Martelgang

Het is een rottige klus, maar iemand moet het doen: de Partij van de Arbeid aan veel zetels helpen, meer dan de peilingen op dit moment uitwijzen. Leider Diederik Samsom is optimistisch.

Medium den haag 33 2012 martelgang

PVDA-LEIDER Diederik Samsom is een optimist. Dat zegt hij zelf, tenminste. En dat blijkt ook wel uit de laatste woorden waarmee hij afgelopen zaterdag in Den Bosch zijn toespraak afsloot die het begin markeerde van wat de PVDA de hete fase van de verkiezingscampagne noemt: ‘Op naar de overwinning’.

De overwinning? Het past bij de Olympische mentaliteit waar Samsom in Den Bosch aan refereerde. Want wie gelooft er in sporters die zeggen wel te zullen zien hoe ver ze zullen komen? Maar is het ook realistisch van Samsom?

Bij het begin van die hete fase staat de Partij van de Arbeid er in de peilingen in ieder geval niet best voor. Met nog een kleine vier weken te gaan tot de dag van verkiezingen schommelt het aantal Kamerzetels voor de PVDA in die peilingen tussen de 15 en 22. Het is in het verleden wel vaker voorgekomen dat de sociaal-democraten zich vanuit een verloren gewaande positie terug moesten vechten en ook ver kwamen. In 2010 onder meer, maar toen bleek Job Cohen – die het leiderschapsstokje vlak voor de verkiezingen had overgenomen van Wouter Bos – een stemmentrekker. Op de avond van die verkiezingen, op 9 juni 2010, was het tot ver in de nacht spannend wie de grootste partij zou worden: de VVD of de PVDA. Eén zetel slechts was het verschil, maar daardoor kreeg de VVD wel het voortouw in de kabinetsformatie, een positie die de liberalen toen ook optimaal hebben benut.

Een stemmentrekker als Cohen is Samsom tot nu toe echter niet gebleken. Wat overigens niks zegt over zijn kwaliteiten als politiek leider, zoals ook het omgekeerde geen voorspellende waarde had: Cohen redde het niet als fractievoorzitter van de grootste oppositiepartij in het huidige sterk gepersonaliseerde en harde politieke klimaat.

Wat het optimisme van Diederik Samsom, in combinatie met de slechte peilingen, echter anders maakt dan in alle voorgaande gevallen, dat is de sterke positie van de SP.

Deze concurrent van de PVDA op de linkerflank staat al geruime tijd op winst in de peilingen en lijkt met een zetelaantal dat ­schommelt tussen de 31 en 37 groter te gaan worden dan de sociaal-democraten. Dat zou inderdaad historisch zijn, zoals oud-PVDA-senator Joop van den Berg vorige week in de Volkskrant zei.

Dan is de PVDA voor het eerst in haar 66-jarige bestaan niet meer dé partij op links, maar slechts een partij op links. Dat zou een hard gelag zijn voor Samsom, partijvoorzitter Hans Spekman en hun partijgenoten. Het zou ongelooflijk pijn doen. De historisch lage verkiezingsuitslag voor de PVDA in 2002 van 23 Kamerzetels zou erbij verbleken.

Destijds verloor de Partij van de Arbeid kiezers aan de in dat jaar snel opgekomen Lijst Pim Fortuyn, kiezers die de sociaal-democraten een jaar later ook net zo snel weer terugkregen toen bleek dat de LPF er zacht gezegd een zooitje van had gemaakt.

De Socialistische Partij is echter geen eendagsvlieg, maar een goed geoliede partij die gestaag heeft gewerkt aan haar opmars. Deur voor deur, plein voor plein heeft de SP haar kiezers benaderd, en dan niet alleen in verkiezingstijd zoals partijleider Samsom nu aan het doen is, maar door het hele jaar heen. Inmiddels is de SP achttien jaar vertegenwoordigd in de Tweede Kamer en gegroeid van twee zetels toen naar vijftien zetels nu, met een uitschieter van 25 zetels in 2006.

De PVDA zit eigenlijk in een ingewikkeld parket. Om een einde te kunnen maken aan het door de sociaal-democraten verafschuwde, in hun ogen neo-liberale beleid van VVD, CDA en gedoogpartner PVV zou een sterk links blok een uitkomst zijn. Maar daarvoor moeten ze dan samenwerken met de SP, terwijl die partij in deze verkiezingsstrijd juist hun grootste concurrent is.

Blijkbaar is het niet de bedoeling van de PVDA om met deze situatie voorzichtig om te gaan. Partijvoorzitter Spekman ging er begin deze maand al hard in: hij noemde SP-leider Emile Roemer een gevaar voor de economie. Na een inmiddels vijf jaar durende economische crisis, die nu echt zijn tol begint te eisen en die grosso modo kan worden toegeschreven aan het op te grote voet hebben geleefd van individuen, bedrijven en landen, zou juist de SP een gevaar zijn voor de economie?

Het casinokapitalisme kwam toch van rechts?

Spekman moet wel echt ten einde raad zijn om Roemer een gevaar te noemen. Het is natuurlijk verkiezingsretoriek. En de tactiek van de PVDA is dan – zo lijkt tot nu toe – dat Spekman op de man speelt, zodat partijleider Samsom zijn handen schoner kan houden, wat prettig is als er na de verkiezingen met Roemer onderhandeld moet worden. Samsom haalde in Den Bosch dan ook alleen indirect uit naar de SP door op te merken dat de realiteit niet alleen vraagt om een partij met een links hart, maar ook ‘om een partij die begrijpt dat het geld ook verdiend moet worden’. Want dat is wat de PVDA de SP verwijt: dat die partij onvoldoende oog heeft voor het bedrijfsleven, maar wel de overheid veel geld wil gaan laten uitgeven.

De linkse kiezer moet kiezen en gaat de twee straks uit elkaar spelen. ‘Nu ik op wat meer afstand sta’, zei Job Cohen onlangs in NRC Handelsblad, ‘denk ik: waarom kan dat niet gewoon in één club?’

Inderdaad, met één progressieve partij zouden ze sterker staan. Maar dat wordt altijd alleen gezegd door politici die de arena hebben verlaten. Of door politici die hebben verloren. Na een eventueel historische uitslag op 12 september weten we dus hoe de reacties zullen zijn. De SP zal er niet voor voelen. Zeker niet als die partij ook nog eens zo groot wordt dat ze kans maakt de premier te leveren.


Beeld: Milo