Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 9789025436148

Nora Ephron, Daar staat mij niets van bij, en andere herinneringen. Vertaald door Caecile de Hoog (Contact, 2011)

Ik had dit al eens gelezen en nu lees ik het opnieuw. Ik wil gerustgesteld worden, en vermaakt. Normaal grijp je dan naar een dvd, dit is de boekige variant daarop. Nora Ephron schreef de scripts van een aantal van de grappigste films die ik ken, When Harry met Sally, Sleepless in Seattle, You’ve got mail. Ook schreef ze een pijnlijke autobiografische roman, Heartburn, erg goed verfilmd met Jack Nicholson en Meryl Streep in de hoofdrollen (en een mooie titelsong van Carly Simon). Dit boekje is een verzameling cursiefjes zou je kunnen zeggen, er zitten ultrakorte stukjes in, maar ook wat langere oprispingen. Over vergeetachtigheid, journalistiek, familieleed, eeuwige raadsels waarover je je niet meer zou moeten verbazen. Extreem persoonlijk, maar toch op geen enkele manier babbelig. Ephron schrijft gewoon heel elegant, en met een grote bagage aan wereldse kennis. Ze roept bij mij heimwee op naar de tijd dat Mary McCarthy, Renate Rubinstein en Ethel Portnoy nog leefden. Allemaal schrijvers die hun hoofd niet lieten hangen naar de waan van de dag, maar zelf bleven nadenken en niet bang waren voor ‘licht’ te worden versleten. ‘De legende’ is een van de schokkendste stukken in dit boek. Op een indirecte manier gaat dit verhaal over een New Yorker-journaliste die vroeger in Ephron’s ouderlijke huis over de vloer kwam, maar eigenlijk gaat het over de moeder van Nora Ephron. Ze beschrijft haar moeder als een soort superwezen, die én werkte/schreef én heerlijk kookte, tot er iets definitief veranderde. Kenmerkend voor Ephron’s stijl is dat ze die verandering op geen enkele manier aankondigt, verklaart of verzacht. Er staat gewoon dit: ‘Mijn moeder had alles. En toen gooide ze roet in het eten door een geschifte dronkenlap te worden.’ Vervolgens laat ze dat weer even liggen, beschrijft een vrolijk huishouden, vol creativiteit en politieke betrokkenheid, om anderhalve pagina verder te noteren: ‘Mijn moeder raakte aan de drank toen ik vijftien was. Dat was raar. De ene dag was ze nog geen alcoholiste, de volgende dag was ze een zuiplap geworden.’ Het is een heel pijnlijk verhaal, juist omdat Ephron niet teveel woorden wil wijden aan dat alcoholisme.

Ander pijnlijk verhaal: ‘Pentimento’. Het gaat over haar acute crush voor (toneel)schrijfster Lillian Hellman. Dit klinkt ultiem suf, maar het is zo'n herkenbaar verhaal. Het heeft denk ik te maken met de behoefte aan helden/heldinnen. En wat er gebeurt als je zo'n held/heldin in het echt leert kennen, bijvoorbeeld omdat je diegene gaat interviewen. Ik wil hier niet alleen de vrouwelijke variant gebruiken, maar op een of andere manier denk ik dat het iets vrouwelijks is. Ephron formuleert haar conclusie in ieder geval ronduit feminien: ‘Het verhaal is altijd hetzelfde: de jongere vrouw vereert de oudere vrouw; ze achtervolgt haar; de oudere vrouw laat zich met de jongere in; de jongere ontdekt dat de oudere ook maar een mens is - einde verhaal.’ Om eraan toe te voegen, zo omineus en zo waar: ‘Als de jongere vrouw een schrijfster is, zal ze uiteindelijk iets schrijven over de oudere vrouw.’