Met de beeldvorming van «Marokko» gaat het goed

Marokko-Nederland 400 Jaar 1 jaar

Na een jaar van activiteiten in het kader van de vierhonderdjarige betrekkingen tussen Nederland en Marokko valt er een balans op te maken: met de beeldvorming gaat het goed, maar commercieel verkoopt «Marokko» belabberd.

MARRAKESJ/AMSTERDAM – Het bezoek van prins Willem-Alexander en prinses Máxima twee weken geleden aan Marrakesj vond plaats onder enorme belangstelling. Behalve de pers trok er een karavaan mee van Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse muzikanten, kunstenaars, waterbouwkundig ingenieurs en, op speciaal initiatief van de prins, een groep van twaalf jongeren.

Deze door Forum (Instituut voor multiculturele ontwikkeling) wel heel zorgvuldig geselecteerde studerende en geïntegreerde Marokkanen – onder anderen de dochter van PvdA-kamerlid Arib – waren tijdens het officiële programma prominent aanwezig. Of het nou de opening van het watercongres, de tentoonstelling Respect!, het muzikale programma Art en Tour of een bezoek aan een lokale madressa was: de fotografen en cameraploegen baanden zich duwend en trekkend een weg om de groep lachend geposteerd rond het prinselijke paar vast te leggen. Als identiteitsambassadeurs vertelden ze «hoe fijn het is om twee culturen in zichzelf te verenigen». Hoewel deze assertieve en geslaagde jongeren bepaald niet exemplarisch zijn voor de grotere, minder kansrijke groep, dragen ze wél bij aan positieve beeld vorming van de Marokkaanse gemeenschap.

Dat er zoveel méér is dan de sombere realiteit is gebleken tijdens de viering van vierhonderd jaar relaties tussen beide landen. Het feestelijk jubileum, dat precies een jaar geleden begon met een grote historische overzichtstentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, heeft laten zien dat multiculturaliteit geen dood begrip is. Met de verhoudingen tussen Nederlanders en Marokkanen gaat het zelfs beter dan ooit, hoewel dit tegenwoordig bijna klinkt als een ironisch statement.

Afgelopen jaar is er vanuit de stichting Marokko-Nederland 400 Jaar en het uitvoerend bureau Brains Unlimited een lawine aan interculturele ontmoetingen en evenementen gegenereerd. De teller staat voorlopig op bijna tweehonderd initiatieven. Reeds langer lopende activiteiten kregen een extra spin-off.

In zo’n beetje iedere gemeente in Nederland stond dit jaar wel «iets met Marokkanen» op het programma. Van bazaars tot culinaire avonden en van politieke debatten tot scholierenuitwisselingen: het was vaak door en voor gewone mensen die elkaar in het dagelijks leven nauwelijks ontmoeten. Er waren landelijke tentoonstellingen van fotografen en kunstenaars, filmfestivals, concerten, workshops, dansoptredens en sportprojecten. Op het gebied van gezondheidszorg werden relaties aangeknoopt. Marokkaanse journalisten gingen naar Nederland en omgekeerd werkten Nederlandse collega’s op Marokkaanse redacties. In de zomer voer de driemaster Oosterschelde als een cultuurschip vol met artiesten vanuit Nederland langs de Noord-Afrikaanse kust, om in havensteden aan te meren voor popconcerten en allerlei theatrale mengvormen. Begin volgend jaar wordt in Rabat een Nederlands Cultureel Instituut geopend om culturele en wetenschappelijke betrekkingen structureel te bestendigen. Ook komt er een steunpunt in het Rif-gebergte, waar de meeste migranten vandaan komen.

En zo gaat het voorlopig nog even door. Deze week vindt bijvoorbeeld in het Rotterdamse Ahoy’ de beurs Maroc Plus plaats. In het GeM, Museum voor Actuele Kunst in Den Haag wordt dit weekend de tentoonstelling De ideale moslimvrouw van de Nederlandse kunstenares Aline Thomassen geopend. Onderdeel hiervan is het beeldproject Ik reis door jouw hoofd. Thomassen maakte vanuit Marokko drie maanden lang iedere dag een tekening die ze samen met geluidsfragmenten van kunstenaar Lázaro Tejedor op haar weblog presenteerde. Haar uitgangspunt is het verborgen, intieme leven van vrouwen bloot te leggen. De geluidsopnamen van het dagelijkse leven vormen het kader eromheen: de publieke omgeving die niks ziet van het veelal loodzware bestaan – achter elkaar kinderen baren in een sociaal schrale situatie – van de (gesluierde) vrouwen. Terug in Nederland werken ze in omgekeerde richting. Ze maken beelden en geluiden van Nederlandse en Marokkaanse vrouwen die ze naar een Marokkaanstalige weblog zenden.

Opmerkelijk detail is dat de titel – De ideale moslimvrouw – van de expositie in Den Haag de nodige angstige toestanden achter de schermen met zich meebracht. Zou het niet aanstootgevend zijn zodat het agressieve reacties van fundamentalisten opwekt? Thomassen, die al meer dan tien jaar in Marokko komt, hield voet bij stuk: «Ik wil met mijn werk juist mijn oprechte bewondering voor de Arabische vrouw en mijn fascinatie voor de visuele rijkdom van het leven in Marokko laten zien. Ik ben nergens bang voor, waarom zou ik?»

Dit project symboliseert bij uitstek de doelstellingen van de stichting Marokko-Nederland 400 Jaar: de meerwaarde die wederzijdse beïnvloeding van twee culturen oplevert. Tonen dat Marokko een rijke geschiedenis heeft en dat Marokkaanse migranten een grote bijdrage leveren aan de Nederlandse keuken, mode, design, literatuur, muziek en beeldende kunst.

In schril contrast met deze creatieve waarden staat de economische deelname. In handel en zaken blijkt niet de grote slagkracht van Marokkanen te liggen. Dit hebben de organisatoren achter de projecten ondervonden. Marokko viel financieel moeilijk te verkopen. Niet aan grote bedrijven om met sponsorgelden steun te verlenen aan de culturele manifestaties. En niet aan de overheid om publieksgeld te investeren in deze opbouwende sociaal-maatschappelijke impuls. Gelukkig bleek Buitenlandse Zaken wel bereid tot enige steun voor het opzetten van het Stichtingsbestuur en financierde het Cultuurfonds HGIS ruimhartig het cultuurschip.

Hoe kijkt de organisatie terug op het Marokko-jaar, dat startte onder een slecht gesternte, namelijk een maand na de moord op Theo van Gogh? Volgens stichtingsbestuurslid Herman Obdeijn zijn de verwachtingen overtroffen: «Zeker, door de moord op Van Gogh dachten we: hemel, wat betekent dat voor ons? Maar er bleek óók grote behoefte te zijn aan dit thema. Ik heb nooit kunnen denken dat het zoveel positiefs zou losmaken.» Kwantificeren is natuurlijk lastig, want het gaat om banden die op langere termijn moeten beklijven. Herman Obdeijn: «Uit onderzoek blijkt dat in de periode vóór de moord op Van Gogh Marokkanen voor tachtig procent negatief in de media kwamen. Daarna is het omgekeerd. Dat is direct gerelateerd aan artikelen over onze projecten. Of: van de 180.000 bezoekers van de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk waren er veertigduizend van Marokkaanse afkomst. Normaal gaan zij niet naar een museum.»

De voormalige universitair hoofddocent mi gratiegeschiedenis in Leiden was in 2003 een van de initiatiefnemers van het feestelijke jaar. De aanleiding was de viering in 2001 van de Japans-Nederlandse relaties. Daarvoor kwam veel sponsorgeld los. Hij dacht: waarom zouden we dat ook niet doen voor Marokko, we hebben hier tenslotte te maken met driehonderdduizend Nederlanders van Marokkaanse afkomst: «De beeldvorming wordt sterk gedomineerd door het verhaal over de komst in de jaren zestig van gastarbeiders en de tweede generatie die zorgt voor problemen. Maar de eerste contacten gaan vierhonderd jaar terug in de tijd, toen de diplomaat Pieter Maertensz Coy handelsbetrekkingen aanging met de Marokkaanse sultan. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog waren Marokko en de jonge republiek Der Zeven Provinciën bondgenoten tegen Spanje. Ik zag genoeg historische aanknopingspunten om aan de slag te gaan met beide culturen.»

Een stichting werd in het leven geroepen onder voorzitterschap van historicus professor Henk Wesseling, die vanwege zijn Franse oriëntatie en goede contacten in Den Haag en met het koningshuis de aangewezen persoon was. Beschermheren werden niemand minder dan de Marokkaanse koning Mohamed VI en prins Willem-Alexander van Oranje. De comités van aanbeveling in Marokko én Nederland bestonden uit een lange lijst ministers, burgemeesters en ambassadeurs. Het Amsterdamse communicatie -en wervingsbureau Brains Unlimited nam de coördinatie en fondsenwerving op zich. Het bedje leek gespreid om de kruisbestuiving tussen beide culturen op gang te brengen.

Alleen: ze hadden geen cent om de boel op te starten. Herman Obdeijn: «De overheid voelde er niks voor zich van tevoren financieel vast te leggen. Ze vonden het leuk hoor, maar we moesten eerst eens laten zien wat er ging gebeuren.»

Voor het bedrijfsleven gold hetzelfde, zegt Obdeijn. Terwijl voor de China-manifestatie, die dit najaar plaatsvond, de sponsors in de rij stonden en er miljoenen op tafel kwamen, lag Marokko commercieel moeilijk. Obdeijn vindt dat wrang: «In Marokko ligt geen enkel economisch belang en kennelijk weinig prestige.»

Directeur Jos Rek van Brains Unlimited kijkt wat dat betreft somber terug op het verder succesvolle jaar. Hij geeft het ruiterlijk toe: hij heeft het kolossaal onderschat. «Wij wilden maatschappelijk wat teweegbrengen, en daarin zijn we ruimschoots geslaagd. We spraken met tientallen mensen die dolenthousiast waren. Iedereen riep: Marokko, daar moeten we wat mee. Als puntje bij paaltje kwam hoorden we vaak niks meer. Dat geldt niet voor iedereen: de gemeente Amsterdam en Cultuurfonds HGIS hebben ons bijvoorbeeld enorm gesteund.»

Door de private status van het initiatief bleef de fondsenwerving moeizaam verlopen. Iets opzetten van een dergelijk grote omvang kan kennelijk alleen slagen als het krachtig en onvoorwaardelijk door de overheid financieel wordt ondersteund. Een publiek-private samenwerking is nooit van de grond gekomen. Zo ging er toch nog het een en ander mis. Het cultuurschip, een van de hoogtepunten van het jubileumjaar, leed sterk onder tegenvallende inkomsten. De Stichting Doen/Postcodeloterij beloofde veel, maar het werd niet in klinkende munt omgezet. «Waarschijnlijk vanwege de beladenheid van het onderwerp door de moord op Van Gogh», zegt Rek, «maar dat werd uiteraard nooit met zoveel woorden gezegd. Duidelijk is dat hierdoor Marokko geen toverwoord was; het werd politiek te tricky.»

Voor het opstartkapitaal investeerde zijn bureau zelf «veel geld». Uiteindelijk konden de meeste projecten zichzelf bedruipen, mede door de komst van kleine sponsors. Zijn bureau lijkt nu ironisch genoeg bijna onder het eigen succes te bezwijken, want gedurende het jaar kwamen er steeds meer projecten bij. Rek maakt een balans op van ruim een half miljoen verlies, een bedrag dat op een relatief klein wervingsbureau een zware wissel trekt op de boekhouding.

In het kantoor liggen zeven ordners met artikelen uit kranten en weekbladen. Het ene stuk – van Brabants Dagblad tot Franstalige Marokkaanse media – nog positiever dan het andere. Volgens Rek zag VVD-kamerlid Hans van Baalen als een van de weinigen het wel helemaal zitten. «Hij heeft zich voor ons hard willen maken.» Ook hij stuitte blijkbaar op onwil. In Den Haag geldt positief investeren in integratie als passé. Maar toen bleek hoe succesvol het Marokko-jaar werd ontvangen door het brede publiek meldde de overheid zich opeens wel aan de poort.

De regering praat wat af over integratie. Ze ziet de Marokkaanse gemeenschap als onderdeel van een groot maatschappelijk probleem: een etnisch-religieuze groep die economisch zwak presteert en vanuit een geïsoleerde positie geneigd is tot het omarmen van de radicale islam. Al die miljoenen aan antiterreurmaatregelen zouden in de traditionele Hollandse koopmansgeest ook anders besteed kunnen worden. Uitgerekend in het post-Van Gogh- klimaat heeft de overheid niet de kans gegrepen om de middelen te verschaffen voor deze Operatie Zelfvertrouwen & Integratie. Anderen moeten maar op de blaren zitten.