Frankrijk heeft Marokko met 2-0 verslagen, maar de supporters vierden toch een feestje in Den Haag © Nico Garstman / Hollandse Hoogte / ANP

Bloemrijk zijn teksten die over de lippen van voetballers gaan zelden. Vaak weten beelden de werkelijkheid het treffendst te grijpen. Zoals het vertederende moment van moederlijke vreugde na de Marokkaanse overwinning op Portugal. Een vrouw die glom van trots, even ongedwongen als aritmisch dansend om de successen van haar zoon, middenvelder Sofiane Boufal.

In een enkel beeld werden verschillende vooroordelen en clichébeelden die wereldwijd aan moslims kleven op slag vertrappeld. Het gaf de menselijkheid weer waarvan zij zo vaak beroofd worden in de manier waarop ze worden afgebeeld. Precies daarin school de werkelijke rijkdom achter de Marokkaanse triomf, waar donderdagavond met een nederlaag tegen Frankrijk een bitter einde aan kwam.

Vier minuten en 39 tellen duurde het, alvorens de figuurlijke wereldorde die het Marokkaanse elftal met zijn bijzondere parcours brutaal had opgeschud weer bij het oude was. Het vliegensvlugge openingsdoelpunt van de Fransman Theo Hernández kwamen de Marokkanen, in hun prachtige tomatenrode shirts, nooit meer te boven.

Voor Marokko was dit WK in Qatar een middel gebleken om oude rekeningen – het versperde eerder Spanje en Portugal de weg naar de finale – te vereffenen met de oud-kolonisator. Ze prikkelde daarmee de fantasie voor wat dan wél kan. Heel even werden de machtsverhoudingen op hun kop gezet. Heel even gristen de Atlasleeuwen het superioriteitsgevoel dat als comfortabele mat diende weg onder de zolen van de oude koloniale mogendheden.

Met haar illustere prestaties strooide een bijzondere generatie Marokkaanse voetballers ongekende vreugde rijkelijk in het rond. En die bereikte gemeenschappen tot ver buiten de eigen geografische grenzen. Wat zich in Qatar binnen de krijtlijnen afspeelde, werd in iedere vezel van het lichaam uit Afrikaanse en Arabische diaspora gevoeld. Marokko wierp zich op als fakkeldrager voor diverse gemeenschappen. Voor Afrika. Voor de Arabische wereld. Voor moslims. Vlaggen, geboorteplaatsen en landsgrenzen waren voor even irrelevant. Drie weken lang deed het harten zingen.

Van straatfeesten in Somalië en Nigeria tot massale gebedssessies in Indonesië. Wie zag zichzelf níet in dit voetbalteam? De zegereeks was een triomf op onderdrukking. Als een zeldzame lichtstip van hoop onder een grote paraplu van gedeelde ervaring: van islamofobie tot racisme en al het leed daartussen. Een viering van het anders zijn. Symbool voor het overeind klauteren van de tegencultuur.

De veelvoud aan vlaggen – van de Algerijnse, de Tunesische (hierzo!) tot de Turkse – die wereldwijd wapperden tijdens straatvieringen belichaamde een bijzondere vorm van broederschap. Ook aan de politieke ondertoon was moeilijk te ontkomen. De Palestijnse vlag, symbool voor de ultieme Arabische onderdrukking, was prominent onderdeel van de zegevieringen onder Marokkaanse spelers.

Het versterkte gevoel van identiteit, de solidariteit en broederschap vond ook in verschillende diaspora in Nederland weerklank. Zeker voor de post-9-11-generatie voor wie het nooit vanzelfsprekend is geweest om haar identiteit te vieren, was dit betoverende moment het koesteren waard.

Zij behoren tot een groep die bij voorbaat in de verdediging wordt gedrukt. Die genoodzaakt is om te gaan met de dubbele standaard die hun wordt aangemeten. Van wie middelmatigheid zelden wordt aanvaard. Voor wie deuren dicht blijven in een samenleving waar empathie en zelfreflectie vaak ontbreken.

Door hun prestaties kochten in Nederland geboren Marokkanen – voor even toch – het geschenk van de stilte onder volhardende sceptici. Want met hun voetbalsuccessen rekenden figuren als Sofyan Amrabat, Hakim Ziyech en Noussair Mazraoui af met een kwellende relatie die zij net als vele anderen met de publieke beeldvorming onderhouden.

Binnen de Nederlandse voetbaljournalistiek zijn grilligheid en opstandigheid uitgegroeid tot modekreten om spelers met een migratieachtergrond aan te duiden. Gretig aangewende clichés – ‘lastig’, ‘niet te coachen’ – zouden onderdeel zijn van het zogeheten ‘marokkanenprobleem’ binnen het voetbal. Want alleen ‘nederigheid’ en ‘discipline’ effenen het pad naar voetbalsucces, toch?

Het is een veelvuldig opgehangen beeld – de ene keer subtieler dan de andere – dat moedeloos stemt. Boven op de realiteit dat racisme en antimigratiedenken in Europa steeds een onverholen gedaante heeft aangenomen, mag het geen wonder meer heten dat de loyaliteit van grote biculturele talenten vaker naar hun ‘andere’ nationaliteit opschuift. Het is nu eenmaal prettiger om je te begeven op plekken waar je bestaan wordt gevierd, en niet louter wordt getolereerd. En dát hebben strijders – jazeker – als Boufal, Amrabat, Ziyech en Mazraoui heel goed begrepen.

In dit blog doet De Groene komende weken verslag van het WK in Qatar – verslag van mensenrechten, misstanden, het mediacircus en misschien soms voetbal.