Martine aubry

OP 10 OKTOBER vindt in de ambtswoning van de Franse premier Jospin het groots opgezette overleg tussen de sociale partners en de regering plaats. Aan de ene kant van de tafel zitten de vertegenwoordigers van de vakbonden, geleid door de communistische ijzervreter Louis Viannet, de socialist Marc Blondel en de gematigde Nicole Notat. Tegenover hen zitten de werkgevers, met als leider Jean Gandois. Tussen hen in, aan het hoofd van de tafel, zit premier Jospin, geflankeerd door twee van zijn ministers: Dominique Strauss-Kahn, minister van Financiën en Economie, en Martine Aubry, vice-premier en minister van Werkgelegenheid en Solidariteit.

De conferentie, die de voorgaande maanden door Aubry is voorbereid, draait om drie punten: werkgelegenheid, salaris een kortere arbeidstijd. De vergaderuren worden echter voornamelijk besteed aan de invoering van de 35-urige werkweek, hét hete hangijzer van de Franse politiek in de laatste maanden. Tijdens de verkiezingscampagne in 1995 beloofde Jospin de 35-urige werkweek in te voeren. Aubry pleitte in de zomer verschillende malen voor een wettelijk geregelde 35-urige werkweek zonder verlies van inkomen.
Aan de vooravond van de conferentie op 10 oktober hebben de vakbonden de regering als vanouds dringend gemaand zich aan haar belofte te houden. Massale stakingen zullen uitbreken als de arbeidstijdverkorting niet in een kaderwet wordt vastgelegd. De werkgevers dreigen daarentegen met hel en verdoemenis.
Er zit een pikant tintje aan het overleg. Werkgeversleider Gandois en minister Aubry hebben in een nog niet zo grijs verleden samengewerkt bij het aluminiumbedrijf Pechiney. De twee kennen elkaar goed. Tijdens het overleg over de 35-urige werkweek schuift Gandois Aubry een briefje toe: ‘Martine, ik begrijp wel dat jullie een symbool willen.’ Gandois denkt op dat moment dat hij het socialistische tij nog kan keren. Aubry schrijft terug: 'Het is écht belangrijk.’
Gandois is er dan echter nog steeds niet van overtuigd dat een regeringsdecreet onafwendbaar is. Pas als Jospin aan het einde van de vergadering plompverloren meedeelt dat de verkorte werkweek per 1 januari 2000 zal ingaan, beseft Gandois de ernst van de situatie. Te laat. In strijd met eerdere geruststellende uitspraken van Aubry heeft de regering de werkgevers onder de voet gelopen. Direct na afloop van het overleg schreeuwt Gandois: 'We zijn bedonderd. Als het oorlog is, dan is het oorlog.’
MARTINE AUBRY, dochter van de oud-voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors en van huis uit socialiste ('bij ons thuis werd op Mitterrand gestemd’), vervult sinds een aantal jaren een prominente rol in de Franse politiek. Ze is populair bij de traditionele achterban van de Parti Socialiste. Tijdens de laatste verkiezingscampagne, afgelopen voorjaar, kreeg ze van een enthousiaste arbeider te horen dat ze de 'enige echte kerel in de partij’ was, wat als compliment bedoeld was. Ouderwets strijdbaar en zelfverzekerd is Aubry nooit te beroerd de mouwen op te stropen om de penibele situatie van de minderbedeelden te verbeteren.
Tegelijkertijd staat Aubry bekend om haar uitstekende verstandhouding met de top van het bedrijfsleven. Twee jaar lang heeft ze leiding gegeven aan Pechiney. In 1991 vraagt Edith Cresson haar minister van Werkgelegenheid te worden. Aubry aarzelt geen moment.
Haar eerste periode als minister van Werkgelegenheid (1991-1993) is weinig succesvol. Ze heeft te weinig tijd en het probleem van de werkloosheid is te groot. Aubry denkt eraan de politiek en vooral de corrupte en vastgeroeste Parti Socialiste de rug toe te keren. Ze doet het niet. Ze wil voor haar linkse idealen blijven strijden. Ze stimuleert een groepje veertigers binnen de PS (de zogenaamde 'Quadras’) om de partij van binnenuit te moderniseren. En ze roept de Fondation Agir Contre l'Exclusion (FACE) in het leven, een stichting die zich bekommert om het lot van kansarme Fransen. Haar goede relatie met de grote ondernemingen buit ze slim uit: een aantal van die kapitaalkrachtige bedrijven zal FACE gaan financieren. De populariteit van Aubry groeit even snel als het budget van de stichting.
Bij de laatste parlementsverkiezingen wint ze - als kersverse wethouder van Lille - een zetel in de Assemblée Nationale. Niet lang daarna wordt ze gevraagd om opnieuw de functie van minister van Werkgelegenheid te vervullen. Al snel toont de nieuwbakken minister haar onveranderd ambitieuze opvattingen op het gebied van de bestrijding van de werkloosheid. Ze wil maar liefst zevenhonderdduizend nieuwe banen voor jongeren van 18 tot 26 jaar creëren, zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid. Dit plan, dat enige gelijkenis vertoont met onze Melkertbanen, veroorzaakt een eerste botsing met president Chirac. Het zal niet de laatste zijn.
In Frankrijk zit 12,6 procent van de beroepsbevolking zonder werk. Het lot van de nieuwe regering hangt voor een groot deel af van een succesvolle aanpak van dit probleem. De werkgelegenheidsvergadering van 10 oktober is van levensbelang voor de regering.
OP DINSDAG 7 OKTOBER doet Jospin de uitnodigingen voor de conferentie de deur uit. Eén dag later staakt een groot deel van het openbaar vervoer. De vakbonden willen op die manier 'druk op het debat leggen’. Ook van de kant van de werkgevers zijn er problemen. Zij dreigen het overleg te boycotten. Zij zien niets in de 'ouderwets-linkse’ politiek van Aubry en vrezen voor een verslechtering van de internationale concurrentiepositie van Franse bedrijven. Steun vinden de werkgevers bij de meer liberale minister Strauss-Kahn, die in een felle, deels in de pers gevoerde discussie met Aubry al langer pleit voor flexibiliteit en die fel tegen een kaderwet gekant is.
Geschrokken van de dreigende werkgeversboycot doet Aubry enkele uitspraken die de indruk wekken dat het met de wettelijke invoering van de 35-urige werkweek niet zo'n vaart zal lopen. In een interview met het weekblad Le Nouvel Observateur zegt Aubry: 'We moeten van de dogma’s af. Laten we geen vaste formules opleggen, maar een grote souplesse behouden. Alles is open.’ De radicale minister lijkt terug te krabbelen.
Voor de werkgeversorganisaties lijkt er geen vuiltje meer aan de lucht. Zeker niet als ook Jospin benadrukt dat de verkorting van de werkweek slechts een suggestie is geweest en dat alles in goed overleg zal worden besproken.
Dan is het vrijdag 10 oktober. Jospin en Aubry verloochenen hun socialistische aard niet. Zij hebben zich - volgens de linkse krant Libération - met de invoering van de 35-urige werkweek zelfs in de traditie van Blum en Mitterrand geplaatst. Het weekblad L'Express noemt het brute machtsvertoon van de regering 'verlicht jakobinisme’.
Drie dagen na de 'onderhandelingen’ treedt Jean Gandois af als voorzitter van de werkgeversorganisatie CPNF. Nog nooit is in Frankrijk een werkgeversleider voortijdig afgetreden. Gandois voelt zich verraden door zijn oud-collega Martine Aubry.