Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 9789045019314

Julian Barnes. Uit het raam. Vertaald door Jan Braks, Ton Heuvelmans en Ronald Vlek. Atlas Contact, € 17,95 Verschijnt 31 augustus a.s.

De winnaar van de Europese Literatuurprijs (met Alsof het voorbij is) is volgende week ter gelegenheid van de feestelijke uitreiking in Amsterdam, en daarom lees ik alvast in drukproef deze bundeling essays die volgende week uitkomt. Het zijn onderhoudende stukken waarin Julian Barnes op een persoonlijke manier je deelgenoot maakt van zijn leeservaringen. Ik was eerst een klein beetje verbaasd over de parlando-toon waarin de stukken zijn gesteld. In combinatie met het feit dat een aantal stukken niet echt de reikwijdte van een literaire kritiek overstijgt, geeft dat de bundel iets lichts. Je gaat dan denken, of ik ga dan denken, dat deze bundel nooit verschenen zou zijn als Barnes niet ook de Man Booker Prize had gewonnen. Maar de bundel in zijn geheel inmiddels gelezen hebbende, denk ik daar toch ook weer genuanceerder over. Ik denk dat de leeftijd van Barnes (65), oftewel de verliezen die hij heeft geleden en de successen die hij heeft behaald, hem wat minder ‘hanig’ maken, wat minder belust om erudiet over te komen. Hij is ook met niemand in conflict, gaat geen polemiek aan. Als ik één overkoepelende kwalificatie aan deze essays zou moeten geven, dan zou dat denk ik ‘eerlijk’ zijn, of het nu oprechte eerlijkheid is of niet. Die indruk weet hij dan toch maar mooi te bewerkstelligen, met zijn gebabbel. Dat klinkt beledigender dan ik het bedoel; in het Engels is er een mooi woord voor babbelen op niveau, ik ben het alleen even kwijt.

In zijn inleiding toont Barnes zich een gelovige. ‘Fictie verklaart en verrijkt, meer dan enige andere vorm van schrijven, het leven.’

De essays die ik meteen ging lezen in dit boek waren die over Penelope Fitzgerald, Michel Houellebecq, Lorrie Moore en John Updike. Vooral over Lorrie Moore was ik verrast, het feit dát hij over haar - vroeger een van mijn lievelingsschrijfsters - schrijft, maar ook de rechtstreekse manier waarop: ‘De toon is het somberst in de laatste drie verhalen, die vol staan met gruwelijke waarheden, om gek van te worden.’ Het essay over Updike, na diens dood geschreven, is liefdevol geschreven en interessant, vooral vanwege het onderscheid dat hij maakt tussen de jonge en de oude schrijver (‘De jongere schrijver is begerig naar de wereld en de beschrijving ervan; de oudere schrijver is nog steeds begerig naar de beschrijving maar koestert achterdocht jegens de wereld’). En het slotessay is heel mooi en wijs, ‘Omgaan met verdriet’, dat ik al goed kende omdat het gaat over twee schrijfsters die ik besproken heb, Joyce Carol Oates en Joan Didion, maar dat nu toch fijn was om te herlezen in het Nederlands. Hij definieert rouwboeken afdoende, en maakt korte metten met de ‘gewone’ kritiek erop. Autobiografische verslagen over verdriet zijn niet met normale criteria te recenseren. Platitudes? Verdriet is een en al platitude.

‘Als je een goed boek leest, ontsnap je niet aan het leven, je stort je er juist dieper in,’ schrijft Barnes in het openingsessay ‘Leven met boeken’. Zo had ik het nou echt nog nooit bekeken. Dacht altijd op de vlucht te zijn. Het klinkt als een goed excuus om verder te gaan met lezen.