Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium dickens002

Charles Dickens, Grote verwachtingen. (Great Expectations) Vertaald door Eugène Dabekaussen en Tilly Mater. Athenaeum-Polak & Van Gennep 2010

Mijn kerstvakantie stond in het teken van Dickens, vanwege het eerste nummer van het nieuwe jaar dat we aan hem gingen wijden. Sinds mijn veertiende had ik hem niet meer gelezen. Ik herinner me dat het altijd een gedoe was om zijn boeken ook echt uit te lezen, omdat hij zo ontzettend de tijd nam om het drama zich te laten voltrekken. Maar in die tijd kwam het - braaf kind - eigenlijk niet in me op om een boek niét uit te lezen. Bovendien was ik qua leeshonger blij met ieder boek dat in de kast van mijn ouders stond. Ik koos Grote verwachtingen omdat er in 2010 nog een mooie uitgave van in de Perpetua-reeks was verschenen, met leeslint. Weer werd ik getroffen door de breedsprakigheid van Dickens, maar ook door zijn volstrekt fris aandoende vertelstijl, zijn krachtige beelden, zijn humor, zijn drama en zijn roerende plotwendingen. Zoals de ontsnapte crimineel Magwitch uiteindelijk aan Pip uitlegt waarom hij nu juist hem zijn fortuin gunde, is helemaal De aanslag van Mulisch. Bleek uiteindelijk bij Mulisch alles terug te voeren op een stelletje hagedissen dat kost wat kost gered moest worden, in deze Dickens blijkt de door Pip helemaal in het begin gepikte varkenspastei voorgoed zijn lot te hebben bezegeld. Voor Magwitch was dat het teken dat hij met een waarlijk goed mens van doen had, die het verdiende om hogerop te komen. Onverminderd indrukwekkende roman over loyaliteit en verraad.

Medium franzen

Jonathan Franzen, De kunst van het alleen zijn (How to be alone). Vertaald door Paul van den Hout. Prometheus 2002

In deze essaybundel staat ook Franzen’s zogenaamde Harpers’ essay opgenomen, over de staat van de roman en de weg die hij zelf moet gaan (‘Wat kan het schelen?’ is het in vertaling genoemd). Daar ging het me om, omdat Dickens zo'n beetje als leidsman fungeert, naast Tolstoj overigens. Het vorig jaar verschenen essay van Bas Heijne (Echt zien. Literatuur in het mediatijdperk) lijkt wel erg door Franzen’s boutade geïnspireerd overigens, zij het dat Heijne soulaas zoekt bij Couperus. Ik vond het een erg inspirerend verhaal, en lekker depressief. Cultuurpessimisme komt toch altijd een stuk intelligenter over dan cultuuroptimisme. Maar het gekke bij Franzen is dat je toch uiteindelijk denkt: en wat is nu de crux? In ieder geval is hij opgelucht er dankzij onderzoek van een sociale wetenschapper achter te zijn gekomen dat zijn eigenaardigheid zich terug te willen trekken met zijn eigen en andermans boeken, een ‘menstype’ is. Een type lezer, ‘sociaal geïsoleerd’. Hij behoort gewoon samen met andere lezers/schrijvers tot een merkwaardige gemeenschap. Uiteindelijk laat hij zich dan ook troosten door de woorden van DeLillo. Dat mocht er nu al minder gelezen worden, dat dat wel intenser zal gebeuren. En dat er altijd lezers zullen blijven bestaan. Troost, bevrijding, en zowaar: het pad kwam vrij om te schrijven wat hij wilde schrijven, zonder zich te laten verlammen door zucht naar erkenning en frustratie bij voorbaat. De rest is geschiedenis, wat de erkenning van Jonathan Franzen betreft.

Medium n220532

Philip Roth, Exit Geest. (Exit Ghost) Vertaald door Ko Kooman. De Bezige Bij 2007

Geen betere schrijver om te lezen als je zelf wil schrijven dan Roth. Hij maakt alles nabij en mogelijk, en tegelijkertijd word je door hem opgetild en aangespoord. Tot grootse ideeën, plannen en dromen, vooral het laatste. Mijn exemplaren van Roth’s boeken staan bol van de aantekeningen, meestal slaperig neergekrabbeld (in ligstand, in bed) en onleesbaar. De volgende ochtend tuur ik erop. Dit boek gaat over de onzin en het gevaar van biografieën, over een schrijver die zich wil afzonderen en afschermen, en toch verleid wordt zich weer in de wereld te begeven. Natuurlijk, door de aanblik van een jonge vrouw. De fantasie slaat op hol, Roth’s alter ego Zuckerman schrijft paginalange gedroomde dialogen met zijn droomvrouw. Ondertussen wordt hij belaagd door een voortvarende jonge schrijver die de biografie wil schrijven van een door hem bewonderde, en bij leven gekende, schrijver. Aanleiding voor paginalange woedende betogen van Zuckerman over dat verschrikkelijke luizige biografenwerk. De biografie, oftewel ‘de tweede dood’: ‘Het maakt opnieuw een eind aan een leven door dat eeuwig in beton te gieten.’ Ik ben bezig over Patricia de Martelaere te schrijven en denk masochistisch genoeg veel aan Exit Geest te hebben. Zelfs denk ik een motto voor mijn boek te hebben gevonden: ‘Toen ik binnenkwam had ik zoveel gezag. Nu ik wegga heb ik niets meer.’ Maar misschien was ik wel erg slaperig en metaforisch ontvankelijk toen ik juist deze regels uitverkoos.