Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium acardfromcarter

Susannah Clapp, A Card from Angela Carter. (Bloomsbury)

Ziet er zo mooi uit, dit boekje, alleen daarom al koop je het onmiddellijk. Maar natuurlijk ook omdat het belooft iets over Angela Carter te melden, die bizarre Freudiaanse verhalenvertelster en sprookjesverzamelaarster. Die net als Patricia de Martelaere op 51-jarige leeftijd overleed. Susannah Clapp was goeie vriendin, en tevens executeur testamentair. Aan de hand van de ansichtkaarten die Angela haar in twintig jaar stuurde, schrijft ze een portret van haar. Ik wil voor het boekenweeknummer nog iets schrijven over vriend(in)schap, en zal het dan nog nader over dit kleinood hebben. Juist omdat de biografische informatie over haar nogal schaars is, weegt ieder trivialiteitje zo zwaar, blijkt me als ik dit lees. Bijvoorbeeld dat ze nogal een kletser was, gek op telefoneren bijvoorbeeld. En dat ze toen ze op haar vijftiende een roman zat te lezen, door haar moeder werd gesommeerd onmiddellijk daarmee te stoppen. ‘Je weet hoe het met Madame Bovary is afgelopen.’ Jammer genoeg vertelt het verhaal niet welk boek ze dan zat te lezen.

Cécile Narinx, Geluk is een jurk. De modewereld van binnenuit (Bertram + De Leeuw Uitgevers)

Medium cecile geluk is als een jurk

Ik vind Cécile Narinx, de hoofdredacteur van Elle, heel leuk. Ik zie haar wel eens lopen op ‘t Singel, Elle is de buurvrouw van De Groene. Ze heeft altijd een wapperende rok of jurk aan, en loopt zeer gedecideerd op erg hoge hakken. Ze doet me - en nu heb ik het over haar gezicht en niet over die jurk en/of hakken - altijd denken aan CJ, uit West Wing. Ik onderschrijf haar missie: wereldwijd bekend maken dat belangstelling voor mode niet dom of oppervlakkig is. Kleren zijn daarvoor gewoon te belangrijk. Van alle gedenkwaardige momenten in mijn leven weet ik nog wat ik aanhad, tot en met de kleur van mijn sokken en het materiaal van mijn ondergoed aan toe. Mannen zijn geestelijke naaktlopers, schreef Ethel Portnoy ooit. Ze bedoelde dat mannen zich nooit herinneren wat ze aanhadden. Maar ik denk dat dat inmiddels wel veranderd is. Lang leve de emancipatie. Van de juiste kleren kan ik nog steeds als een kind zo blij worden. Jammer genoeg heb ik op het moment, of eigenlijk al een tijdje, absoluut geen geld om iets nieuws te kopen. Hoe moet dat straks op het boekenbal? Ik bied me bij deze aan als stijlicoon van een stijlvol modehuis. Mag ook 'high street’ zijn, om in Cécile’s termen te blijven.

The Paris Review 199 (winter 2011)

Medium the paris review issue 199

Een van de leukste onderdelen van The Paris Review, waarvan ik altijd denk dat het een soort Groene is tot ik het weer eens daadwerkelijk in m'n handen heb, vind ik de lange interviews. In deze aflevering zowel een interview met Alan Hollinghurst als met Jeffrey Eugenides. Van de eerste las ik deze zomer Kind van een vreemde, dat ik tot de helft weergaloos vond, en in Huwelijk van Eugenides ben ik net begonnen. Ik krijg eigenlijk een beetje de zenuwen als ik lees, in dat interview met hem, hoeveel hij zich heeft ontzegd om deze roman te kunnen schrijven. Kan allemaal persoonlijke mythologie zijn, maar toch. Tien jaar eenzame opsluiting, daar komt het zo'n beetje op neer. En ook: altijd in je eentje op dat strafkamertje gaan zitten, of je daar nu daadwerkelijk ook wat doet of niet. Help.