De Amerikanisering van de Nederlandse arbeidsmarkt (1)

Marktwerking of marktfalen?

Met miljoenen zzp’ers en flexwerkers is de Nederlandse arbeidsmarkt aan het ontsporen. De race to the bottom moet stoppen, vinden deskundigen. ‘Laat de politiek alsjeblieft met oplossingen komen, want ik weet niet hoe lang ik het nog red.’

Medium wtc1 zuid

In het midden van de kring in een zaaltje in café Het Wilde Westen in Amsterdam gaat het tussen fnv-vakbondsman Peter van den Bunder, belangenbehartiger Maarten Post van ZZP Nederland en pvda-Kamerlid Mei Li Vos al veertig minuten over het probleem met zzp’ers – Wat wordt een bouwvakker er beter van zzp’er te zijn? Hoe oneerlijk is het dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering hem negenhonderd euro per maand kost? Daar ben je toch ondernemer voor, om zelf te bepalen welke risico’s je neemt? Moeten we niet meer doen tegen uitbuiting? – als een dertiger op de achterste rij het woord neemt. ‘Ik ben consultant in de milieusector en er is nu gewoon geen werk in mijn branche.’ Hij is net als veel vakgenoten aan de slag gegaan als zzp’er, maar kan nauwelijks rondkomen. Werkzoekenden worden tegen elkaar uitgespeeld en als er een klus voorbijkomt, is die zo slecht betaald dat hij er de maanden zonder werk niet mee kan compenseren. ‘Leve de flexibilisering! Maar ik heb nergens recht op. Voor mij is er geen vangnet en ik zit wel met een Amsterdamse hypotheek. Laat de politiek alsjeblieft met oplossingen komen, want ik weet niet hoe lang ik het nog red.’

De drie sprekers knikken. Zij weten dat er honderdduizenden zijn zoals hij. ‘Wat heb je nodig?’ vraagt Mei Li Vos. De jongen zucht. Zoveel, zie je hem denken. ‘Als ik me alleen maar kon verzekeren tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dat zou al zoveel rust geven.’ Maarten Post vraagt wat hij ervoor over heeft. De jongen heeft geen idee. Veel financiële ruimte heeft hij niet. ‘Hier gaan de volgende verkiezingen over’, belooft Mei Li Vos. ‘Te veel mensen ondervinden aan den lijve wat het betekent om geen vangnet te hebben.’ In de zaal wordt wat geschamperd. De pvda die opkomt voor de zelfstandig ondernemer. Was de zzp’er niet de vijand? Degene die de cao ondermijnt? En die oneerlijk concurreert met de werknemer omdat hij profiteert van de zelfstandigenaftrek?

Het gesprek komt op minimumtarieven voor zzp’ers om de race to the bottom die in veel sectoren aan de gang is te stoppen. Een omstreden idee, want ondernemers mogen bij wet geen prijsafspraken maken. ‘Als we niets doen, zakken de tarieven naar nul euro’, zegt vakbondsman Van den Bunder. ‘Ondernemers mogen niet in de cao. Als ze het al zouden willen’, zegt Post van ZZP Nederland. ‘Dan moeten we de wet maar aanpassen’, meent pvda’er Vos. Een man in de zaal is voor minimumtarieven. ‘Ik werk bij een servicebedrijf voor auto’s en wij hebben analfabeten rondlopen die voor tien euro per uur als zzp’er werken.’ Van den Bunder: ‘Een karikatuur! Tien euro! Daar kan geen mens van leven. Dat soort werkenden mag de overheid best beschermen.’ Post: ‘Maar dat lijken mij nou typisch schijnzelfstandigen. Die jongens doen natuurlijk niet zelf hun administratie. Daar moet je gewoon de Belastingdienst op af sturen. Voor schijnzelfstandigen moet je geen nieuwe vangnetten bouwen, die jongens moeten in loondienst.’ Vos: ‘Niet al het werk leent zich voor ondernemerschap.’ En daarover zijn ze het eens.

Maar veel werkgevers hebben daar geen boodschap aan, die zoeken de goedkoopste oplossing met de minste risico’s. Dat kunnen we hen moeilijk kwalijk nemen, meent Ton Schoenmaeckers van werkgeversorganisatie vno-ncw: ‘De drijvende kracht achter de flexibilisering is het feit dat werkgevers te zwaar belast worden. Als een vaste werknemer ziek wordt, moet de werkgever twee jaar loon doorbetalen en allemaal kosten maken in de reïntegratiesfeer. Dan heb je nog de Arbo-wet die beperkingen oplegt omtrent hoe je een werknemer mag inzetten. En er staan in de cao ook nog bepalingen over toeslagen voor werken op zaterdag’, aldus Schoenmaecker. ‘Werkgevers willen die kosten en risico’s gewoon niet meer dragen. De grens is bereikt.’

Aan de kant van de werkenden lijkt de grens ook bereikt. De media lopen over van verhalen die de problemen pijnlijk blootleggen. Over pakketbezorgers van PostNL die hun kinderen niet meer zien omdat ze zestig uur per week moeten werken om het minimumloon bij elkaar te schrapen, over afgestudeerde psychologen die twee jaar fulltime werken voor boekenbonnen, onverzekerde zzp’ers die alles kwijtraken door een ongeluk en werkloze vijftigers die papier prikken om hun bijstandsuitkering te behouden. Amerikaanse toestanden, zouden we een paar jaar terug nog denken. Maar dit zijn wij nu.

De Nederlandse arbeidsmarkt is aan het ontsporen, vinden bijna alle mensen die we spreken voor dit onderzoek. Vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers, flexwerkers, zzp’ers en de politiek realiseren zich dat extreme flexibilisering voor niemand goed is. De recente cijfers over bijvoorbeeld zzp’ers onder de armoedegrens zijn schokkend. Er moet worden ingegrepen. Maar hoe? Daarover lopen de meningen uiteen.

Voordat de zzp’er een probleem werd, werd hij lang gezien als een dappere eenpitter die zijn eigen kansen creëerde en zijn eigen broek ophield. Voor de crisis werd er jaloers naar zijn omzet gekeken en lonkte voor steeds meer werknemers de vrijheid. Tijdens de crisis kreeg de zzp’er het moeilijk, maar hij droeg stil zijn lot, drukte de werkloosheidscijfers, voerde het werk uit dat achterbleef na reorganisaties, verbouwde de onverkoopbare huizen en ving de klappen op na ingrijpende bezuinigingen op de kunsten, de publieke omroep en de zorg.

Het ondernemerschap werd en wordt ondertussen onverminderd gestimuleerd. Werklozen mogen starten met behoud van uitkering en de beginnende zzp’er kan profiteren van de zelfstandigenaftrek (7280 euro), de mkb-vrijstelling (veertien procent van de winst) én de startersaftrek (2123 euro) waardoor hij zelfs bij een modaal inkomen nauwelijks belasting betaalt. Nergens in Europa groeide het aantal zzp’ers harder dan in Nederland, in twintig jaar tijd van 330.000 naar bijna één miljoen. Nederland heeft de meest geflexibiliseerde arbeidsmarkt van Europa omdat nergens anders het verschil in lasten tussen vast en flexibel personeel voor werkgevers zo groot is.

Uit de stapels rapporten die de afgelopen jaren over de veranderende arbeidsmarkt werden geproduceerd, door onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs), blijkt dat de explosieve groei vrijwel geheel zit in het aantal zelfstandigen dat zichzelf verhuurt om werk te doen dat anders door een werknemer gedaan zou worden. Het aantal zzp’ers dat een product levert, zoals de bakker en de slager, bleef nagenoeg stabiel. In geen van de rapporten werd dit als een probleem aangemerkt. Vorig jaar nog kwam uit de Zelfstandigen enquête arbeid 2015 van het cbs alleen naar buiten dat de zzp’er zeer tevreden is met zijn vrijheid en gemiddeld maar een paar duizend euro minder verdient dan modaal (33.000 versus 37.000 bruto), maar daar – door fiscale regelingen – net zo veel aan overhoudt. Niets aan de hand dus.

Toch was toen al bekend dat de helft van de werkende armen uit zelfstandigen bestaat. Wie dieper in de rapporten dook, zag dat 22 procent minder dan 10.000 euro bruto per jaar verdient en de helft minder dan 25.500 euro. En dat terwijl 42 procent van de zzp’ers hoogopgeleid is (tegenover 37 procent van de werknemers) en ze gemiddeld meer uren maken. In de samenvattingen verdwenen deze lage inkomens in de gemiddelden door extreem hoge inkomens van medisch specialisten en directeurgrootaandeelhouders die ook tot de zzp’ers worden gerekend. Ook was al langer bekend dat bijna tachtig procent van de zzp’ers niet verzekerd is voor arbeidsongeschiktheid en dat minder dan de helft iets voor het pensioen geregeld heeft.

‘Leve de flexibilisering! Maar ik heb nergens recht op. Voor mij is er geen vangnet en ik zit wel met een Amsterdamse hypotheek’

Toch verscheen er vorig jaar ook een rapport over zzp’ers dat wél de vinger op de zere plek legt. Het Interdepartementaal beleidsonderzoek zelfstandigen zonder personeel (ibo-rapport) wordt door alle partijen in het arbeidsmarktdebat gezien als hét rapport dat een reëel beeld geeft van de knelpunten. Het kabinet besloot niets met de bevindingen en aanbevelingen te doen. Het rapport legt helder uit waarom de zzp’er snel populair werd bij werkgevers. Op minimumloonniveau zijn de kosten die een werkgever maakt boven op het loon (aan belasting, sociale premies en pensioenpremie) voor een zzp’er 23 procent lager dan voor een werknemer. Als de zzp’er verzuimt om de kosten voor verzekeringen (en administratie- en vakantiedagen) door te berekenen in zijn tarief, dan is de werkgever zelfs 43 procent minder kwijt boven op het loon. Bij hogere inkomens wordt dat verschil nog groter (tot tachtig procent bij tweemaal modaal). De zzp’er houdt meer over dan de collega in vaste dienst en de werkgever is goedkoper uit. Daarbij was de werkgever er met de door de Belastingdienst in goed vertrouwen aan de zzp’er verstrekte var (Verklaring Arbeidsrelatie) ook nog van verzekerd dat hij geen boetes of naheffingen kreeg als achteraf mocht blijken dat de zzp’er voor de Belastingdienst toch geen ondernemer was. Een win-win-situatie.

Wat de voorheen in loondienst werkende zzp’er vaak niet voldoende besefte, is dat hij met het aanvragen van de var ondernemer is geworden. Met alle risico’s van dien. Want wat gebeurt er als er geen werk is, de opdrachtgever liever met een goedkopere kracht in zee gaat of je langdurig ziek wordt? In veel sectoren krompen de budgetten en groeide het aantal elkaar beconcurrerende zzp’ers zo snel dat de tarieven halveerden. De meest gestelde vraag onder zzp’ers is: ‘Wat kan ik vragen per uur?’ in plaats van: ‘Wat heb ik nodig en hoeveel moet ik per uur verdienen om daar aan te geraken?’ Omdat de concurrentie vaak moordend is en de werkgever – soms noodgedwongen – stuurt op kosten daalden de uurtarieven in het transport, de thuiszorg, media, de kunsten en de bouw tot twintig euro per uur en daaronder. Bij zulke tarieven is de zzp’er makkelijk de helft goedkoper dan een werknemer met een cao-loon. Het ibo-rapport constateert dat het voordeel van de zelfstandigenaftrek veelal in de zak van de opdrachtgever verdwijnt. Daarbij valt de zzp’er niet onder de arbeidstijdenwet en kan de werkgever op elk moment van de zzp’er af zonder kosten.

De pakketbezorgers van PostNL die na massaontslagen als zzp’er aan de slag konden, komen bij een fulltime werkweek uit op een loon van zo’n zestienhonderd euro per maand, een paar tientjes boven het wettelijk minimumloon. Daar zijn dan nog geen premies af voor pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekering die de meesten dus ook maar laten zitten. Een pakketbezorger die een week ziek is, levert vierhonderd euro in en kan dat alleen compenseren door ook in de avonden en weekenden te gaan rijden. Velen werken daarom standaard vijftig tot zestig uur per week om enige inkomenszekerheid te hebben. Na de massaontslagen in de thuiszorg voltrok zich daar eenzelfde scenario.

Bij een deel van de zzp’ers kan worden gesproken van ‘schijnzelfstandigen’. Schijnzelfstandigen staan bij de Belastingdienst als zzp’er geregistreerd, maar werken voor maar één opdrachtgever, hebben zelf geen zeggenschap over hoe ze het werk uitvoeren en zijn eigenlijk gewoon in dienstbetrekking en zouden dus onder de cao moeten vallen. ‘De pakketbezorgers kwamen ook bij mij vragen of ik niet wat voor ze kon doen’, zegt Maarten Post van ZZP Nederland bij wie veertigduizend – veelal goed verdienende – zelfstandigen zich hebben aangesloten. ‘Maar ik heb hun de deur gewezen. In mijn ogen zijn het geen zelfstandigen en wij zijn er niet voor werknemers. Je ziet steeds meer schijnconstructies. Neem de franchisenemers van McDonald’s. Degene die het restaurant runt is zogenaamd een ondernemer, maar hij heeft allerlei financiële en andere verplichtingen aan het moederbedrijf. Hij is verantwoordelijk voor de omzet, maar mag zelf niet aan de knoppen draaien. Dan ben je geen ondernemer. Ook zij verdienen vaak niet genoeg om zich te verzekeren of pensioen op te bouwen. Hetzelfde geldt voor thuiskapsters of kraamverzorgsters die via een bureau werken. Zogenaamd zijn ze ondernemer, maar het bureau regelt alles van reclame en administratie tot het verdelen van het werk en rekent voor alles belachelijke marges. De kapsters kunnen alleen maar uren draaien voor een schamel loon en zelf niks bepalen. Feitelijk zijn ze in dienst bij dat bureau, maar er worden geen premies afgedragen.’

Ton Schoenmaeckers van vno-ncw ergert zich aan alle aandacht voor het in zijn ogen niet bestaande fenomeen schijnzelfstandigheid. ‘Je bent in dienst of niet. Punt. Je kunt bedrijven niet verwijten dat ze arbeid tegen een zo laag mogelijke prijs willen inkopen. PostNL is in een moordende concurrentiestrijd verwikkeld. Als zo’n bedrijf omvalt en nog veel meer mensen op straat staan, is de wereld ook te klein.’ Dat pakketbezorgers bij een prijs van 1,30 euro bruto per bezorgd pakketje onder het minimumloon uitkomen als ze zich verzekeren, vindt Schoenmaeckers geen issue. ‘Het kan en het mag. Dat is de markt! Als een wegenbouwer onder de kostprijs op een overheidsproject inschrijft, hoor je niemand piepen. Die ondernemer lijdt ook verlies. Dat is het risico van ondernemen.’

Dat de rechter inmiddels heeft geoordeeld dat een deel van de pakketbezorgers een verkapt dienstverband heeft bij PostNL maakt weinig indruk. ‘Oké, dat is dan achteraf vastgesteld. Zo moet het ook werken. De rechter bepaalt, niemand anders.’ Ook de uurprijs van 2,50 euro bruto die Ikea hier aan Slowaakse en Bulgaarse vrachtwagenchauffeurs betaalde, wil Schoenmaeckers geen exces noemen: ‘Ze hebben in die landen veel lagere lasten dan wij. Als zij het daarvoor willen doen, zie ik het probleem niet.’

vno-ncw vindt het doodnormale marktwerking, het ibo-rapport spreekt van marktfalen. Waar de zzp’er geen onderhandelingspositie heeft ten opzichte van de opdrachtgever als gevolg van de instroom van buitenlandse werknemers of een overaanbod in krimpende sectoren kan het zijn dat de zzp’er geen tarief kan bedingen waarmee voldoende bescherming te realiseren is. Het ibo-rapport stelt dat de overheid dan kan overwegen ‘paternalistisch’ in te grijpen. Niet alleen vanuit een rechtvaardigheidsideaal, maar ook om de maatschappelijke kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid te beperken. Want wie niet in zijn eigen onderhoud kan voorzien, rest de bijstand. Het ibo-rapport vond geen aanwijzingen dat zzp’ers vaker terugvallen op de bijstand dan werknemers. Waarschijnlijk omdat veel klassieke zzp’ers nog vermogen hebben in de vorm van spaargeld bedoeld voor het pensioen, of overwaarde in een huis, waardoor er geen recht is op bijstand. Maar met de groei van het aantal zzp’ers in laaggeschoold en risicovol werk kan dat snel veranderen.

‘Dit is waar het al vijftien jaar over gaat’, verzucht Post van ZZP Nederland. ‘Bedrijven hebben de arbeidsrisico’s steeds verder van zich afgeschoven: pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, periodes met weinig werk. Ze willen de kosten daarvoor niet meer dragen. Al het risicovolle werk wordt al gedaan door zzp’ers. Neem de installatie van zonnepanelen. Door subsidieregelingen werd dat zo aantrekkelijk dat leveranciers klanten aanboden zowel de subsidieaanvraag als de plaatsing te regelen. Voor dat laatste huurden ze zzp’ers in die niet onder de Arbo-wet vallen. Die gingen zonder steiger of zekering het dak op en daar zijn drie doden bij gevallen.’

‘Den Haag heeft bezuinigd op subsidies voor de kunsten omdat de markt zijn werk moest doen maar de markt functioneert niet’

Volgens Post is de samenleving verhard en doet de overheid volop mee: ‘Er zijn een paar duizend beëdigde tolken die mogen werken voor overheidsdiensten als de ind en de aivd. Een paar jaar terug hebben ze al die tolken eruit gegooid en dat werk uitbesteed aan twee uitzendbureaus. Die bepalen samen de prijs en houden een hoge marge aan. Een deel van het budget gaat nu dus naar die bureaus in plaats van naar de tolken. Ik heb tegen Economische Zaken gezegd: “Als jullie je nou eerst zelf eens zouden gedragen.” Toen kreeg ik als antwoord: “Dat is een ander ministerie, daar gaan wij niet over.”’

Ook Peter van den Bunder van vakbond FNV Kiem die de belangen behartigt van werknemers en zelfstandigen in de creatieve sector spreekt van marktfalen: ‘Mensen zijn kunstenaar, muzikant of acteur vanuit een passie en veel opdrachtgevers menen hun werk daarom als hobby te kunnen beschouwen. Zelfs bij tentoonstellingen in het Stedelijk Museum of Boijmans Van Beuningen krijgt iedereen betaald, van de suppoost tot de wc-juffrouw, behalve degene wiens werk wordt getoond.’ Ook muzikanten lukt het niet een behoorlijke gage voor optredens uit te onderhandelen. ‘En op streamingdiensten wordt hun muziek gratis weggegeven omdat auteursrecht een achterhaald concept zou zijn. Den Haag heeft fors bezuinigd op subsidies voor de kunsten omdat de markt zijn werk moest doen, maar die markt functioneert niet.’ Omdat veel kunstenaars niet meer kunnen leven van hun vrije werk gaan ze bijvoorbeeld ook lesgeven. Van den Bunder: ‘In de kunsteducatie zijn nu alle vaste banen geschrapt en wordt alleen nog met zzp’ers gewerkt die zeventien euro per uur krijgen en daarvan ook nog het zaaltje moeten huren.’

Medium stadionstraat

Grafisch ontwerper Lars de Beer (40) is net twee maanden zzp’er en nog aan het kijken naar arbeidsongeschiktheidsverzekeringen als hij in de zomer van 2015 verkeerd valt tijdens een fietstocht met vrienden op Texel. ‘Een complete dwarslaesie’, vertelt Fleur Welter, documentairemaker en een vriendin van Lars. De wet blijkt onverbiddelijk. Alhoewel De Beer vijftien jaar in vaste dienst is geweest en premies heeft betaald, heeft hij geen recht op een wia-uitkering. Zzp’ers die zich niet binnen dertien weken na het beëindigen van hun arbeidscontract via het uwv verzekeren en ook geen particuliere verzekering afsluiten, hebben bij arbeidsongeschiktheid alleen recht op bijstand. En pas als alle spaarpotten zijn uitgeput, luxe bezittingen zijn verkocht en de lasten zijn teruggebracht tot een niveau dat met bijstand te betalen is. De vrienden van Lars genereren veel media-aandacht en halen al peddelend op surfplanken door de Amsterdamse grachten bijna drie ton op. Na het nodige gesteggel met de Belastingdienst mogen de vrienden hem via een stichting maandelijks een bedrag schenken. Niet iedere onverzekerde zzp’er heeft zoveel vindingrijke vrienden en ook De Beer is er nog niet. ‘Lars en zijn vriendin wonen drie hoog en het vinden van een geschikte en betaalbare woning blijkt zo moeilijk dat hij waarschijnlijk naar een verpleeghuis moet’, aldus Welter.

Voor sommigen is het een bewuste keuze om onverzekerd te zijn, bijvoorbeeld omdat ze kunnen terugvallen op het inkomen van een partner of zo weinig verdienen dat verzekeren niet loont. Anderen kunnen de premie niet opbrengen (oplopend tot negenhonderd euro per maand bij zware beroepen) of worden vanwege hun medische geschiedenis door de verzekeraars geweigerd. Met zevenhonderdduizend onverzekerde zzp’ers zal het aantal schrijnende gevallen dat alles kwijtraakt door botte pech toenemen.

De flexibele schil bestaat volgens het cbs naast een miljoen zzp’ers uit 1,8 miljoen mensen met een flexibele arbeidsrelatie (korte of langlopende contracten) en een half miljoen mensen die hun inkomen op weer andere manieren vergaren. Het aantal Nederlanders met een vast contract daalde in 2015 naar vijf miljoen. Was een vast contract twintig jaar geleden nog de norm, nu valt veertig procent van de werkenden daarbuiten. Vooral jongeren hebben veel minder vaak een vaste baan.

Job hoppers werden jongeren genoemd die in de jaren negentig enthousiast van baan wisselden. Hoofdschuddend waarschuwden oudere collega’s nog voor pensioenbreuk. Anno 2016 weten jongeren niet beter dan dat ze op z’n hoogst een jaarcontract krijgen met uitzicht op verlenging, die meestal weer een tijdelijk contract is. En dat zijn nog de gelukkigen met een direct contract bij de baas. Steeds meer mensen worden doorgestuurd naar een uitzend- of payrollbureau via welke de verloning zal verlopen.

Schoenmaeckers van vno-ncw: ‘Bedrijven hebben flexibiliteit nodig. Vakbonden zeggen dat we die niet extern maar intern moeten zoeken, maar daar zijn cao’s veel te star voor. Vaste werknemers kun je niet naar huis sturen in rustige periodes of meer uren laten werken in drukke periodes. Flexibiliteit is niet iets negatiefs. Het vergroot het aanpassingsvermogen van onze economie.’

Toch vond het ibo-rapport geen algemene positieve economische effecten van de flexibilisering. Zzp’ers en flexwerkers maken Nederland ook niet innovatiever of productiever. Ze zouden zelfs een negatief effect kunnen hebben op innovatie omdat in scholing van flexwerkers minder wordt geïnvesteerd. De flexibele schil – die met veertig procent van de werkenden eigenlijk een mantel genoemd moet worden – vergroot wel het aanpassingsvermogen van de economie, maar zorgt ook voor een grotere economische volatiliteit doordat de flexibele schil sneller koopkracht verliest tijdens een crisis. Ook helpt het niet dat flexwerkers en zzp’ers moeilijk een hypotheek krijgen, dat ze vanwege de onzekerheid over hun toekomst hun geld niet enthousiast laten rollen en het krijgen van kinderen uitstellen.

In 2013 waren de sociale partners het er al over eens dat verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt geen goed idee was. De Wet werk en zekerheid van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die op 1 juli 2015 van kracht werd, moest flexwerkers meer uitzicht geven op een vast contract. Omdat werkgevers aangaven dat het vaste contract dan ook minder vast moest zijn, moest ontslag makkelijker en goedkoper worden. De vakbonden bedongen dat flexwerkers voortaan na drie tijdelijke contracten of na twee jaar recht hebben op een vast contract óf een transitievergoeding en dat de werkgever daarna pas na zes maanden weer dezelfde flexwerker mag inhuren.

Maar de vakbonden waren naïef. Verschillende sectoren – zoals de omroepen en de tuinbouw – bedongen een uitzondering en mogen met een maximum van zes contracten in vier jaar werken, en de signalen uit andere sectoren zijn ook niet hoopgevend. Overheidsdiensten en banken loosden voor 1 juli nog snel honderden flexkrachten die aanspraak konden maken op een vast contract, een tweede jaarcontract is nu een contract voor elf maanden en branchegenoten polsen elkaar om flexkrachten een half jaartje bij elkaar te stallen. ‘Die wet werkt niet en dat wisten we van tevoren’, zegt Maarten Post van ZZP Nederland. ‘De inkt was nog niet droog of werkgevers hadden al weer nieuwe manieren van flex bedacht’, verzucht ook Piet Fortuin van CNV Vakmensen. ‘Zoals de 7-8-8-constructie: drie contracten die bij elkaar opgeteld net geen twee jaar zijn. Het aantal werknemers met een vast contract zal verder zakken, dat ga je niet even terug organiseren.’

‘Werkgevers hebben Asscher verzekerd dat ze meer mensen in vaste dienst willen nemen, maar de praktijk is gewoon anders’, zegt ook Marco Bastian van de nbbu, een van de twee brancheorganisaties voor arbeidsbemiddelaars, uitzendbureaus en payrollbedrijven. ‘We leven in onzekere tijden. De wereld vraagt om souplesse en dan kom je met een wet die rigide is en gelooft in een eigen waarheid.’

Met zevenhonderdduizend onverzekerde zzp’ers zal het aantal schrijnende gevallen dat alles kwijtraakt door pech toenemen

Voorheen konden bedrijven een werknemer tot 130 weken (2,5 jaar) inhuren via een nbbu-uitzendbureau, binnenkort mag dat nog maximaal 78 weken (1,5 jaar) voor er een contract voor bepaalde tijd moet worden aangeboden. Ook de uitzendbranche heeft een uitzondering bedongen op de verplichting om al na drie contracten of twee jaar een vast contract aan te bieden, maar moet dat nu wel na zes contracten of vier jaar.

De wet maakt het uitzendvak ingewikkelder, maar Bastian is optimistisch. ‘Zoals het nu uitpakt, worden we er toch blij van’, zegt hij. ‘Flex is onverminderd populair. Onze markt groeit.’ Wellicht omdat bedrijven nu niet na 2,5 jaar, maar al na 1,5 jaar nieuwe flexwerkers nodig hebben op posities die ze flexibel willen invullen, maar daarover moeten we de cbs-cijfers over 2016 afwachten. ‘Wij ontzorgen onze opdrachtgevers en die zorgen zijn alleen maar vergroot. Den Haag had naar werkelijke oplossingen moeten kijken in plaats van de oren te laten hangen naar de vakbeweging die niet wil zien dat de arbeidsmarkt volledig in transitie is. De uitzendbranche is niet de boeman. Wij betalen netjes cao-lonen!’ Volgens Bastian moet de overheid de hand in eigen boezem steken. ‘De thuiszorgcontracten worden allemaal gewonnen door de laagste aanbieder. Wij doen bijna niks meer in de zorg. Via ons kost een thuiszorgmedewerkster die onder de cao valt dertig euro per uur. Ja, dan kun je ze inderdaad beter voor dertien euro als zzp’er inhuren.’

Paul den Ronden, directeur van Tentoo, een van de grootste payrollbedrijven in Nederland, is het daarmee eens: ‘Als je het flexwerken wilt beperken, moet je niet de gevolgen bestrijden, maar de oorzaak aanpakken. Dan moet je de publieke omroepen genoeg geld en zekerheid geven om hun programma’s te maken. Dan moet je niet miljarden bezuinigen op de thuiszorg.’ Via Tentoo werken op jaarbasis twintigduizend flexwerkers, freelancers en zzp’ers in onder meer de film-, tv-, muziek- en theaterwereld, IT en de evenementenbranche.

Payrolling heeft een slechte naam omdat het de ideale manier zou zijn om schijnconstructies op te tuigen en de cao te ontduiken. Den Ronden: ‘Als iemand bij ons komt met de mededeling dat hij zich van zijn werkgever bij ons moet melden, omdat hij daar anders niet kan blijven werken, dan werken we daar niet aan mee. Wij nemen ook geen hele personeelsbestanden over.’ Den Ronden zegt er scherp op te letten dat mensen weten dat ze bij een payrollbedrijf in dienst komen en niet bij het bedrijf waar ze het werk uitvoeren.

Zijn bedrijf is interessant voor mensen die wel willen ondernemen maar nog onvoldoende opdrachtgevers hebben om een var aan te vragen, vindt Den Ronden. ‘Anderen zijn freelancer en willen flexibel werken, maar bewust geen zzp’er worden om hun recht op ww- en wia-uitkeringen niet te verliezen, en weer anderen zijn zzp’er maar laten ons hun facturering verzorgen.’ Voor werkgevers maakt Tentoo het leven ook gemakkelijker, erkent hij. ‘Ze hebben het werkgeverschap veel te ingewikkeld gemaakt. Voor kleine werkgevers is het niet de core business, die willen ondernemen en de strenge regelgeving belemmert dat.’

Voorlopig was 2015 een topjaar voor de uitzendbranche en ook voor 2016 worden records verwacht. Marco Bastian van de nbbu helpt politici en vakbondsbestuurders graag uit de droom: ‘Iedereen weer een vast contract? Dat gaat niet gebeuren. Dat is maar voor enkele groepen weggelegd. Laten we nou eens om de tafel gaan zitten om te voorkomen dat degenen die daarbuiten vallen ten prooi vallen aan boeven die willens en wetens constructies optuigen waar mensen niet beter van worden.’

‘Ik weiger minister Asscher credit te geven voor dit stukje broddelwerk.’ Ruben Houweling, hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is uiterst negatief over de Wet werk en zekerheid die nu ruim zeven maanden van kracht is. Hij spreekt over ‘een gemiste kans’. Volgens hem geeft de wet geen antwoord op de vraag naar meer flexibiliteit en gemakkelijker ontslag vanwege disfunctioneren of een verstoorde arbeidsrelatie – de meest voorkomende reden. ‘Het is nu ontzettend ingewikkeld geworden. Bij de kantonrechter kon de werkgever het voorheen afkopen als zijn dossier niet op orde was. Geld fungeerde dan als smeerolie. Als de werknemer nu niet akkoord gaat met het ontslag en de werkgever zijn dossier niet op orde heeft, kan de rechter de arbeidsovereenkomst niet ontbinden. Je krijgt vreselijke patstellingen en werkgevers zullen daarvoor terugschrikken.’

Veel vakgenoten zijn het met hem eens. Charlotte Dingemans, voorzitter van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland, noemt de wet van Asscher ‘naïef’. Ook al vindt ze het ontslagrecht ‘wel iets verbeterd’. Vroeger kon een baas óf naar het uwv óf naar de kantonrechter om van een vaste werknemer af te komen. Als het uwv het ontslag afhandelde kreeg de werknemer geen ontslagvergoeding en wie via de kantonrechter werd ontslagen, kreeg doorgaans een riante vergoeding. ‘Die willekeur en ongelijkheid is gelukkig geschrapt.’ Nu kan een bedrijf alleen naar het uwv voor economisch ontslag en heb je bij ontslag bij zowel uwv als kantonrechter recht op een transitievergoeding (een derde maandsalaris per gewerkt jaar voor de eerste tien jaar, een half maandsalaris voor elk jaar daarna).

Werkgevers zullen de ontslagprocedure geen belemmering vinden om mensen een vast contract te bieden, denkt Dingemans. ‘De werkelijke reden is natuurlijk die twee jaar doorbetaling bij ziekte.’ Voor vno-ncw is de Wet werk en zekerheid nu al niet meer relevant. Nog voor de zomer wil de werkgeversorganisatie met een nieuw plan komen. Schoenmaeckers: ‘Als inderdaad blijkt dat flexwerkers er juist sneller uitvliegen, dan moeten we terug naar de tekentafel.’

Terwijl de fnv denkt het tij nog te kunnen keren door het bemoeilijken van flexwerk, het afschaffen van de var en het schrappen van de zelfstandigenaftrek is vakbond cnv helemaal om. ‘Wij willen er niet alleen meer zijn voor de reguliere werknemer, maar een gelijk speelveld creëren voor alle werkenden’, zegt Piet Fortuin van cnv Vakmensen op zijn kantoor naast station Utrecht Overvecht. ‘We moeten iets verzinnen op die race to the bottom, voorkomen dat bedrijven concurreren op arbeidsvoorwaarden.’ Volgens Fortuin heeft zijn organisatie ‘een keiharde wake-up call’ gehad. ‘We ontkomen er nu al niet meer aan dat we straks met een grote groep nieuwe armen zitten met alleen aow. En er moet in de bouw gewoon niemand meer onverzekerd een steiger op. Als we nu geen nieuwe visie op arbeid ontwikkelen, is straks iedereen zzp’er en zijn alle verworvenheden afgebroken.’

‘We ontkomen er nu al niet meer aan dat we straks met een grote groep nieuwe armen zitten met alleen AOW’

Ook het cnv komt nog voor de zomer met zijn inzet. ‘We gaan honderd jaar terug als we toekijken hoe metselaars zestig of zeventig uur werken om het minimumloon bij elkaar te schrapen en niemand meer in werknemers investeert om te zorgen dat ze nog wat waard zijn als het werk wordt overgenomen door robots.’

Het ibo-rapport bevat drie opties voor beleidsingrijpen. In alle varianten sneuvelt de zelfstandigenaftrek. Het is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom het kabinet het rapport links liet liggen. Morrelen aan de zelfstandigenaftrek is voor beide regeringspartijen politieke zelfmoord.

Ook de meeste deskundigen vinden het geen goed idee. Als het zzp’ers niet lukt hun uurtarieven omhoog te krijgen, veroorzaakt het afschaffen van de zelfstandigenaftrek een slagveld onder zzp’ers in het middensegment. Zij zouden er duizenden euro’s per jaar op achteruit gaan. Voor zzp’ers aan de onderkant zou het weinig verschil maken omdat zij sowieso geen belasting betalen.

Twee van de drie beleidsvarianten bevatten een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden met uitkering op minimumloonniveau. In één variant is deze basisverzekering vrijwillig, maar wel voor iedereen – dus ook voor zzp’ers met een zwaar beroep of ziekteverleden – toegankelijk. Tegelijk met deze lastenverzwaring voor zzp’ers is in alle varianten een aanzienlijke lastenverlichting voor werkgevers opgenomen via het bekorten van de loondoorbetalingsplicht bij ziekte.

Veel arbeidsmarktpartijen pleiten voor ingrijpender hervormingen. Piet Fortuin van het cnv wil dat elke werkende in de toekomst verzekerd is, pensioen opbouwt en niet onder het bestaansminimum duikt. ‘Nee, niet al onze leden zijn er blij mee dat we bescherming bevechten voor zzp’ers en het beschermingsniveau van werknemers willen verlagen, maar dat is dan pech gehad. We winnen ook nieuwe leden die het waarderen dat we het lef hebben de reset-knop in te drukken. Arbeid is in Nederland veel te zwaar belast en daardoor vluchten werkgevers in flexwerkers en zzp’ers en groeit de tweedeling.’

Ook Charlotte Dingemans van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten ziet een basisstelsel voor alle werkenden als de weg voorwaarts: ‘We moeten de toegang tot bescherming, pensioen en scholing loskoppelen van het arbeidscontract’, aldus Dingemans. ‘Waarom heeft iedereen een verplichte aansprakelijkheidsverzekering? Omdat de nadelen niet opwegen tegen de voordelen voor de maatschappij. Waarom ligt alle verantwoordelijkheid voor de bescherming van werkenden bij de werkgever?’

Zelfs Maarten Post van ZZP Nederland, die altijd pleitte voor maximale keuzevrijheid voor de ondernemer, is inmiddels voor een collectief basisstelsel. ‘Vooral omdat acceptatie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering dan geen issue meer is en mensen niet met uitsluitingen of torenhoge premies te maken krijgen. We schieten er niks mee op als er over een paar jaar honderdduizend mensen in de shit zitten omdat ze geen verzekering hadden.’ Post vindt ook dat de pensioenen moeten worden hervormd. ‘Niemand zit meer zijn hele leven bij één baas.’

Ook Marco Bastian van uitzendkoepel nbbu vindt dat het niet meer zou moeten uitmaken of je een vast of flexibel contract hebt of een zzp’er bent, om toegang te krijgen tot pensioenen en verzekeringen. ‘En misschien moet je ook regelen dat zzp’ers niet hun pensioen en huis hoeven op te eten vóór ze recht hebben op bijstand. Wij organiseerden een congres waarop hoogleraar economie Barbara Baarsma het idee opperde van contracten voor maximaal vijf jaar. Dan blijft iedereen in beweging.’

Het cda is de enige politieke partij die al met een plan op de proppen kwam. Geen ambitieus plan in de lijn van de hiervoor geopperde ideeën, maar de oppositiepartij wil wel de doorbetalingsplicht bij ziekte voor werkgevers terugbrengen tot acht weken, waarna de rest uit collectieve middelen zou moeten worden gefinancierd. Ook zzp’ers zouden bij ziekte of arbeidsongeschiktheid langer dan acht weken recht krijgen op deze loondoorbetaling. Het nadeel hiervan is dat we daarmee terugkeren naar de tijd dat werkgevers overtollige werknemers enthousiast in de ziektewet dumpten.

Achter gesloten deuren bij de Sociaal Economische Raad in Den Haag wordt door werkgevers en vakbonden al een tijd koortsachtig overlegd. Als er deze zomer geen nieuw sociaal akkoord ligt, zullen politieke partijen er een thema van maken voor de Tweede-Kamerverkiezingen van maart 2017, en dat – daar zijn de geïnterviewden het over eens – zou een ramp zijn. De problemen op de arbeidsmarkt zijn te groot om te riskeren dat er weer een coalitie verdeeld raakt over de weg voorwaarts.


Dit is het eerste deel in een serie over de Nederlandse arbeidsmarkt

Beeld: (1) WTC/Zuid, Amsterdam, 2003/2005. Uit de serie For the Time Being van Lard Buurman (LARD BUURMAN ); (2) Stadionstraat, Amsterdam, 2003/2006. Uit de serie For the Time Being van Lard Buurman (LARD BUURMAN)