Het succes van het radicale tijdschrift Jacobin

Marx voor Amerika

Het socialistische tijdschrift Jacobin wil links Amerika revitaliseren met artikelen die praktisch, toegankelijk én radicaal zijn. Tegelijkertijd zoekt het actief de dialoog met liberalen. Het blijft, zowaar, niet onopgemerkt.

Medium jacobin1

Het is niet overdreven om te zeggen dat het socialisme geen serieuze plaats heeft in het huidige Amerikaanse politieke discours. Onder de honderd senatoren en 435 leden van het Huis van Afgevaardigden bevindt zich welgeteld één volksvertegenwoordiger die zichzelf socialist noemt, senator Bernie Sanders uit Vermont. Democraten mijden het S-woord angstvallig, voor hen symboliseert de term de eigen kwetsbaarheid. Republikeinen gebruiken het S-woord daarentegen te pas en te onpas, dikwijls ongehinderd door kennis van de bewuste ideologie. Belastingverhogingen zijn socialistisch, evenals universele gezondheidszorg of maatregelen ter verlaging van carbonemissies. Nog populairder ter rechterzijde is de koppeling van het S-woord aan dat andere S-woord – dus wordt aan president Obama gerefereerd als ‘de seculiere socialist in het Witte Huis’.

De irrelevantie van het socialisme in het Amerikaanse debat is niet van vandaag of gisteren. Toen president Harry Truman in 1946 een nationaal zorgstelsel introduceerde, deed de Republikeinse senator Robert Taft dit af als ‘de meest socialistische maatregel die dit Congres ooit onder ogen kreeg’. Het voorstel redde het niet. De laatste serieuze socialistische presidentskandidaat was Eugene Debs. Namens de inmiddels ter ziele gegane Socialist Party of America ontving Debs in 1912 bijna een miljoen stemmen (zes procent), niet gek voor een derde partij in het Amerikaanse tweepartijenstelsel. In 1920 had Debs nog maar 3,4 procent. Hij nam aan die verkiezingen deel vanuit de gevangenis, waar hij zat vanwege een veroordeling op basis van de Espionage Act (Debs had in toespraken tijdens de Eerste Wereldoorlog opgeroepen de dienstplicht te ontduiken).

Maar er zijn tekenen dat de socialistische zaak nog niet geheel verloren is in de Verenigde Staten. Een recente opiniepeiling wees uit dat Amerikanen tussen achttien en 29 jaar vaker positief tegenover socialisme staan dan tegenover kapitalisme. En er was natuurlijk Occupy Wall Street, waar het verlangen naar een meer rechtvaardige economie met eigenaarschap voor allen door menige activiteit sijpelde – van de gaarkeuken en bibliotheek in Zuccotti Park tot aan de radicale voorstellen in de Algemene Vergaderingen.

Tegelijkertijd bleek tijdens Occupy hoezeer links Amerika een ideologisch raamwerk ontbeert. Bij gebrek daaraan wendde de beweging zich tot het anarchisme en een vaag soort anti-corporatisme dat veel activisten niet of nauwelijks konden uitleggen. In dit ideologisch vacuüm richtte in 2010 de toen 21-jarige Bhaskar Sunkara het socialistische tijdschrift Jacobin op, dat in korte tijd succesvol werd.

Bhaskar Sunkara groeide op in een van origine Zuid-Aziatisch middenklassegezin in Westchester, vlak boven New York City. Zijn ouders maakten beiden lange werkweken, met als gevolg dat de jonge Sunkara steevast als laatste van de naschoolse opvang werd opgehaald – solitaire uren die hij doodde met lezen. Hij begon zichzelf voor het eerst socialist te noemen op de middelbare school. Zijn klas las Howard Zinns standaardwerk A People’s History of the United States. Het boek op zich deed hem niet zo veel, Sunkara was meer een Orwell-liefhebber, maar het feit dat zijn leraar Zinn als socialist bestempelde, raakte een snaar. ‘Ik dacht: als iemand genoeg intellectuele geloofwaardigheid heeft om in een schoolklas behandeld te worden en zich ook socialist kan noemen, dan kan ik dat ook’, zegt Sunkara, 24 jaar nu, in een Brooklyns café.

Hij radicaliseerde toen hij als geschiedenisstudent aan George Washington University om medische redenen gedwongen was enkele maanden verlof te nemen. Hij sloot zich op met werk van Karl Marx en Perry Anderson, de Britse historicus die gezien wordt als een van de intellectuele aartsvaders van New Left, en las hele jaargangen van de in 1960 opgerichte New Left Review. In die periode schreef hij ook zijn eerste artikel voor Dissent Magazine en kwam in contact met andere jonge linksen. Dat contact leidde tot de oprichting van Jacobin. ‘Ik had een groep mensen om me heen die allemaal ideeën en materiaal hadden dat ze nergens gepubliceerd kregen’, herinnert Sunkara zich. ‘Ik begon die artikelen te verzamelen en plaatste ze – met hun goedkeuring uiteraard – online.’ Daar bleef het niet bij. ‘We wilden niet de zoveelste proteststem op het internet worden. Om onze serieuze bedoelingen kracht bij te zetten, besloten we een kwartaalblad in print uit te geven, op mooi papier, en vol doorwrochte en tegelijk toegankelijke artikelen waarin de marxistische analyse wordt losgelaten op de maatschappij van nu.’

De redacteuren en medewerkers van het eerste uur waren jong, twintigers, en stonden aan het begin van hun academische carrière. Nadat Jacobin tijdens de eerste weken van Occupy een debat had georganiseerd dat de aandacht trok van de politieke website Politico en de libertaire commentator Glenn Beck, sloten ook wat meer gelouterde linkse figuren zich aan. Zo werden Corey Robin, auteur van The Reactionary Mind (2010), en Nina Powers, schrijver van One-dimensional Woman (2009), vaste medewerkers.

Inmiddels heeft de printversie van Jacobin meer dan vierduizend abonnees, de regelmatig met nieuwe verhalen geupdate website trekt ruim tweehonderdduizend bezoekers per maand. In maart 2014 verschijnen bij de kleine, zeer progressieve uitgever Verso Books drie essays van Jacobin-_medewerkers in boekvorm. Een maand later verschijnt bij het iets minder linkse Metropolitan de bundel _The Future We Want, een door Sunkara en Sarah Leonard geredigeerde bundel waarin verschillende auteurs een socialistische visie voor de toekomst formuleren.

Wellicht nog belangrijker – en hoopvoller voor een politiek journaal als Jacobin – is dat het blad onderdeel is geworden van het maatschappelijk debat. The New York Times, Rolling Stone en Boston Review publiceerden uitgebreide profielen, de linkse msnbc-talkshowhost Chris Hayes nodigde Sunkara uit in zijn programma en in Jacobin gelanceerde ideeën over arbeidstijdverkorting en een socialistische markteconomie werden opgepikt door de liberale pers.

Jacobindoet nadrukkelijk geen poging het debat met conservatief Amerika aan te gaan. ‘Dat past niet binnen onze twee belangrijkste doelen’, zegt Sunkara. ‘Allereerst willen we de klassen- en marxistische analyse onder de aandacht brengen van een linkse beweging die steeds meer onder de invloed van het anarchisme raakt. Daarnaast richten we ons op het algemene publiek, en dan vooral op liberalen, met toegankelijk geformuleerde radicaal linkse ideeën.’

Vooral in dat tweede doel is Jacobin tot dusver succesvol gebleken. ‘We krijgen woedende reacties van radicalen dat we de aandacht trekken van mainstreamfiguren. Maar we willen niet dat links in dit land wordt vertegenwoordigd door Hayes en Vanden Heuvel (hoofdredacteur van The Nation). Niets negatiefs over hen trouwens, het zijn principiële sociaal-democraten en dat is al heel wat in Amerika. Dankzij hun aandacht zijn wij zichtbare vertegenwoordigers geworden van een lang vergeten en compromisloze socialistische politieke traditie.’

Het blad wil een ‘radicaal perspectief op de politiek en economie op ons overwegend jonge lezerspubliek overbrengen’. De boodschap is onverbloemd. Sunkara: ‘Links spreekt al veel te lang in eufemismen, gericht op branding, waarmee het afbreuk doet aan de eigen ideeën. Wij zeggen heel direct dat we een socialistische publicatie zijn, gewapend met een marxistische kritiek, die politieke doelen nastreeft en die dwingend genoeg is om in de schijnwerpers te treden.’

Zo hoopt Jacobin ‘vrijheid voor links te heroveren’, vertelt Sunkara. ‘En ik benadruk het nog maar een keer: het heeft niets te maken met de sovjetdogmatiek. Socialisme is de ultieme eigendomsmaatschappij – een radicale extensie van democratische controle naar sociaal en economisch terrein, een maatschappij zonder de uitbuiting van de ene persoon door de andere. Een terrein van individuele emancipatie.’ Ter illustratie haalt Sunkara het debat over technologische verbeteringen aan: ‘Die zouden massale werkloosheid kunnen creëren of tot kortere werkweken kunnen leiden. Maar veranderingen in de productiewijzen leiden niet noodzakelijkerwijs tot verbetering of emancipatie. Daartoe is de politieke wil vereist om de wijze te veranderen waarop de vruchten van die toegenomen productiviteit worden verdeeld.’

Het is een vrij basaal punt, benadrukt hij. ‘Dat is waarom mensen zouden kunnen profiteren van het lezen van Marx. Want als je dat niet in je politieke repertoire hebt, heb je automatisch een gebrek aan voorstellingsvermogen. Daarom denk ik ook dat de liberalen bij The Nation en Mother Jones inzien dat Jacobin ideeën heeft voor de toekomst – zelfs als deze ideeën niet bepaald nieuw zijn of slechts updates zijn van traditionele linkse ideeën die zijn aangepast aan de materiële noden van deze tijd.’

Liberalisme is in de Amerikaanse context altijd een rudimentaire, diverse ideologie geweest, meent Sunkara: ‘Je hebt liberalen die min of meer opereren als sociaal-democraten; zij zijn pro-vakbond en hopen terug te keren naar dat gouden tijdperk van de welvaartsstaat. Het zijn klassenstrijd-liberalen. Dan heb je de technocratische liberalen, zoals Ezra Klein _(Washington Post-_commentator). Dit waren de liberalen die in de jaren zestig de blanke racistische stedelijke machines opruimden. Nu vallen ze lerarenvakbonden aan en wat ze zien als de nieuwe stadsmachines, “mensen die hebben geprofiteerd van publieke werkgelegenheid” – oftewel: kleurlingen. De geschiedenis kent wrede ironieën.’

Wellicht ten overvloede: Sunkara prefereert contact met de klassenstrijd-liberalen. ‘Intellectuelen als Klein proberen iets goeds en schoons te doen met beleid. Ze hebben geen slechte bedoelingen, maar ze ontberen een politieke theorie. Hen kan ik niet overtuigen van mijn gelijk, dus ik kan niet meer doen dan mijn positie duidelijk maken en de tegenstellingen tussen ons belichten. Klassenstrijd-liberalen kunnen daarentegen wel de linkerkant op worden gebracht en bekend worden gemaakt met een structurele kritiek op het kapitalisme.’

Medium jacobin2

Kom bij Sunkara niet aan met de klacht dat ‘er geen ideeën meer bestaan’. ‘Dat lijkt misschien zo als je bijvoorbeeld de debatten tussen Democraten en Republikeinen serieus neemt. Maar de maatschappij is altijd en constant in beweging.’ Als hij naar zijn eigen land kijkt, constateert hij dat hij niet ‘in de ergste van alle mogelijke werelden leeft. (…) Arbeidsbewegingen en andere progressieve bewegingen hebben het leven leefbaarder gemaakt, maar ook het kapitalisme is daarbij een dynamische kracht geweest.’

‘Of ik binnen of buiten de Democratische Partij ga werken, hangt af van de situatie’

Dat doet echter niets af aan het lijden van zijn arme landgenoten. ‘Ik zie zoveel uitbuiting en onderdrukking die dankzij materiële overvloed en technologie al lang weggevaagd hadden moeten zijn. De problemen die we als maatschappij hebben, zijn voornamelijk politiek van aard en niet van materiële aard. Dat zeg ik niet om enig ongefundeerd optimisme over de toekomst te impliceren, maar om te benadrukken dat het belangrijk is om genoeg politiek voorstellingsvermogen te behouden, om visies op een betere maatschappij te omarmen.’

Het gaat in Jacobin overigens lang niet altijd over marxisme. Het vijfde nummer, dat in het najaar van 2011 uitkwam, tijdens de opkomst van Occupy, had zelfs geen enkel artikel over de ideologie. ‘Niemand hoeft eerst verplicht Marx te lezen om Jacobin te kunnen begrijpen’, benadrukt Sunkara. ‘Wij proberen juist termen als “historisch materialisme” te vermijden. Om The Economist te lezen hoef je ook niet eerst Adam Smith te hebben gelezen. Marxisme is een super-academische hobby geworden die zowel zijn politieke urgentie is kwijtgeraakt als zijn intellectuele vermogen om duidelijk informatie over het heden te communiceren en zo verandering te bewerkstelligen.’

Daarom is Sunkara liever in gesprek met msnbc en The Nation dan met The Bafler, een links-radicaal tijdschrift dat tijdens de Clinton-jaren werd opgericht – en niet alleen vanwege de grootte van die media. ‘Ik engageer me met mainstream-liberalen. Daar ligt sowieso de toekomst voor links: bij mensen die zichzelf identificeren als liberaal, waarvan sommigen zich aangetrokken voelen tot een structurele kritiek op het kapitalisme – vooral als die kritiek een coherente intellectuele visie biedt die zowel radicaal als pragmatisch is. Dan kom je automatisch ook bij de Democratische Partij uit.’

Dat is precies waar Michael Harrington (1928-1989), Amerika’s laatste prominente socialist, in de jaren zeventig en tachtig probeerde de Amerikaanse politiek te beïnvloeden. Harrington richtte de Democratic Socialists of America (dsa) op, een splinterbeweging binnen de partij. Toch schoven de Democraten juist in die periode op economisch gebied enorm naar rechts op. ‘Harrington faalde deels vanwege het historische moment’, denkt Sunkara. ‘De structurele crisis van de sociaal-democratie, de combinatie van stijgende lonen en afnemende winstgevendheid, dat soort factoren. Of ik binnen of buiten de Democratische Partij ga werken, hangt af van de situatie.’

Nu streeft hij in ieder geval niet naar een nieuwe grote politieke partij. ‘Als de Green Party op het punt zou staan de tweede grote nationale partij van de VS te worden, dan zou dat betekenen dat er zulke krachtige bewegingen binnen de bevolking bestaan dat we nooit een neoliberale Democratische Partij zouden hebben gehad.’ Oftewel: ‘De Democratische Partij is waar de kiezers zich bevinden, waar de vakbeweging en kleurlingen zich bevinden – en om goede redenen. Ze vertegenwoordigt hun belangen beter dan de Republikeinen doen. Dat kun je niet veranderen louter door het te willen.’

Links in Amerika moet weer leren hoe je macht opbouwt via nationale bewegingen, vindt Sunkara: ‘Laat de electorale vraag maar even voor wat die is. Het is belangrijk dat socialisten zich verenigen, zodat de volgende keer dat zoiets als Occupy opstaat, of wanneer mensen in hun studiejaren gepolitiseerd raken, dat er een zuil is waaromheen we een socialistische politiek kunnen articuleren en ontwikkelen. Dat zou een mooi kortetermijndoel zijn voor links als het niet bedwelmd zou zijn door de verkeerde figuren.’

Hiermee doelt Sunkara op bijvoorbeeld de communiste Jodi Dean (voor wie, in Sunkara’s termen, marxisme een super-academische hobby is), de anarchist David Graeber, de populist Michael Moore of de moralist Chris Hedges. Hoewel hij met die laatste op ideologisch vlak op zich door één deur kan. ‘Hedges verpakt zijn ideeën in religieuze termen. Hel, verdoemenis, absolutie, goed en fout. Dat gaat ten koste van de nuance.’

In Jacobin komt religie simpelweg niet aan bod, ook niet in negatieve zin. Je leest er zelfs niet over religie als opium voor het volk. ‘Niemand van ons is van de Christopher Hitchens-school van atheïsme’, zegt Sunkara. ‘Ik denk ook niet dat er iets te winnen valt met een kritiek op religie. Iedereen interpreteert dat citaat van Marx verkeerd. Het ging Marx er in de eerste plaats om de omstandigheden uit te roeien die mensen troost en verlichting doet zoeken in religie.’

Maar zelfs dat is neerbuigend, realiseert hij zich: ‘Religie zal altijd in een zekere vorm bestaan. Mensen voelen zich ertoe aangetrokken om existentiële redenen. Ik wil in een wereld leven zonder materiële ontbering die mensen richting religie drijft. Maar zelfs dan zullen we nog altijd omringd zijn door depressie, angst, verdriet en lijden.’


Ellende-index

Het herfstnummer van Jacobin Magazine is zojuist verschenen onder de titel ‘Misery Index’. Een greep uit de inhoud:

Redactioneel: Eigendom en diefstal. ‘Afschaffing van alle intellectuele eigendom geeft geen antwoord op de vraag hoe we (…) de exploitatie van cultureel gemeengoed door digitale kapitalisten kunnen tegengaan.’

Essay: De mythe van de oorlogszuchtige arbeider. ‘Volgens de populaire verbeelding werd het verzet tegen de oorlog in Vietnam gedreven door bevoorrechte studenten, terwijl arbeiders de oorlog steunden. Dat beeld klopt niet.’

Marx Keynes: Een marxist aan het hof van Keynes. ‘Maurice Dobb was een van John Keynes’ favoriete studenten. Hij was tevens een toegewijd marxist en lid van de Communistische Partij in Groot-Brittannië.’

Boeken: Terug naar de brokstukken, een recensie van Beyond the Fragments van Sheila Rowbotham. ‘Is deze socialistisch-feministische klassieker, die uitkwam op het moment dat het thatcherisme links begon te verpulveren, een historisch document of een blauwdruk voor actie?’

Cultuur: Tegen tippen. ‘Zolang de fooienpot onze percepties vertroebelt, wordt de krankzinnige onrechtvaardigheid van onderbetaalde beroepsgroepen in stand gehouden door onze schuldgevoelens.’

Cultuur: Noem de oorlog niet. ‘Geworteld in wetten uit zeventiende- en achttiende-eeuws Engeland gaat de bescherming van intellectueel eigendom terug tot het begin van het kapitalisme zelf.’

Essay: Edward Snowden en de Amerikaanse conditie. ‘Juristen en de wet kunnen ons niet redden van de sluipende politiestaat – maar de politiek misschien wel.’


Beeld: Erin Baiano / NYT / HH