Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium perquin wallen

Patricia Perquin, Achter het raam op de wallen. Prometheus, 2012

Ik ben een beetje in de ban van dit boek. Nog niet helemaal uit, wel bijna, terwijl ik er gisteren in begonnen ben. Het is niet echt goed geschreven of zo, soms ronduit knullig, maar op de een of andere manier verhoogt dat de authenticiteitswaarde. Het sluit ook mooi aan bij de driedelige documentaire van Frans Bromet over De wallen, die de afgelopen weken op tv te zien was. Want wat gebeurt er nu écht achter die ramen? Het is een wereld die helemaal los lijkt te staan van het gewone leven, maar er tegelijkertijd een soort verhevigde versie van lijkt. Alsof mensen hier hun masker laten vallen, uit durven te komen voor wat ze écht willen. Met alle uitwassen van dien. Was ik vóór ik naar Bromet keek er erg voor dat die hele prostitutie een keer werd opgedoekt, door zijn documentaire begon ik te twijfelen. En dit boek werpt weer een heel ander licht op de zaak. Dit is geschreven door een vrouw die uit financiële nood de prostitutie in ging. Ze is niet naïef, maar ook niet heel hard, wat haar een betrouwbare bron maakt om iets te weten te komen van hoe het eraan toegaat. En dat is bepaald schokkend. Niet alleen vanwege het gebruikelijke, de oostblok-verhalen, de pooiers, de gekken, maar vooral omdat zij erg indringend beschrijft hoe zwaar dit werk is, psychisch en fysiek. Zoals haar door de wolgeverfde vriendin Irene haar voorhoudt: je moet je lichaam leren zien als een instrument dat zoveel mogelijk geld voor je binnen moet halen. Als je dat niet helemaal lukt, blijf je overal pijn houden, een totaal murwgebeukte vagina om maar iets te noemen. Als je er even logisch over nadenkt, kun je je daar wat bij voorstellen, maar ik had het niet eerder zo prozaïsch opgeschreven gezien. Verder wordt er ook weer een ander beeld opgetrokken van de kamerverhuurders, die ik door Bromet bijna toch als eerlijke middenstanders was gaan zien. Het zijn toch gewoon uitbuiters en oplichters, en ze laten zich beschermen door Hell’s Angels gratis in hun panden te laten wonen. Nog iets saillants: als de Bijenkorf haar Drie Dwaze Dagen heeft, draaien de hoeren op de wallen overuren. Ik vond het zo'n treurig beeld: al die mannen met die gele tasjes, terwijl moederdevrouw nog even doorshopt, gaan zij hun nood ledigen iets verderop. Sowieso is het toch wel ellende troef, zowel aan de kant van de hoeren als aan de kant van de -lopers. Die gezellige gesprekjes van Bromet met die toffe klanten vind ik nu toch ook wel weer een lachertje. Dat is het goeie van dit boek: er is maar één perspectief en dat is dat van de prostituee. En die weet verdomd goed voor wie ze uit moet kijken. Juist die toffe klanten, dat zijn de ergste. En de gevaarlijkste.