Marja Pruis leest..

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium restletsels feuilletons 9 jeroen brouwers 9789045022376 voorkant

Jeroen Brouwers, Restletsels. Feuilletons 9. Atlas Contact 2012

Ik zat naast een oudere dame in de trein die een boek zat te lezen, heel geconcentreerd. Ik was benieuwd wat ze aan het lezen was, kon de omslag niet zien. Keek toen schuins naar de bladzijde, mijn oog viel op ‘de ravage tussen haar benen’ en een zinsnede iets verderop: ‘Ik wist dat ik haar nooit meer zou kunnen beminnen’ en wist onmiddellijk dat dit een boek van Jeroen Brouwers moest zijn. Dan heb je wel wat bereikt als schrijver, als in enkele zinsneden een heel oeuvre zich laat kenschetsen, zo niet samenvatten. Op een of andere manier blijven zijn stukken en stukjes maar gebundeld blijven, al wordt in deze bundeling - ik weet niet wat ontmoedigender is, de titel Restletsels of hetgeen eronder staat: Feuilletons 9 - op de laatste bladzijde afscheid genomen van de lezer: ‘Vaart allen wel en: ketemoe lagi!’

Het laatste restje nieuwsgierigheid dat ik nog had naar Brouwers’ schrijven is met dit boek afdoende opgelost. Ja natuurlijk omdat hij zowaar enige bladzijden aan mij wijdt. Tot mijn verrassing. Ik was eerlijk gezegd bezig de naam van Aad Meinderts, de directeur van het Letterkundig Museum, op te zoeken in het register omdat een collega-recensent had geschreven dat het stuk over hem wel geestig was, toen ik op mijn eigen naam stuitte. Een spookachtige ervaring, dat iemand kennelijk de moeite neemt allerlei stukken van mij op te zoeken, er breeduit uit te citeren, met kwaaie bedoelingen. ‘Zelf schrijft de critica snoezige boeken.’ Uhuh. En dat omdat ik zijn laatste boek, Bittere bloemen, ga ik het nog een keer zeggen, een kitschboek vond. Sowieso dacht ik dat polemiek iets te maken had met opvattingen, ergernissen, iets dat groter was dan jezelf, maar wat Brouwers in deze zouteloze oninteressante niet-grappige stukjes etaleert is de drenzerige verongelijktheid van een klein kind.

Oké, er was één ding waarom ik in de lach schoot. Zijn ontsteltenis over de foto die een tijdlang van een Volkskrant-columniste in de krant stond afgedrukt. ‘Al die jaren mij afgevraagd wat ik had misdaan, dit middelbare schrijfmokkel van opstelletjes als kouwe Brintapap iedere dinsdag recht in haar kruis te moeten kijken.’ Wat een probleem heeft die man. Ook dat gezeur over hoe erg het is om genomineerd te worden voor een literaire prijs, en dan te horen krijgen dat je hem niet krijgt. Of wel.

Een beetje weerspannig bladerende en lezende in een boek dat ik eigenlijk niet meer wil aanraken, stuit ik dan toch weer op een onverwacht mooi stuk: Wereldreus. Een volstrekt onorthodoxe en liefdevolle benadering van het fenomeen Mulisch. ‘Natuurlijk zit hij nu in de hemel en lacht hij zich dood.’ Een mooie mengeling van persoonlijke herinneringen en lezing van zijn werk, geconcentreerd rond het ‘reusachtige’ in Mulisch’ oeuvre. Nu ben ik wel weer erg sportief bezig geweest. Bertemu lagi!