Reprotages uit Boedapest, Parijs, Berlijn en Washington

Massa en macht

Zeven miljoen wereldburgers op de been tegen oorlog op dezelfde zaterdag. Het lijkt erop dat de massa zich tegen de macht van de regering keert. Zo simpel is het niet. Of de politiek volgt, is de vraag. Want overal spelen andere belangen. Een excursie langs Boedapest, Parijs, Berlijn en Washington.

Verwarring in het Nieuwe Europa

door James Kliphuis

BOEDAPEST — De sfeer wil er maar niet inkomen zaterdagmiddag op het Liszt Ferenc-plein in het centrum van de Hongaarse hoofdstad, waar om half drie de demonstratie tegen oorlog met Irak begint. De opkomst valt niet mee: hooguit tweeduizend man. De muziek is niet luid genoeg, de sprekers klinken monotoon. Boedapesters zijn gewend dat een betoging voor of tegen iets is, pro dan wel contra de regering. Nu treft een handjevol aanhangers van de regerende sociaal-democraten een groepje vertegenwoordigers van de behoudende oppositie aan en de reactie is meteen: dat klopt niet, als zij meedoen kan dit niet mijn demonstratie zijn. De verwarring is groot.

Die verwarring is exemplarisch voor een groot deel van het «nieuwe Europa» van de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld. Burgers en bestuurders in Midden-Europa (Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije) worstelen met hun houding tegenover de dreigende oorlog met Irak.

In Boedapest torst een vrouw een spandoek dat het dilemma weergeeft: «Peter, het moet afschuwelijk zijn zoveel reten tegelijk te likken!» Peter is de Hongaarse premier Peter Medgyessy, die een coalitie van sociaal-democraten en progressieve liberalen leidt. De afgelopen week heeft hij in een ontmoeting met de vredesbeweging proberen duidelijk te maken dat ook hij hoopt dat er geen oorlog zal komen, maar dat hij vasthoudt aan zijn handtekening onder de open brief van Aznar en Blair over solidariteit met de Verenigde Staten. Om een militaire bijdrage aan een eventuele oorlog met Irak is Hongarije niet gevraagd. Maar zelfs de rechtse oppositie fronste de wenkbrauwen over het gemak waarmee de Hongaarse premier ja zei op het Amerikaanse verzoek de militaire basis bij Taszar in zuidwest Hongarije te mogen gebruiken voor het opleiden van anti-Hoessein gezinde Irakezen. Voor tolkwerkzaamheden, was de reden. Toen later bleek dat die opleiding ook instructies in pistoolschieten omvatte, werd verklaard dat er op de angstvallig van de buitenwereld afgeschermde basis «hulppolitieagenten» worden opgeleid.

Rond Taszar zitten de burgers niet zo erg met wat er achter de prikkeldraadversperringen gebeurt — «we zijn nu de best verdedigde stad van Hongarije», zegt een oude man in het nabije Kaposvar —, maar in Boedapest beginnen mensen zich zorgen te maken over eventuele terreuraanslagen die de solidariteit met George W. Bush moeten afstraffen. Een besluit om Hongaarse wegen en luchthavens voor Amerikaanse troepentransporten open te stellen zal die bezorgdheid alleen maar groter maken.

Elders in Midden-Europa worden regeringen met soortgelijke problemen geconfronteerd. Het enthousiasme bij de bevolking voor de Navo heeft een duikvlucht gemaakt. De betogingen tegen oorlog in Irak trekken echter niet meer dan één- à tweeduizend demonstranten. In Slowakije, afgelopen november bij de Navo-top in Praag nog uitgenodigd voor het westelijke bondgenootschap, ziet de regering de publieke steun voor toetreding verdampen. Er wordt steeds luider om een referendum geroepen, en dat zou weleens verkeerd kunnen aflopen voor de Slowaakse premier Dzurinda in Bratislava. Het heeft hem er niet van weerhouden zijn wegennet open te gooien voor Amerikaanse legereenheden. Ook heeft Dzurinda besloten 75 soldaten van het Slowaakse leger aan te wijzen voor uitzending naar de Golf. Ze zullen zich daar voegen bij het Tsjechische peloton specialisten voor nucleaire, chemische en bacteriologische oorlogvoering dat zich al in Koeweit bevindt.

Dat zogeheten NBC-peloton behoedt de Tsjechen al enige tijd voor Navo-verwijten dat het land te weinig doet aan modernisering van zijn strijdkrachten. Als zo ongeveer zijn laatste daad als Tsjechisch president zette Vaclav Havel zijn handtekening onder de brief van Aznar en Blair over transatlantische solidariteit, terwijl de Tsjechische premier, de sociaal-democraat Vladimir Spidla, zich nadrukkelijk heeft onthouden van overdadige vriendschapsbetuigingen jegens de Verenigde Staten.

In Polen lijkt de band met de Verenigde Staten nog nauwer dan elders in Midden-Europa, deels wegens de sterke aanwezigheid van Poolse emigranten in Chicago, maar vooral omdat Amerika wordt gezien als de voorvechter van de Poolse onafhankelijkheid tijdens de opkomst van de vakbond Solidarnosc. Na de val van het communisme werden goede betrekkingen met de Verenigde Staten en het zo snel mogelijk lid worden van de Navo gezien als absolute prioriteiten voor een veilig bestaan aan de rand van Rusland. Polen heeft een uitgesproken martiale traditie. Maar het ministerie van Defensie in Warschau wil toch niet ingaan op geruchten dat er elitecommando-eenheden gereed worden gehouden voor inzet in de Golf. Er wordt alleen bevestigd dat het logistieke ondersteuningsvaartuig van de Poolse marine, de Kontradmiral Xawery Czernicki, zich in de Golf bevindt.

In Polen wordt duidelijk hoezeer Midden-Europa in de Irak-crisis heen en weer wordt geslingerd tussen de (verdeelde) Navo en de (gespleten) Europese Unie. Polen staat van de Midden-Europese landen emotioneel het dichtst bij Washington, maar heeft tegelijk, met zijn omvangrijke landbouwsector en zijn achtergebleven gebieden in het oosten, het meest te verwachten van het EU-lidmaatschap dat in 2004 moet beginnen. Vanzelf zal dat overigens niet gaan, want er is in het aartskatholieke Polen een krachtige oppositie tegen de EU, die wordt gezien als een goddeloze club zonder respect voor christelijke normen en waarden, zeker als er in het Europees Parlement weer eens wordt gezegd dat kandidaat-lidstaten abortus snel moeten legaliseren. Binnen de EU zal Polen een lange westgrens gaan delen met Duitsland, dat nog steeds wordt gewaardeerd (ook nu het economisch bergafwaarts gaat) als de economische motor van Europa. Met Frankrijk wordt Polen verbonden door een oude culturele traditie.

Met andere woorden: Polen, de kampioen van het Nieuwe Europa van de Amerikaanse minister van Defensie, heeft de twee grote scheurmakers van het Oude Europa als beste vrienden. Dat alleen al is behoorlijk verwarrend.

De wezels in Parijs staan paraat

door Thijs Berman

PARIJS — Naast de miljoenen afgelopen zaterdag in Rome, Madrid en Londen leek de stoet van een paar honderdduizend antioorlogsdemonstranten in Parijs bijna een wandelend gezinnetje. De relatief lage opkomst lag aan het unieke feit dat president Jacques Chirac voor één keer de publieke opinie in Frankrijk (en ver daarbuiten) vrijwel volledig achter zich heeft staan. Van de extreem rechtse Jean-Marie Le Pen tot de trotskist Olivier Besancenot. Alleen de liberaal Alain Madelin steunt de Amerikaanse oorlogsplannen.

Tachtig procent van de Fransen wil een Frans veto in de Veiligheidsraad tegen een Amerikaanse interventie in Irak. Het lijkt alsof elke Amerikaanse schimpscheut tegen de Fransen — de «wezels» van het «oude» Europa — hen sterkt in de overtuiging dat een oorlog tegen Irak op dit moment immoreel, illegaal en onverstandig zou zijn. Immoreel, omdat nog lang niet alles is geprobeerd om oorlog te voorkomen. Illegaal omdat alleen de Verenigde Naties een oorlog kunnen goedkeuren. En onverstandig omdat er meer terrorisme mee gekweekt wordt dan uitgeschakeld. Oorlog past prima in de strategie van Bin Laden.

Dat is ook de overtuiging van Jacques Chirac, die zich bovendien boos maakt over de Amerikanen die in een recent verleden het liefst veilig vanaf grote hoogte bombardeerden, terwijl het Franse leger zonder morren meer dan zeventig soldaten verloor in Bosnië en ook nu nog de meeste troepen aan Navo-operaties levert. Frankrijk sluit bovendien een aanval op Irak niet uit — als allerlaatste middel. Het vliegdekschip Charles De Gaulle is al in de regio.

Waar zijn de wezels, vraagt de Franse president zich af, terwijl hij ondertussen de Amerikaanse publieke opinie bespeelt met pedagogische interviews waarin hij uitlegt hoezeer ontwapening van Irak een gemeenschappelijk doel van beide landen is, en enthousiast uitweidt over zijn eigen ervaringen als jongeling in de USA. Chirac houdt van hamburgers!

Niettemin, al steunen twaalf van de vijftien leden van de Veiligheidsraad nu Frankrijk, vooral de verdeeldheid tussen de Europese regeringen is een groot probleem voor het Elysée. Het eerste slachtoffer van de oorlog tegen Irak werd de Europese Unie, hoewel Frankrijk juist zo graag aandringt op de versterking van de politieke kracht van Europa.

Misschien klinkt daarom in Parijse krantenkolommen de laatste dagen het verzoenende idee dat er inzake Irak geen fundamentele tegenstelling bestaat tussen de VS en Frankrijk. De een dreigt en wil desnoods alleen aanvallen, de ander vraagt om respect voor het internationale recht en verwerpt elk unilateralisme. Het resultaat is wat beide landen wensen: Irak laat de inspecteurs hun werk doen. Zonder Frankrijk was er nu allang oorlog, zonder de VS had Saddam niets toegegeven.

Frankrijk behoedt de VS voor de kwetsbare rol van de eenling, terwijl de VS de diplomatie van een alleszins geloofwaardig drukmiddel voorzien.

Schröders motieven zijn niet zo nobel

door Joeri Boom

BERLIJN — Het was maar een heel klein protestbordje, en het verzoop haast in de zee van spandoeken, maar het opschrift tekende de sfeer: «Relax, George». De man die het moedig omhoog hield had een keurig gecoifeerd ringbaardje en droeg een nette, lange overjas. Aan zijn zijde een dame in bont.

«Schröder, houd stand!» scandeerde het beschaafde burgerpaar samen met duizenden mede-demonstranten. Een half miljoen Duitsers verzamelden zich afgelopen zaterdag voor het grootstse vredesprotest uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Een nette aangelegenheid, waarbij geen burgerlijke ongehoorzaamheid kwam kijken.

Bondskanselier Gerhard Schröder zei al maanden geleden «nee» tegen militaire actie in Irak, óók als die zou worden verordonneerd door de VN-Veiligheidsraad. Zijn nauwelijks beredeneerde pacifisme bracht Duitsland in frontale botsing met de Verenigde Staten. Hij hield het Duitse «nee» overeind, ondanks de tweespalt die dat opleverde binnen de Europese Unie, en de bom die hij daarmee legde onder de Navo.

Antimilitarisme en pacifisme zijn in het naoorlogse Duitsland bijna verheven tot ideologie. Meer dan tachtig procent van de bevolking wijst oorlog tegen Irak af. Ook de CDU/CSU-oppositie kan daar niet omheen, hoe graag ze de SPD-kanselier ook op zijn buitenlandse beleid wil aanvallen. Het waren dergelijke percentages die de kanselier ertoe brachten de VS te trotseren.

Maar komt Schröders vredesdrang voort uit dezelfde sentimenten als die van de demonstranten? Zij zouden zich weleens kunnen vergissen als ze hem dezelfde nobele motieven toeschrijven. Alles wat de VS aan hulp tegen Irak verwachten, is al door Schröders regering toegezegd: doorvoer- en overvliegrechten en het gebruik van Amerikaanse militaire bases in Duitsland. Het zou Schröder weleens kunnen gaan om het doorzetten van de Duitse wil tegen de Amerikanen überhaupt, zo meende maandag de commentator van de Frankfurter Allgemeine. De kanselier zou werkelijk uit zijn op een eigen «Duitse weg», een historisch beladen term, verbonden met de botte, afwijkende koers van het pre-hitleriaanse Duitsland, die uitmondde in grote ellende. Meer dan een decennium na het opheffen van de Duitse deling zou de kanselier menen dat de Amerikanen binnen Europa een toontje lager moeten zingen. Het herenigde Duitsland heeft hen niet meer nodig. Steeds vaker ook wordt Schröder een ander niet-nobel motief aangewreven: hij zou de Irak-crisis aangrijpen om de aandacht af te leiden van de binnenlandse, economische ellende die zijn regering maar niet kan oplossen.

Hoe het ook zij, maandag schaarde hij zich op een haastig ingelaste EU-top achter een verklaring waarin oorlog tegen Irak «een laatste redmiddel» werd genoemd. Dat is een flinke stap verwijderd van het absolute «nee» dat hij eerder uitdroeg. En binnen de Navo bleek Duitsland opeens aanmerkelijk inschikkelijker bij afwezigheid, in het comité van Militaire Planning, van de Fransen, die eveneens een veto hadden uitgesproken tegen militaire bijstand aan Turkije.

De kanselier heeft de half miljoen vredesdemonstranten die in hem een medestander zagen, en wier stemmen hem in september een verkiezingsoverwinning opleverden, al twee dagen na hun massale protest in de kou gezet.

Anti-Europeanisme en anti-Amerikanisme

door Michael Hardt

WASHINGTON — Er heerst een nieuw anti-Europeanisme in Washington. De Verenigde Staten hebben, natuurlijk, een lange traditie van ideologische conflicten met Europa. Het oude anti-Europeanisme verzette zich vooral tegen de overstelpende macht van Europese staten, hun arrogantie, en hun imperialistische optreden. Maar tegenwoordig is de verhouding omgekeerd. Het nieuwe anti-Europeanisme is gebaseerd op de machtspositie van de Verenigde Staten en het verzet zich tegen Europese staten die niet toegeven aan hun macht en hun plannen niet steunen.

De meest dringende kwestie voor Washington is het Europese gebrek aan steun voor de Amerikaanse plannen voor oorlog tegen Irak. En de afgelopen weken is het de primaire strategie van Washington geweest om te verdelen en heersen. Aan de ene kant noemt minister van Defensie Rumsfeld, met zijn gebruikelijke botte minachting, die Europese landen die twijfelen aan het Amerikaanse project, Frankrijk en Duitsland voorop, «het oude Europa», waarmee hij ze afdoet als onbelangrijk. Daartegen over vertegenwoordigt de recente brief in de Wall Street Journal, ondertekend door Blair, Berlusconi en Aznar, die hun steun uitspreken voor de oorlogsplannen van de VS, de andere kant van de tweedeling.

In een breder kader is het hele project van Amerikaans unilateralisme, dat zich uitstrekt ver voorbij deze komende oorlog tegen Irak, zelf noodzakelijkerwijs anti-Europees. De unilateralisten in Washington huiveren voor het idee dat Europa of een ander cluster van staten op gelijke voorwaarden zou kunnen wedijveren met hun macht. (De stijgende waarde van de euro in relatie tot de dollar draagt vanzelfsprekend bij aan het idee van twee poten tieel gelijke en concurrerende machtsblokken.) Bush, Rumsfeld en hun gelijken zullen de mogelijkheid van een bipolaire wereld niet accepteren. Dat hebben ze achter zich gelaten met de Koude Oorlog! Alle bedreigingen voor de unipolaire orde moeten worden uitgebannen of vernietigd. Het nieuwe anti-Europeanisme van de VS is in wezen een expressie van hun unilateralistische bedoelingen.

Deels beantwoordend aan het nieuwe Amerikaanse anti-Europeanisme heerst tegenwoordig in Europa en over de hele wereld een groeiend anti-Amerikanisme (of eigenlijk anti-VS-isme). In het bijzonder zullen de gecoördineerde protesten van 15 februari tegen de oorlog worden geïnspireerd door verscheidene soorten anti-Amerikanisme — en dat is onvermijdelijk. De Amerikaanse regering heeft er geen twijfel over laten bestaan dat zij de auteur is van deze oorlog, en dus moet protest tegen de oorlog onvermijdelijk ook protest tegen de Verenigde Staten zijn.

Maar dit anti-Amerikanisme, hoewel het zeker te rechtvaardigen is, is een val. Het probleem is niet alleen dat het ertoe neigt een overmatig verenigde en homogene visie op de Verenigde Staten te creëren en daarmee de brede marges van onvrede in het land onzichtbaar te maken. Het werkelijke probleem is dat het, als een weerspiegeling van het nieuwe Amerikaanse anti-Europeanisme, de notie wil doen herleven dat onze politieke alternatieven afhankelijk zijn van de grote landen en machtsblokken. Het draagt bijvoorbeeld bij aan de indruk dat de leiders van Europa onze primaire politieke weg vertegenwoordigen — het morele, multilateralistische alternatief voor de agressieve, unilateralistische Amerikanen. Dit anti-Amerikanisme van de antioorlogsbewegingen heeft de neiging de horizonnen van onze politieke verbeelding te sluiten en ons te beperken tot een bipolaire (of erger: nationalistische) wereldvisie.

De antiglobaliseringsbewegingen waren in dit opzicht verre superieur aan de antioorlogsbewegingen. Niet alleen herkenden zij de complexe en veelzijdige aard van de machten die in deze tijd de kapitalistische globalisering overheersen — de dominante natiestaten, zeker, maar ook het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldhandels organisatie, de grote bedrijven en zo voort — maar ze stelden een alternatieve, democratische globalisering voor die bestaat uit veelvuldige uitwisselingen over nationale en regionale grenzen heen op basis van gelijkheid en vrijheid. Een van de grote verdiensten van de antiglobaliseringsbewegingen is met andere woorden geweest dat ze een eind maakten aan het denken over politiek als een wedstrijd tussen landen of blokken van landen. Het internationalisme is opnieuw uitgevonden als een politiek van wereldwijde netwerkverbindingen met een mondiale visie van mogelijke toekomsten. In die context hebben anti-Europeanisme en anti-Amerikanisme geen betekenis meer.

Het is jammer maar onvermijdelijk dat veel van de energie die vrijkwam in de globaliseringsprotesten nu op z’n minst tijdelijk is gericht tegen de oorlog. We moeten tegenstand bieden tegen deze oorlog, maar we moeten ook verder kijken en vermijden dat we in de val lopen van de beperkte politieke logica ervan. Terwijl we oppositie voeren tegen de oorlog moeten we de expansieve politieke visie en open horizonnen in stand houden die de globaliseringsbewegingen hebben bereikt. Aan Bush, Chirac, Blair en Schröder kunnen we het achterhaalde spel van anti-Europeanisme en anti-Amerikanisme overlaten.

Vertaling: Rob van Erkelens