlaamse hoogleraar, eveneens de schrijver van een van onze meest recente literatuurgeschiedenissen, zet hierin uiteen dat een boek ‘t nooit zomaar op eigen kracht redt, maar zo gauw het op de markt verschijnt deel uitmaakt van allerlei instituties en belangen. Critici vormen daar nog maar één onderdeel van. Dit klinkt een beetje abstract, en dat is dit boekje ook. En vooral héél omfloerst geformuleerd. Wel even wat anders dan Etty. Maar er staan ook wat opmerkingen in over literaire machtsverhoudingen, die in het licht van Brems’ bemoeienissen met Patricia de Martelaere wel weer erg saillant zijn. Maar dat bewaar ik voor mijn boek.

Merijn de Boer, Nestvlieders. Verhalen. Meulenhoff, 191 blz.

Medium 9789029087896 fcovr

Doodzonde numero één volgens Etty: de achterflap van een boek citeren of anderszins gebruiken voor je recensie. Ben ik het helemaal mee eens, maar hij is meestal wel heel moeilijk te negeren. Net als de auteursfoto je soms op gedachten kan brengen. Van dit debuut, een verhalenbundel, is het uiterlijk zeer opvallend. Het boek ziet er gewoon heel mooi uit, klassiek, en ook de auteursfoto heeft iets heel tijdloos. Ik heb alleen nog maar het eerste verhaal gelezen, ‘Overal leegte’, en dat trof me wel. Een ongrijpbare spanning vanaf regel één, een realistische toonzetting met gaandeweg een groeiend absurdisme. Ik hou niet zo van absurdisme, maar hier dient het zich tamelijk ‘functioneel’ aan. ‘Nestvlieders’, ik vind het zo'n mooi woord. Ben benieuwd naar de rest. Recensie volgt, maar ik ga denk ik eerst de nieuwe roman van Anna Enquist lezen.