KUNST

Mark en ik

Mark Wallinger

Mark Wallinger ontving enige tijd geleden een eerbewijs dat in Engeland verheffing in de adelstand te boven gaat: hij werd onderwerp van een vraag bij de quiz University Challenge. Jeremy Paxman vroeg de kandidaten naar drie van zijn werken: Ecce Homo, een levensgroot Christus-figuur in prikkeldraad, in 1999 geplaatst op de lege vierde sokkel van Trafalgar Square; Sleeper, een film uit 2004 over de tien dagen die Wallinger doorbracht in de Neue Nationalgalerie in Berlijn, ’s nachts, gekleed in een berenpak; en State Britain, de reconstructie van een anti-oorlogsprotest dat jarenlang de hekken van het plantsoen tegenover de Houses of Parliament had gesierd, tot het regime-Blair alles liet verwijderen op grond van de wet op de georganiseerde misdaad. Wallinger recreëerde het werk in Tate Britain en kreeg er de Turner Prize voor.
Wallinger (1959) is iets ouder dan de generatie Young British Artists die in het midden van de jaren negentig door een paar tentoonstellingen in Londen werd gekatapulteerd naar wereldroem. Zijn kunst is buitengewoon gevarieerd en een tikje serieuzer dan die van zijn tijdgenoten Hirst, Emin et cetera, terwijl het vaak ook heel toegankelijk is. Wallinger is nadrukkelijk Brits. Hij verwierf bijvoorbeeld de opdracht voor een kolossaal beeld in Zuid-Engeland, tegenhanger van Antony Gormley’s fameuze Angel of the North, markering van de weg door Kent naar London. Hij koos voor een even kolossaal wit paard, hoger dan het Vrijheidsbeeld, gemodelleerd naar een van zijn eigen renpaarden, Riviera Red. Het ontwerp werd verheugd ontvangen als ‘een hypnotiserende samengang van oud Engeland en nieuw Engeland, van het semi-mythische, Tolkien-achtige verleden, en het zesbaans filerijdend heden’.
Museum De Pont in Tilburg wijdt een grote tentoonstelling aan Wallinger, niet aan deze zo Britse Wallinger, verknocht aan pubs en paardenraces, maar aan de pure grote niet-alledaagse kunstenaar. Het moet maar eens gezegd: de manier waarop De Pont dat werk neerzet, op grote schaal maar toch onnadrukkelijk, zonder te veel regie, en de manier waarop het fijnzinnig in verband wordt gebracht met werk van andere kunstenaars - Kapoor, Dumas, Zandvliet - is werkelijk voortreffelijk. Misschien wel de beste tentoonstelling van het jaar.
Wallinger in De Pont is een kunstenaar die alles kan en overal gevoel voor heeft, inclusief de politiek van de Irak-oorlog, maar bij elke stap wil aankaarten wie hij dan wel is en wat hij de kijker voorschotelt. Soms is dat duidelijk: dan toont hij vier videofilms van mensen die een flinke smak maken, van een tokkelbaan, of bij het paragliden, domme onhandige sukkels. De titel is Landscape with the Fall of Icarus, en dat verwijst niet alleen naar de vlucht van Daedalus en zijn zoon, en de hoogmoed voor de val, maar ook naar het schilderij dat Brueghel daarvan maakte en naar het vers dat Auden daar weer over schreef (Beaux Arts). Maar meestal graaft Wallinger nog even dieper. Hij zet MARK op een muur, en filmt dat. Hij toont een letter I, in Times Roman, 3D, een elegant zuiltje, en noemt dat: Self. Even verderop zijn strakke letters I geschilderd, in verschillende fonts, allemaal getiteld: Selfportrait - een portret van een 'I’ dus. De markering, de naam, het zelf, het ik - het is een semiotisch spelletje met beeld en titel, dat fris en intelligent is, en alle werken in de tentoonstelling op losse schroeven zet, ook dat waardige oorlogsprotest. Er is geen 'Mark Wallinger’ of een 'Ik’, er is alleen maar de samenhang tussen de maker, de kijker, de geschiedenis, en nog zo wat.

Mark Wallinger: MARK, De Pont, Tilburg, t/m 19 februari, www.depont.nl. Met dank aan Giovanni Pezzato