Marokko’s koning wil welvaart beter verdelen

Rabat – Het was een welhaast historische speech die Mohammed VI van Marokko deze zomer uitsprak toen hij vijftien jaar koning was. ‘M6’ roemde de economische inhaalslag van de afgelopen jaren.

De nieuwe wegen, de haven bij Tanger, de enorme zonnewarmtecentrale die wordt gebouwd in het zuiden van Marokko. De welvaart die dat met zich meebracht. En toen kwam het: ‘Waar is die welvaart? Is die ten goede gekomen aan alle Marokkanen, of alleen aan bepaalde delen van onze maatschappij? Er is geen diepe analyse nodig om die vragen te beantwoorden. (…) Tijdens mijn bezoeken in het land heb ik signalen gezien van armoede en kwetsbaarheid, en acute voorbeelden van sociale ongelijkheid.’

De koning, ’s lands hoogst verantwoordelijke (die volgens Forbes ruim twee miljard dollar bezit), kaartte de ongelijkheid in Marokko aan. Een reactie kon niet uitblijven en die kwam dan ook, vorige week. In een appèl drongen 77 vooraanstaande intellectuelen aan op een nationaal debat over de ongelijke verdeling van de rijkdom. Azeddine Akesbi, voorman van Transparency Maroc, ondertekende het appèl. ‘We hebben een land van monopolies, corruptie, beperkte transparantie. De koning heeft een grote verantwoordelijkheid, maar legt geen verantwoording af. Het is goed dat hij de aanzet heeft gegeven, nu moet het debat daarover nationaal gevoerd worden.’

Mede-ondertekenaar en journalist Ali Anouzla is het met hem eens. ‘Maar of het debat echt op gang komt, hangt ook af van de motivatie van de 77. De meesten van ons staan op een zwarte lijst.’ Die lijst bestaat niet op papier, maar volgens Anouzla worden veel van de ondertekenaars bewust niet uitgenodigd voor debatten op tv of radio. Marokko’s bekendste journalist zelf zat eind vorig jaar bijna veertig dagen vast. Officieel omdat hij terrorisme zou hebben gefaciliteerd door naar een blog met een al-Qaeda in de Maghreb-video te linken, maar algemeen wordt aangenomen dat hij werd opgepakt vanwege zijn kritische houding. Anouzla: ‘De landelijke media waar de discussie plaats zou moeten vinden, zijn propagandakanalen in handen van de machthebbers.’

Terwijl het debat over de verdeling van de rijkdom zeer wezenlijk is, stelt hij. Want hoe kan het, vraagt hij zich af, ‘dat dure projecten worden aangelegd waar vooral rijken van profiteren, terwijl in het Atlasgebergte mensen zonder stromend water zitten, jaarlijks ingesneeuwd raken en soms doodvriezen? Dát verschil in ons land, dat is het echte debat.’