Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium hall

Sarah Hall, De prachtige onverschilligheid. Anthos, 2012. Vertaald door Wim Scherpenisse.

Gisteren las ik een interview met regisseur Wes Anderson in de krant, naar aanleiding van zijn nieuwe film Moonrise Kingdom. Hij zei hierin iets interessants over filmcritici, waardoor ik meteen dacht: zou hetzelfde gelden voor literatuurcritici? Dit is wat hij zei: ‘De kritiek heeft beperkingen. Recensenten zijn per definitie geen normale mensen, omdat ze zoveel films zien. Hun referentiekader verandert daardoor volledig. De gemiddelde filmkijker kijkt volgens mij veel meer met een open blik.’

Ik voel me ook vaak een abnormale lezer. Aan de andere kant: dat is ook wat je verwacht van een criticus, dat hij iets meer ziet dan ‘normaal’. Tegelijkertijd besef ik maar al te goed dat het zaak is een soort onbevangenheid te bewaren. Die onbevangenheid kon ik de afgelopen week maar moeilijk vinden. Ik had eigenlijk iets willen bespreken deze week in de papieren Groene, maar kon me aan geen enkel boek dat ik oppakte committeren. Ik word steeds meer allergisch voor kabbelend psychologisch-realisme, zoek een zelfverzekerde stijl maar toch ook een stevig verhaal, iets dat me voortjaagt, aan het denken zet. Allerlei (Nederlandse) schrijvers stierven onder mijn ongeduldige ogen een voortijdige dood. Aan vertalingen kom ik meestal niet toe, maar ik had een bundel apart gelegd die me op het eerste oog aantrekkelijk voorkwam. Sarah Hall, ze blijkt al wat romans te hebben geschreven, maar ik kende haar niet. Ik heb nu de eerste twee verhalen in deze bundel gelezen, en ik bleef bij de les. Dat is één. Maar ook heb ik zinnen aangestreept, altijd een goed teken. Het eerste verhaal, ‘Slagersgeur’, is een sterke suggestieve vertelling over een vriendschap tussen twee meisjes, de zachte Kathleen en de bikkelharde Manda. Op Kathleen oefenen Manda en haar ruige familie een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Erg mooi, zinnelijk verhaal, over onvermoede krachten die eenmaal ontketend niet zomaar meer te stoppen zijn. Iets dergelijks geldt ook voor het tweede verhaal, het titelverhaal. Over een vrouw die op haar jonge minnaar wacht, zich aan hem overlevert maar eigenlijk ook helemaal niet. Sterk verhaal, met een boekenhaatster als hoofdpersonage: ‘Boeken waren een soort kerkers. Haar voorkeur ging uit naar gezelschap, de tastbare wereld, atomen.’ Ik ga vandaag ook de wereld in.