Marja Pruis leest

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Teigetje & Woelrat, Ons leven met Reve. Uitgeverij Balans, 2012

Medium teigetje reve 2012

Alleen al vanwege de vele foto’s is dit een zeer opmerkelijk boek. Gerard Reve in zijn glorieuze jaren, beschut door de liefde van twee mooie jonge jongens. Als ik de foto’s zie kan ik me er van alles bij voorstellen, juist ook dat de jongens op hem vielen. Hij ziet eruit als een sterke adonis, vaak in de weer met gereedschap, of lief schrijvend in de tuin. Op zich is dit een heel bescheiden geschreven boek, maar in zijn dagelijksheid en gedetailleerdheid des te onthullender. Teigetje, oftewel Willem Bruno van Albada, en Woelrat, Hendrik Lambertus van Manen, leefden twaalf jaar met de schrijver samen, afwisselend in Amsterdam, Friesland en Frankrijk. Vooral de manier waarop Willem transformeert in Teigetje, is heel opmerkelijk en eigenlijk wel ontroerend. Eenzame homojongen uit de provincie zoekt het adres van de bewonderde schrijver op in het telefoonboek en belt bij hem aan. Zo simpel kan het gaan. Dat de afloop van de relatie zo iets spijtigs heeft, maakt het hier beschreven leven alleen maar waarachtiger. Veel seks, in fantasie en in werkelijkheid, veel wijn en veel grappen, Reve kwam zelden zo nabij. De schrijvers hebben geen last van idolatrie, en dat maakt veel uit. Zo noteert Teigetje op zeker moment, nadat Nader tot u is verschenen en een groot verkoopsucces wordt, dat Gerard weer snel overmand wordt door ‘het hem zo bekende lege anticlimaxgevoel en de angst hierna nooit meer iets te kunnen schrijven’. En dan: ‘Een ander gevolg is, dat het succes langzaam maar zeker een ongunstige invloed krijgt op zijn karakter. Hij vindt dat hij zich van enfant terrible van de Nederlandse literatuur heeft ontwikkeld tot een autoriteit, krijgt een steeds groter zelfgevoel en gaat mij tegelijk steeds meer bekritiseren. Zoals het vaker gaat bij een selfmade man denkt hij opeens overal verstand van te hebben. Hij wordt niet alleen doordrammerig, maar begint ook echt te geloven dat hij alles veel beter weet en kan dan ik.’ Neemt niet weg hij nog bijna tien jaar met hem zijn leven deelt. Aan het eind schrijven beide auteurs dat er geen dag voorbijgaat dat ze niet aan hun Gerard denken.