Marja Pruis leest..

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 16205786 m  shira keller

Shira Keller, M. (Podium 2012)

Debuutromans komen er vaak wat bekaaid vanaf in de kritiek. Ik ben altijd wel nieuwsgierig, maar leg ook heel vaak een boek na een paar bladzijden weer weg. Met dit debuut van Shira Keller, M., ging het anders. Ik heb het zelfs in twee ademzuchten gelezen. Ik kan kritiekpunten bedenken, het is niet een heel evenwichtig boek bijvoorbeeld, er wordt te veel in aangestipt en tegelijkertijd lijkt tegen het einde de stop eraf, maar er staat zoveel tegenover dat ik het daar niet over wil hebben. Het gaat over een vrouw, een beeldhouwster, die door de opdracht een zelfportret te moeten boetseren gedwongen wordt haar verleden onder ogen te zien. Al op de eerste bladzijden voel je, al is voelen misschien een beetje te vaag, léés je dat hier een goeie schrijfster aan het werk is. Ze heeft een sterke, uitgebeende stijl, maar is ook niet bang voor uitschietende metaforen, witregels, herhalingen en grote woorden. Er zit een sterke cadans in de zinnen, en die cadans wordt nog eens onderstreept door de compositie.

‘Recensenten beschrijven me als iemand met een diepe artistieke visie, met een eigen filosofie. Ik zou me afzetten tegen stromingen waar ik bij god niet van weet wat ze inhouden en die me bovendien geen hol interesseren. Het gaat vanzelf. Ik zie in een blok graniet de kop die eruit tevoorschijn wil komen, zoals een slager een karbonade ziet in een varken. Het overbodige steen hoef ik alleen maar weg te tikken. Pellen als een ui. Dat is niet moeilijk. Ik zie waar ik moet slaan, en het reststeen laat zich gewillig van de kern af kloppen , ook al is graniet hard als diamant. Iets wat overbodig is heeft niet de behoefte zich te verzetten. Ik hak en klop en tik tegen het steen totdat er geen flinter meer is die me stoort.’

In deze passage, helemaal aan het begin van de roman, zit alles. Keller beschrijft hierin haar eigen aanpak, haar stijl, maar ook haar verhaal, de manier waarop haar verteller, Leah Rosenberg, het gevecht aangaat met het reststeen in haar leven. Het blok graniet is de liefde die ze als vijftienjarige opvat voor haar leraar Klassieke Talen, en die ook min of meer beantwoord lijkt te worden. De passages waarin wordt beschreven hoe bij haar die liefde postvat, en hoe ze zich door hem verraden voelt, zozeer dat ze zich afvraagt of hij ooit wel bestaan heeft, zijn wonderschoon en aangrijpend. Juist omdat Keller zo precies schrijft en doseert, vallen de gedeeltes waarin ze naar mijn smaak doorschiet, en haar verhaal weer wat gewoner dreigt te worden, mij misschien zo op. Het zijn kleine smetjes op een sterk en intens debuut.