Marx komt terug

Grappig. Op Koninginnedag vond ik het boek Spinoza in Soviet Philosophy (G. L. Kline, Londen 1952).
Als ik dit schrijf heb ik nog niets in dit boek gelezen. Maar toen ik het thuis even opensloeg, vond ik allemaal blaadjes met wat namen en zinnen. Het zag eruit als aantekeningen van een college. Het kon ook een uittreksel zijn van het boek. Ik vermoedde een college, want ik kwam de namen van het blaadje niet meteen achter elkaar in het boek tegen. Het college was waarschijnlijk over het boek gegaan. Wat was er op dat college gezegd? Ik zag de namen staan van: Leucippus, Democritus, Lucretius. Daaronder stond: ‘Franse encyclopedisten’. Daaronder Feuerbach.
Gezien het boek dat ik had, moesten ze in verband staan met Marx.
Maar die naam zag ik (nog) niet. Wel zag ik aan het einde van het eerste blaadje een naam die onderstreept was: Spinoza. Waarschijnlijk ging het college dus over Spinoza. Wat googlen leverde op dat voornoemde filosofen uit de Oudheid ondergebracht zouden kunnen worden als 'materialistische filosofen’. Maar waarom zag ik dan niet de naam van Hegel staan?
Op een volgend blaadje stond de zin: 'De dialectiek, de ontwikkeling van tegenstellingen, die in een hogere synthese worden verzoend, werd door Marx betrokken op de evolutie van de maatschappij… liefert den Schlüssel zum Verständnis der “Sprunge”, der “Unterbrechung der Kontinuität”.’
Ik bleef naar de zinnen staren, omdat het iets opriep uit mijn jeugd. De zin over de dialectiek vond ik helder en daardoor mooi.
Op weer een ander blaadje las ik de zin: 'Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern.’
Deze zin - zo weet ik bijna zeker - komt van Marx. Ik kan het niet nagaan, want ik weet niet hoe. Maar ik weet het bijna zeker, want ik herken hem. En als dat zo is, hoe weet ik dat dan, want ik heb wel iets (te veel zelfs) van Marx gelezen, maar ik herinner me deze uitspraak niet echt. Ik herken vermoedelijk onbewust de stijl.
Grappig: Marx hangt weer in de lucht. Mijn prachtroman gaat over Marx (sorry), maar toevallig zag ik ook een nieuwe vertaling van Het Kapitaal in de winkel liggen. En in een aanbiedingsfolder las ik dat binnenkort het boek De Karl Marx-universiteit verschijnt, over de Universiteit van Nijmegen.
Het volgende blaadje van het dictaat-cahier bevatte namen waarvan ik nog nooit had gehoord: 'Akselrod (Ortodoks), Warjasj, Sarabjanow, Bogdanow’. En daaronder stond: 'Westnik Kommoenistitjeskoj akademii’. Zou dat echt een academie zijn of een blad? En zou daarin iets hebben gestaan over Spinoza en Marx? Hoe dachten de marxisten in Rusland eigenlijk over Spinoza? Het lijkt me dat een marxist met hem alle kanten op zou kunnen. Je zou kunnen beweren dat Spinoza het product was of de exponent van maatschappelijke krachten die in zijn tijd in Holland aanwezig waren. Had Spinoza de sovjets in 1950 nog iets te zeggen?
Dan zie ik weer een naam onderstreept: W.W. Sokolow (Filosfia Spinozy i sowremnostj). Dat moet een boek zijn. Dus men dacht waarschijnlijk sympathiek over onze Nederlander. Gek is dat, dat ik nu pas, anno 2010, nu ik het marxisme al veertig jaar heb afgeschreven, opeens heftig nieuwsgierig ben naar dit soort boeken, zoals ik als jongen graag de binnenkant van een horloge wilde zien. Dat was ook de reden dat ik Spinoza in Soviet Philosophy had aangeschaft voor een euro.
Her en der zijn er al weer artikelen verschenen met als titel 'Wat heeft Marx ons nog te zeggen?’ Allemaal geleuter. En vermoedelijk, nu de euro onder druk ligt en we enorm moeten bezuinigen, zal Marx vaker geciteerd gaan worden. Dat is nu een ontwikkeling die ik een jaar geleden niet had voorzien - en die eigenlijk volkomen logisch is.