Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 0206 margot livesey gemmahardy hc c2

Margot Livesey, The Flight of Gemma Hardy. HarperCollins, 2012

Iedere vrouwelijke schrijver moet af zien te rekenen met haar eerste stijl, oftewel de neiging een meisjesboek te schrijven in meisjesboekentaal. Het is (bijna) onvermijdelijk dat je als jeugdige lezeres bergen meisjesreeksen verslindt, zoals - in mijn tijd - Enid Blyton’s Pitty gaat naar kostschool-reeks (helemaal kapot gelezen, ik denk ieder deel, zes in totaal, toch zeker twintig keer tot me genomen), en alle Sanneke van Haveltes (Het begon in een stortbui) en Leni Saris-sen. Patricia de Martelaere had zo'n meisjesschrijfstersidool: Anneke Bloemen, met haar Polly-serie; Connie Palmen had Irmgard Smits (Blijven lachen Irmgard!), Heleen van Royen Leni Saris (Bloemen voor Bettina). Ik had dus Pitty, en Heidi. Zielige verhalen over meisjes ver van huis die slecht worden behandeld en heimwee hebben. En dat er dan altijd iemand is die je redt. De romans van schrijfsters als Daphne du Maurier, Jane Austen en Charlotte Brontë zijn in feite volwassen voortzettingen van het meisjesboek, met vergelijkbare ingrediënten, intrige en afloop. Du Maurier is de volbloed romantica in dit gezelschap, Charlotte Brontë heeft ook nog iets woedends en onaangepasts tussen de regels door en Jane Austen is scherp en ironisch. Ze hebben zich het meisjesboekenidioom toegeëigend, opgegeten, verwerkt, en er literatuur van gemaakt. Hoezeer zoiets ook mis kan gaan, bleek me toen ik het onlangs verschenen The Flight of Gemma Hardy las van Margot Livesey, een van oorsprong Schotse die in de VS woont en al een flink oeuvre bijeen heeft geschreven. Ik had me hier veel van voorgesteld, omdat het her en der in de Amerikaanse pers werd geprezen als een moderne hervertelling van Charlotte Brontë’s Jane Eyre, en ook een schrijfster als Jennifer Egan hoog van haar opgaf. En inderdaad, het gaat over een weesmeisje, jaren vijftig vorige eeuw, dat aanvankelijk bij haar familie wordt gestald (Heidi!), maar dan naar een vreselijke kostschool wordt gestuurd en gepest wordt door iedereen (Pitty!), als au-pair van een onmogelijk kind op een Schots eiland gaat werken (Jane!), verliefd wordt op de veel oudere eigenaar van het landgoed en na allerlei dwalingen, obscuriteiten en omzwervingen toch weer bij hem uitkomt. Het gekke is alleen: de verhaallijn vol wrede toestanden en groot onrecht is gebleven, maar daar is ook meteen alles mee gezegd. Er is alleen maar dat clichématige en voorspelbare verhaal, er is geen taal, geen dubbelzinnigheid, geen écht mysterie, geen écht conflict. Het is gewoon schrikbarend, zo tuttig en in feite saai dit boek is, waarmee de schrijfster alleen maar laat zien dat ze het meisjesboek nooit achter zich heeft gelaten. Al had Leni Saris dit echt nog wel even beter gedaan.