Televisie

Marokko en de Marokkanen

Televisie: over de dreiging van het extremisme

In Buitenhof stelde Bolkestein dat de strijd tegen gewelddadig moslimextremisme vier zaken vereist: geld en ruimte voor de AIVD; infiltratie van radicale organisaties; inzet en betrokkenheid van de Marokkaanse gemeenschap hier, en een actieve rol voor de Marokkaanse regering. Vooral dat laatste benadrukte hij. De Marokkaanse koning is immers niet zomaar een staatshoofd, maar Gebieder van de Gelovigen (want afstammend van de Profeet). Bovendien beschouwt Marokko al zijn emigranten, ook in tweede en derde generatie, als eigen onderdanen. Mohammed VI zou duidelijk moeten maken dat zijn land geen moordenaars wil exporteren; dat Marokko een «normale, moderne staat, een democratie» wil worden, en dat Marokkanen in den vreemde ter plekke dienen te integreren – iets dat Hassan II nu juist niet wilde.

Behalve over het paradoxale aspect dat de koning zijn macht dus eigenlijk moet gebruiken om die van Beatrix, Balkenende of Grondwet te propageren (luister niet langer naar mij, beveel ik u), was ik verbaasd over die analyse van de positie van de Marokkaanse overheid. Alsof die niet nog meer dan wij de schurft heeft aan en doodsbang is voor islamisme. Zij bestreed dat te vuur en te zwaard (sjeik Yassin en zijn beweging kunnen ervan meepraten) en lange tijd met groot succes, mede dankzij het feit dat Marokko nu juist geen parlementaire democratie is en zich van burgerlijke vrijheden verdomd weinig aantrekt. Wat, krijg ik de indruk, menige Nederlandse politicus die nu de term oorlog gebruikt niet meer zo verwerpelijk in de oren klinkt.

Ondanks die machtsmiddelen kwam de islamistische Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD) sterk op en is het de strategie van de staat om die in te kapselen, zoals hij dat, in afwisseling met harde straffen, altijd met opposities heeft gedaan. Maar toen kwam vorig jaar de klap van Casablanca, uit veel radicalere hoek. Hoe geloofwaardig en legitiem denkt Bolkestein dat Mohammed VI is in de ogen van Mohammed B. en zijn kornuiten die sjeik Yassin en de PJD als slappe hap beschouwen? Die haten Rabat en Riyad minstens zozeer als Den Haag. Voor hen komt morele autoriteit niet van de Marokkaanse staatstelevisie, Overtoomseveldse buurtvaders of 99 procent van de polder imams, maar van internet.

Hulde trouwens aan de NMO, de EO van Allah, die zoekt naar debat met ongelovigen en criticasters. Ze herhaalden zondag hun gesprek met Theo van Gogh uit 1992 – een bijna «prettig» gesprek want recht voor zijn raap, scherpzinnig maar zonder de provocaties die zijn stellingname vaak verziekten. Bijna niet meer om aan te zien door wat volgde. «Nee, ik geloof niet dat er hoop is», was zijn slotzin.