Marokkaanse homofilm is geen teken van tolerantie

Rabat – Mido kijkt woedend als hij binnenkomt. Naar mijn kladblok, waar de cijfers 489 en 490 in gekrabbeld staan. ‘Die cijfers haat ik vanuit het diepst van mijn ziel.’

Mido (24) is homo. 490 is het Marokkaanse wetsartikel dat seks tussen twee ongetrouwde mensen verbiedt. Artikel 489 legt zes maanden tot drie jaar cel op ‘tegennatuurlijke handelingen tussen mensen van hetzelfde geslacht’. ‘De overheid gaat níet over mijn privé-leven. Die artikelen zijn ontleend aan de islam en ik ben een totaal-atheïst. Een maatschappij hoort seculier te zijn, zodat de wet iedereen gelijk behandelt. Punt.’

Mido wil wel praten. Over de film L’armée du salut van de homoseksuele Marokkaanse schrijver Abdellah Taïa bijvoorbeeld, die op 14 februari voor het eerst in Marokko te zien was (Taïa zelf woont in Parijs). De film gaat over de ontluiking van een homo-jongen in Marokko. De in Tanger gevreesde demonstraties tegen de film bleven uit, op een enkele opmerking tijdens de nazit na. Mido: ‘Het is goed dat die film er is. Maar dat hij hier kan draaien is puur een imago-ding. Marokko wil aan de wereld laten zien hoe tolerant het is. Dat is het niet, want ik kan niet leven zoals ik verkies.’

In Marokko leven homo’s doorgaans volgens het adagium don’t ask, don’t tell. Mido heeft zijn ouders duidelijk gemaakt dat ze niet over trouwen moeten beginnen, daarna is er niet meer over gesproken. Dat neemt niet weg dat hij soms bang is om de deur open te doen, omdat het de politie kan zijn. ‘Ik kan vriendjes uitnodigen, maar iemand kan dan de politie bellen om me aan te geven. Dan kun je gearresteerd worden. Ik kies noodgedwongen voor een voorzichtig leven. Dat mag een staat niemand aandoen.’

Hij wil wel praten over drie Marokkanen die onlangs in Spanje asiel aanvroegen, waarbij ze zich beriepen op hun geaardheid. Want natuurlijk zijn er plekken waar mannen elkaar ontmoeten. In de toeristensteden en in sommige hamams. ‘Iedereen kent die plekken, ook de politie. Iedereen weet dat er homo’s zijn. Maar in de maatschappij mag je er niet zijn. Dat is hypocriet.’

Mido zelf zou ‘nooit’ asiel aanvragen vanwege zijn geaardheid; dat zou een overgave betekenen. Hij wil wel naar Rotterdam verhuizen, overigens, intrekken bij een vriend. Opdat hij ‘in een open maatschappij kan leven. Maar de meeste van mijn vrienden willen gewoon hier blijven. Ze hopen dat er iets verandert in de maatschappij. Ik zie dat niet gebeuren.’