Economie

Markt & moraal

De vrije markt staat vanwege de kredietcrisis in een kwade reuk. De markt zou de moraal corrumperen en het slechtste in mensen naar boven halen. Een nieuwe economische orde zou daarom nodig zijn waarin niet het eigenbelang de boventoon voert maar de moraal. Deel twee van een kleine serie over de markt en de staat.
De hoeksteen van vrijwel alle economische theorieën is dat mensen hun eigen belang nastreven. Adam Smith, de aartsvader van de economische wetenschap, schreef: ‘It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker, that we expect our dinner, but from their regard to their own interest.’
De vrije markt – mits ze goed werkt – leidt het eigenbelang in goede banen. De prijs communiceert hoe schaars een goed is: hoe duur het is om te produceren en hoeveel bevrediging mensen aan dat goed ontlenen. En dat alles zonder dat er een centrale planner aan te pas komt die alles aanstuurt. Adam Smith meende daarom dat de onzichtbare hand van het marktmechanisme het eigen belang vanzelf laat samenvallen met het algemeen belang: ‘He intends only his own gain, and he is in this, as in many other cases, led by an invisible hand to promote an end which was no part of his intention… By pursuing his own interest he frequently promotes that of the society more effectually than when he really intends to promote it.’
Het eigenbelang ondermijnt dus niet vanzelfsprekend de moraal. Integendeel. Juist omdat mensen hun eigenbelang najagen, ontstaan de efficiëntievoordelen van de markt. Door vrije toe- en uittreding, sterke concurrentie en de keuzevrijheid om te kopen, wordt opportunistisch gedrag van marktpartijen genadeloos afgestraft. Bedrijven die niet leveren, verliezen klanten. Werkgevers die onder het marktloon betalen, krijgen geen personeel. Bedrijven die aandeelhouders een poot uitdraaien, gaan failliet. Enzovoort.
Natuurlijk kan de markt falen. De markt is niet altijd efficiënt, omdat concurrentie, vrije toe- en uittreding en transparantie ontbreken. Ook is niet altijd de juiste informatie over de schaarste van een goed correct in de marktprijs verwerkt – denk aan het milieu. De efficiëntie van de markt is dan niet meer gewaarborgd. Sterker, het eigenbelang van de één gaat dan ten koste van de ander. Helaas is corrigerend overheidsingrijpen niet altijd zaligmakend. De overheid heeft niet altijd de benodigde informatie om de markt goed te reguleren, en het politieke proces kan de goede zaak frustreren. Het maatschappelijk belang en de belangen van politici en bureaucraten lopen zelden parallel. Soms is overheidsfalen daarom erger dan marktfalen en is het beter om niets te doen.
En dan komt uiteindelijk toch de moraal om de hoek kijken. De overheid kan niet alles reguleren. Net zo min als op de markt alles in waterdichte contracten kan worden vastgelegd. Mensen kunnen dan opportunistisch gedrag op anderen botvieren zonder voor de consequenties op te draaien. De hoofdwet van de moraal is dan ook: doe ook een ander niet, wat u niet wil dat u geschiedt. Het is van onschatbare maatschappelijke waarde dat mensen zich aan afspraken houden, rekening met elkaar houden en een ander niet laten opdraaien voor uitvretersgedrag. Vrijwel iedereen heeft daar bovendien individueel belang bij. Maatschappelijk vertrouwen is de smeerolie van de economie. Maar de oproep tot een nieuwe economische orde waarin het eigenbelang ondergeschikt moet worden gemaakt aan het maatschappelijke belang mist de kern van de zaak. Iedereen wil natuurlijk dat de ‘ander’ zich socialer opstelt in het economisch verkeer.
De kredietcrisis toont aan dat, als de tucht van de markt of de controle van de staat ontbreekt, mensen zich gedragen als katten die op het spek worden gebonden. Als mensen hun eigenbelang kunnen nastreven zonder daarover verantwoording af te leggen, legt de moraal het uiteindelijk altijd af. Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. En dat geldt voor zowel economische als politieke macht. Dat is een ongemakkelijke waarheid. De maatschappelijke kwestie is daarom: hoe kunnen markt én overheid bestand worden gemaakt tegen opportunistisch gedrag zodat het algemeen belang niet in het gedrang komt? Die vraag wordt helaas niet beantwoord met morele oproepen tot goed gedrag.
Volgende week het laatste deel over de lessen van de kredietcrisis voor de inrichting van markt en staat.