Protocollen en conventies tegen folterpraktijken

Martelinspecties

In de Penitentiaire Inrichting Overamstel houdt Volkert van der G. — verdacht van de moord op Pim Fortuyn — nog altijd zijn lippen stijf op elkaar. «In het buitenland kunnen ze iemand martelen om hem te laten praten. In Nederland mag dat niet», verzuchtte in dit verband een teleurgestelde Fortuyn-aanhanger in Het Parool. Dat er in veel buitenlanden nog altijd gevangenen gemarteld worden, is voor een deel debet aan het gebrek aan controles op naleving van de in 1987 tot stand gekomen Conventie tegen het Martelen, die door meer dan honderd landen is ondersteund. De Verenigde Staten, die tijdens het presidentschap van Bill Clinton het verdrag ratificeerden, ondernamen vorige week in de Economische en Sociale Raad een poging een aanvullend protocol te blokkeren dat preventieve onaangekondigde inspecties, bijvoorbeeld in gevangenissen, mogelijk zou moeten maken. Een motie van de VS om nog wat langer over de tekst van het facultatieve protocol van gedachten te wisselen (en dus de voortgang te obstrueren) kreeg weliswaar de steun van een aantal landen met een zekere reputatie op het vlak van de mensenrechten (China, Cuba, Egypte, Soedan et cetera), maar haalde het niet.

Na gebakkelei over het Internationaal Strafhof, de problemen bij het verdrag tegen landmijnen en het dreigement van de Verenigde Staten om vredestroepen uit Bosnië terug te trekken, werd de actie gezien als een zoveelste teken dat de regering-Bush onder internationale afspraken en verdragen uit wil komen. Angst voor inspecties op de marinebasis Guantánamo Bay op Cuba, waar meer dan vijfhonderd vermoedelijke al-Qaeda-leden worden vastgehouden, zou het protocol voor de VS volgens de New York Times onaanvaardbaar hebben gemaakt.

Theo van Boven, emeritus hoogleraar internationaal recht te Maastricht, werd december vorig jaar aangesteld als speciale VN-rapporteur tegen foltering. Hij nuanceert de al te dramatische berichten over de weigerachtige houding van Amerika. Het land heeft volgens Van Boven geenszins de intentie uit de Conventie te stappen. De VS zijn zelfs de grootste contribuant van een speciaal door de VN ingesteld fonds voor de slachtoffers van folteringen, en bij de uiteindelijke stemming over het protocol, nadat de VS-motie was afgewezen, stemden de VS-afgevaardigden niet tegen maar onthielden zich van stemming. Een land als Australië, dat bang is voor inspecties van de in opspraak geraakte vluchtelingenkampen voor de kust, stemde wél tegen. Het protocol is immers niet alleen bedoeld voor inspectie van gevangen, maar voor allerlei plaatsen waar mensen van hun vrijheid zijn beroofd. «Dat kunnen dus ook asielzoekers zijn die in detentie worden gehouden», aldus de Nederlandse VN-rapporteur.

Van Boven: «Amerikanen en anderen vinden dat het protocol te zeer ingrijpt in de rechten van soevereine staten. Wat harde foltering is, dat is iedereen natuurlijk wel duidelijk. Maar er zijn ook andere vormen van behandeling die in de Conventie worden aangeduid met ‹inhuman and degrading treatment and punishment›. Zeker in terrorismeverband lijkt het momenteel of het doel alle middelen heiligt. Steeds méér wordt door de vingers gezien. Het klimaat voor allerlei basisnormen op het gebied van de rechten van de mens is op dit moment bepaald niet gunstig. Wat de Russen in Tsjetsjenië uitvoeren, wordt nu internationaal geaccepteerd onder het mom van terrorismebestrijding.»

Daarnaast is er nog «een hele grijze zone van verhoormethoden» die internationaal voor discussie zouden kunnen zorgen, zegt Van Boven. «In Nederland hebben we bijvoorbeeld onze Zaanse verhoormethode gehad. Ook daarover bestaat internationaal nogal wat verschil van mening.»

Bezorgd is hij over de circa vijfhonderd al-Qaeda-gevangenen in Guantánamo Bay. «Het is vaak een slecht teken wanneer er geen contacten met de buitenwereld gedoogd worden en gevangenen anoniem blijven. De Amerikanen betogen daarbij dat in Guantánamo Bay geen Amerikaanse jurisdictie geldt omdat de basis op Cubaans grondgebied ligt. Dat is een heel gekke constructie, want ze hebben daar overduidelijk effective control. Je kunt niet zomaar een plek creëren waar geen normen gelden. Er is Amerikaans gezag en dus zijn de Amerikanen internationaal gesproken verantwoordelijk voor hoe zij zich daar gedragen.»

Door de weigering van Amerika om met het protocol in te stemmen, hoeven er dus geen inspecties op de Amerikaanse basis in Cuba plaats te vinden. Het protocol is immers alleen geldig voor de landen die het ondersteunen. Voor leden van de Raad van Europa, waaronder Nederland, bestonden zulke afspraken al.

In dat opzicht hoeft Volkert van der G. zich geen zorgen te maken.