Mary Soames (15 september 1922 - 31 mei 2014)

Mary Soames, de oogappel van Winston Churchill, sloot zich in de Tweede Wereldoorlog aan bij het vrouwenkorps van het Britse leger. Ze was net zo gevat en goedgebekt als haar vader.

Spitfires, parachutisten, amfibievoertuigen, kransleggende prinsen, ongemakkelijke politici. Op traditionele wijze is in het pinksterweekend D-day herdacht, de geallieerde invasie die zeventig jaar geleden het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidde. De show werd gestolen door de 89-jarige oorlogsveteraan Bernard Jordan die stiekem een verzorgingshuis in Hove achter zich had gelaten om met bus en boot naar zijn oude wapenbroeders te reizen. Winston Churchill zou deze ‘Great Escape’ zeer hebben gewaardeerd.

De herdenkingen kwamen net te laat voor een bijzonder lid van de geallieerde strijdkrachten: Mary Churchill. Omringd door haar kinderen en kleinkinderen was de jongste dochter van de grootste Brit aller tijden enkele dagen eerder overleden in haar huis te Holland Park. Met de dood van de laatste van Churchills kinderen is de navelstreng met een bijzondere episode uit de Britse geschiedenis doorgesneden. Mary was de oogappel van haar vader en een groot deel van haar leven zou in het teken staan van het waken over haar vaders erfgoed.

Tijdens de oorlog bleek hoe belangrijk Mary voor haar vader was. Tegen generaal Dwight Eisenhower vertelde de oorlogspremier dat de promotie van zijn dochter tot officier het moment was waarop hij het trotst was. Na als vrijwilliger voor het Rode Kruis te hebben gewerkt, sloot ze zich in september 1941 aan bij het vrouwenkorps van het Britse leger. Ze kwam terecht bij het luchtafweergeschut, eerst in de hoofdstad en na een nieuwe golf aanvallen met V-raketten aan de oostkust. Na D-day werd ze als commandant in Brussel en Hamburg gestationeerd. ‘Mijn moeder was zich er goed van bewust’, schreef haar oudste zoon Nicholas onlangs in The Daily Telegraph, ‘dat ze als Churchills dochter een stapje meer moest doen – meer vloeren schrobben en wc’s schoonmaken. Ze had er geen enkel probleem mee.’ Als vertrouwenspersoon vergezelde ze haar vader in 1945 naar de Potsdam-conferentie waar ze geamuseerd toekeek hoe Jozef Stalin na een diner op handtekeningenjacht ging.

Mary Spencer-Churchill werd op 15 september 1922 in Londen geboren. Ze was een soort ‘troostkind’. Een jaar eerder waren de Churchills hun bijna drie jaar oude dochter Marigold verloren door een septische shock. Voor haar vader waren het sowieso moeilijke tijden. ‘Ik zit nu zonder baan, zonder kiesdistrict, zonder partij en zonder blinde darm’, noteerde de tegendraadse politicus enkele maanden later, na een gecompliceerde appendix-operatie.

Tijdens de diners genoot de jonge Mary van de gossip

Mary kwam bekend te staan als het Chartwell-kind, vernoemd naar het landgoed in Kent dat Winston had gekocht. Mary beleefde een droomjeugd, met boomhutten, pony’s en bijzondere gasten, van Charlie Chaplin en Albert Einstein tot T.E. Lawrence. Tijdens de diners genoot ze van de gossip, de zang en de poëzie, met name uit Byron, Shakespeare en Macaulay’s Horatius. Churchill gaf Mary wat hij zelf nooit had ervaren: ouderlijke liefde. De staatsman was opgevoed door een gouvernante, nanny Everest, en werd op zijn zesde opgeborgen op een kostschool. Zijn vader was daar één keer op bezoek geweest. Mary ging naar een vrij gewone school in een dorpje nabij Chartwell. Na de oorlog vond ze haar grote liefde in Christopher Soames, een kapitein bij de Coldstream Guards, die ze had ontmoet op de ambassade in Parijs waar ze met haar vader op bezoek was.

Ze gingen wonen in een boerderijtje op Chartwell. In dit Hof van Eden werden vier van hun vijf kinderen geboren. Onder meer door het organiseren van levendige recepties steunde ze de politieke carrière van haar eega, die eerst jarenlang bewindsman voor de Tories zou worden, gevolgd door een ambassadeurschap in Parijs, een gouverneurschap in Zuid-Rhodesië en een commissariaat bij de Europese Gemeenschap in Brussel. In de jaren tachtig zou hij deel gaan uitmaken van Thatchers kabinet, totdat ze hem ontmaskerde als een ‘wet’, iemand die te links en, erger, pro-Brussel is.

Mary werkte ondertussen aan een eigen loopbaan als schrijfster. Ze verrijkte de churchollogie met boeken over de Vijfde Hertog van Marlborough (een voorvader), haar vader als schilder en een bewierookte biografie over haar moeder. Ze publiceerde de brieven die haar ouders elkaar een halve eeuw lang hebben geschreven en leverde bijdragen aan het gezellig-conservatieve weekblad The Spectator. Een verrassing was haar aanstelling als voorzitter van de National Theatre, een rol die ze met glans vertolkte, ook al wist ze in het begin niet wie precies Ian McKellen was. Als vaderdochter was Mary, die graag een sigaartje opstak, de autoriteit waar het ging over Churchills leven, wat met zich meebracht dat ze beschermvrouw werd van de International Churchill Society en voorzitter van de Winston Churchill Memorial Trust. Tijdens interviews of congressen kreeg ze soms merkwaardige vragen voorgelegd. ‘Hield Winston van spinazie?’ wilde iemand eens weten. ‘Nu je het zegt, mijn moeder smeet ooit een bord met dat spul in de richting van mijn vader’, luidde haar antwoord. Ze was gevat en goedgebekt: zo vader, zo dochter.

Bovendien was ze de enige van Churchills kroost die gevrijwaard bleef van de depressiviteit die al eeuwen als een donkere wolk boven de Marlboroughs en Churchills hangt. Haar alcoholistische broer Randolph, een politicus, stierf op 57-jarige leeftijd aan een hartaanval, haar zus Sarah, actrice, kampte eveneens met een drankprobleem en haar oudste zus Diane stierf jong door een overdosis slaappillen. Hun onvermoeibare vader had last van Black Dog Days, perioden van depressie. Het was vaak de aanwezigheid van zijn jongste dochter die hem er weer bovenop bracht. Lady Mary laat drie kinderen achter, onder wie het Conservatieve Kamerlid Nicholas Soames.

Tijdens de diners genoot de jonge Mary van de gossip