VVD-leider voelt zich goed in zijn nieuwe rol

Mark Rutte wordt koning gespeeld

De VVD doet het goed in de peilingen en kan op 9 juni wel eens als grootste partij worden. Hoe is dat gekomen?

Medium vvd

Het was een dikke maand geleden, in de wandelgangen van het cda-congres, dat ook daar bij de gewone leden het besef doordrong dat de vvd en haar partijleider Mark Rutte wel eens een goede stembusuitslag konden krijgen bij de Tweede-Kamerverkiezingen. Maar de vvd de grootste partij en Rutte dan misschien premier? Nee, zei een van de congresgangers, dat zie ik niet gebeuren. Hij had daar ook een theorie voor, die uiteindelijk - hoe kon het ook anders - gunstig uitpakte voor zijn eigen partij, het cda. Volgens hem zouden kiezers als ze in de gaten kregen dat het een keus dreigde te worden tussen Job Cohen van de pvda en Mark Rutte van de vvd, inzien dat dit een keus was tussen de rector magnificus en de leider van de studentenvakbond. Op dat moment zouden de rechts -georiënteerden onder hen alsnog kiezen voor Jan Peter Balkenende van het cda.

Twee weken voor de verkiezingen ziet het er vooralsnog niet naar uit dat dit cda-lid gelijk krijgt. Maar dat hij toen niet kon geloven dat de vvd zulke hoge ogen zou kunnen gooien, was niet vreemd.

In november vorig jaar, nog maar een half jaar geleden, stond de vvd in de Politieke Barometer op 13 zetels, voorwaar geen vetpot. Op 3 maart van dit jaar, kort na de val van het kabinet-Balkenende IV, waren het er weliswaar 17, maar dat was toch ook nog altijd vier minder dan het huidige zetelaantal in het parlement. Pas in de loop van april begon dat aantal stilletjes te groeien, met op de dag vóór het cda-congres van 24 april een relatief grote sprong naar 27 zetels. Vandaar dat de vvd toen onderwerp van gesprek was bij de christen-democraten, maar dat zij de liberalen nog niet al te serieus als dreiging zagen omdat het cda zelf toen nog groter was. Inmiddels is dat niet meer zo, althans in de peilingen. De liberalen staan in de meest recente Politieke Barometer aan kop, met drie zetels meer dan de pvda en zelfs dertien meer dan het cda.

Volgens een recente peiling van Maurice de Hond geeft bijna de helft van de ondervraagden inmiddels aan Rutte de voorkeur als minister-president boven Cohen. Ter vergelijking: een maand na de val van het kabinet vroeg de Politieke Barometer aan de deelnemers waarom ze de voorkeur gaven aan een bepaalde politieke partij. De vvd is dan al voorzichtig aan haar opmars begonnen, maar de persoon van partijleider Rutte wordt niet als reden genoemd om op de vvd te stemmen.

Wat is er gebeurd dat de vvd en Rutte nu zo floreren?

Uit de toneelwereld stamt de uitdrukking: je wordt koning gespeeld. d66-Kamerlid Boris van der Ham, zelf acteur geweest, gebruikt haar graag om aan te geven dat de anderen op het toneel met hun spel ervoor zorgen dat iemand de koning is. Je zou kunnen zeggen dat vvd-partijleider Mark Rutte koning wordt gespeeld.

Menig acteur op het politieke toneel werkt daaraan mee, overigens zonder dat daar een regisseur bij komt kijken. En naarmate die acteurs hun rol beter spelen, ziet de kiezer een koning. Ook dit artikel speelt Rutte koning. November vorig jaar zou iedereen hebben gelachen over de aanname dat de partijleider van de vvd wel eens de volgende minister-president van Nederland zou kunnen worden. Nu niet meer.

Wie zijn dan die acteurs? De economie is er één van. Door de bankencrisis en de eurocrisis gaat het bij deze verkiezingen over bezuinigingen, staatsschuld, financieringstekort, hypotheekrenteaftrek en extra banen. Immigratie, veiligheid en islam, de thema’s die de afgelopen drie verkiezingen een hoofdrol speelden, zijn in de coulissen beland en een ander thema, de klimaatcrisis, staat als gevolg van de economische crisis niet in de spotlights.

De vvd is - onder druk van het succes van de pvv - op de punten immigratie, veiligheid en islam wel harder geworden. De liberalen willen bijvoorbeeld de immigratie aan banden leggen door strengere eisen te stellen aan huwelijksmigratie en toelating tot de sociale zekerheid. Maar de afgelopen jaren kon de partij op die terreinen niet opboksen tegen voormalig partijlid Wilders. Om het in vvd-termen te zeggen: tegen dat A-merk als het gaat om rechtse opvattingen en oneliners konden de liberalen niet op, in welke bochten ze zich ook wrongen. Maar nu het om de economie gaat, voelt de vvd weer vaste grond onder de voeten. Bezuinigen, dat deden ze ook al in de jaren tachtig tijdens de eerste kabinetten-Lubbers. Het financieringstekort aan strengere regels onderwerpen, daarvoor hadden ze in de jaren negentig en begin deze eeuw Gerrit Zalm als minister van Financiën. Dat imago van goede schatkistbewaarders kleeft, volgens de vvd'ers zelf, aan hen en niet aan andere partijen. Ze dragen het deze campagne met verve uit. Bovendien kunnen ze een onderwerp als immigratie nu vanuit een sociaal-economische invalshoek benaderen in plaats van dat er gepraat moet worden over dubbele paspoorten, loyaliteiten en rangordes in grondwettelijke vrijheden.

Je merkt dat Rutte zich daar senang bij voelt. Hij kan weer degene zijn die hij was toen hij zich kandideerde voor het lijsttrekkerschap, vier jaar geleden. Hij kan het weer hebben over dat wat hij toen ook belangrijk vond. In een interview met De Groene Amsterdammer zei hij destijds: ‘Al dat praten over de herverdeling van de bestaande koek. Ik wil de verkiezingen in met een verhaal hoe we die koek groter kunnen gaan maken (…) Ik wil dat wij de partij zijn die er is voor iedereen die iets van zijn leven wil maken. De Turkse bakker hoort bij ons, niet bij de pvda (…) De vvd is er ook voor de bijstandsmoeder. Maar dan juist omdat wij het socialer vinden haar te helpen bij het vinden van werk dan door haar alleen een uitkering te geven.’

Rutte zegt deze dagen precies hetzelfde, hij zou het interview zo weer geven. De vvd-leider blijkt bijzonder consequent: de grotere koek is er weer, het appèl op degenen die iets van hun leven willen maken eveneens en ook de bijstandsmoeder duikt steevast op. Nu met als toevoeging dat de vvd door die moeder aan het werk te helpen de échte partij van de arbeid is. Maar dat is omdat het voor de liberalen aantrekkelijk is om van deze verkiezingscampagne een rechts-linksstrijd te maken en het cda op die manier klein te spelen.

Ook zijn eigen vvd speelt Rutte koning. Denk even terug aan vier jaar geleden. Rutte meldde zich toen als kandidaat-partlijleider, maar kreeg onverwacht Rita Verdonk als tegenkandidaat. Rutte won, maar daarmee was de tweestrijd niet ten einde. De meest dramatische scène moest toen nog komen. Kort na de Kamerverkiezingen in het najaar van 2006, op de avond van het afscheid van Rutte’s voorganger Jozias van Aartsen als Kamerlid, probeerde Verdonk vanuit een Haags café een coup te plegen. Zij had als de nummer twee op de lijst meer stemmen gehaald bij de verkiezingen dan lijsttrekker Rutte en dat unicum moest volgens haar consequenties hebben. Een dag later, als de twee afspreken er weer gezamenlijk tegenaan te gaan, zal Rutte met de van hem bekende monterheid zeggen dat 'de afgelopen 24 uur geen schoonheidsprijs verdienen’. Dat was het understatement van het jaar.

De belofte om samen te werken kwam overigens niet uit. Verdonk trad uiteindelijk uit de fractie en begon voor zichzelf, zoals Geert Wilders eerder onder partijleider Van Aartsen had gedaan. De vvd kende ook al veel onrust rondom het paspoort van toenmalig Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, dat partijgenoot Verdonk haar wilde afnemen toen deze nog minister van Vreemdelingenzaken en Integratie was.

Dat soort ruzies die het leiderschap ondermijnden en rumoerige discussies uitlokten over standpunten is er nu niet meer. Niet omdat van bovenaf is verordonneerd dat iedereen voortaan zijn mond moet houden. Dat pikken eigenzinnige liberalen niet, zoals ze zelf zeggen. Maar omdat het tot de liberalen was doorgedrongen dat het na al die jaren van ruzie en onrust erop of eronder was, de vvd zou anders wel eens helemaal van het toneel kunnen verdwijnen. Dat besef heeft van de liberalen weer een club gemaakt die de partijleider steunt.

Ook andere politieke partijen zorgen ervoor dat de vvd en Rutte groeien. Zo hebben de voormalige coalitiepartijen cda en pvda met hun getalm en geruzie veel kiezers afgeschrikt. In het rechter kiezerssegment heeft bovendien de ene concurrent van de vvd, het cda, met Balkenende een lijsttrekker op wie veel kiezers na acht jaar premierschap en drie gesneefde kabinetten zijn uitgekeken. De andere concurrent, de pvv, heeft op sociaal-economisch terrein een programma dat linkse trekken vertoont en een groep kiezers tegen de borst stuit. Bovendien wil de pvv het financieringstekort terugdringen met maatregelen die door het Centraal Planbureau niet zijn geaccepteerd omdat ze onhaalbaar zijn. Daarmee is de pvv financieel niet degelijk en ook dat doet rechtse kiezers terugkeren naar de vvd.

De kiezer zelf is ook een acteur in dit spel. Als de vvd in maart aan haar dan nog voorzichtige opmars bezig is, blijkt uit nader onderzoek bij een peiling dat voor de kiezer de reden om op de vvd te stemmen vooral het behoud van de hypotheekrenteaftrek is. Dit eigenbelang van de individuele kiezer scoort blijkbaar hoog. Als begin mei wordt nagegaan tot welke stroming de kiezer zichzelf rekent, blijkt 22 procent te kiezen voor liberalisme en individuele vrijheid. Weliswaar scoort solidariteit met dertig procent beter, maar die stroming kent een grotere concurrentie tussen politieke partijen.

Ook de peilingen dragen hun steentje bij aan Rutte’s kroon. Een partij met een stijgende lijn is aantrekkelijker voor de kiezer dan een partij waarmee het niet goed gaat. Zo ontstaat vanzelf een vliegwieleffect, van goed naar beter naar de in november nog voor onmogelijk gehouden vraag aan wie de kiezer de voorkeur geeft als premier: Rutte of Cohen.

Ook pvda-partijleider Cohen speelt inmiddels zijn rol in dit koningsspel. Door het omarmen van de links-rechtsframing in de verkiezingsstrijd doet hij mee aan het klein spelen van Balkenende en het in de coulissen duwen van de kleine partijen. Bovendien manoeuvreert Cohen met zijn teleurstellende optreden tot nu toe Rutte niet in de rol van studentenvakbondsleider.

Van Rutte zelf kun je niet verwachten dat hij zich de eventuele koningsrol laat afnemen, dat hij nu doet alsof hij die niet ambieert, alsof hij als jongste van de vier premierskandidaten zichzelf daarvoor te groen vindt. Integendeel, wie koning wordt gespeeld, kan daardoor boven zichzelf uitstijgen. Of dat gaat gebeuren, moet blijken. Maar Rutte’s zelfvertrouwen is al enorm gegroeid. Hij zei tijdens het eerste tv-debat in de camera dat als hij minister-president mocht worden hij geen koopkracht en zekerheden biedt. Daarmee maaide hij die kritiek van zijn tegenstanders weg. Zoals hij ook de aanval dat het vvd-programma zorgt voor werkende armen vrolijk wegwuift, verwijzend naar profijtelijke lastenverlichtingen in het liberale verkiezingsprogramma voor hen die werken. Niks lijkt hem te raken. Rutte wordt koning gespeeld en hij maakt zich die rol razendsnel eigen.