Massamoord kan ook zonder anthrax

Als de Amerikaanse president Bill Clinton het bevel zou geven de oorlogshonden los te laten in Irak, kan hij in eigen land op brede steun rekenen. Zowel het Congres als de media zetten hem ertoe aan en schelden zich hees op Frankrijk, Rusland en anderen die minder happig zijn om het bloed te laten stromen in de straten van Bagdad. Voor de in schandalen verzuipende president lijkt het dus een ideale manier om zijn populariteitscijfers op te hogen.

Maar zo simpel is het niet. Als die militaire actie een speldeprik zou blijken, zou de euforie snel omslaan in teleurstelling. Want wat zou Clinton erdoor bereiken, behalve het vervreemden van Amerika’s bondgenoten en het opblinken van Saddams imago als de Arabische David die de Yankee-Goliath durft weerstaan? En als de militaire actie massaal zou zijn, zou Saddams bereidheid om zijn eigen burgers als menselijk schild te gebruiken er ongetwijfeld voor zorgen dat het bloedbad enorm wordt.
Door zo'n disproportioneel antwoord op een geschil dat door Saddam intussen handig gereduceerd werd tot de vraag welk percentage van het VN-inspectieteam de Amerikaanse nationaliteit mag bezitten, zou Washington in de ogen van de wereld een harteloze bullebak lijken.
In beide gevallen riskeert Clinton een gevaarlijke destabilisatie van het Midden-Oosten.
Daarom lijkt het voorlopig onwaarschijnlijk dat de situatie met de wapens zal worden beslecht, tenzij Bagdad ertoe verleid kan worden zelf het eerste schot af te vuren. Diplomaten zullen wellicht een of andere oplossing vinden die het gezichtsverlies van beide partijen beperkt, waarna de wereld met de vraag blijft zitten waarover deze zoveelste ronde in de koude oorlog met Irak nu eigenlijk ging.
Inderdaad, waarover gaat het nu eigenlijk? Om dat duidelijk te maken zette de Amerikaanse minister van Defensie Cohen vorige zondag op tv een zak suiker op tafel. ‘Als dit anthrax zou zijnà’, zo begon hij. Zijn apocalyptische waarschuwing voor het verborgen arsenaal van Iraks dicator was behoorlijk angstwekkend, maar riep toch enkele vragen op. Als die wapens zo'n onmiddellijk gevaar betekenen, waarom zijn de landen die er het meest door worden bedreigd - Iraks buurlanden - dan gekant tegen militaire actie? Als de aanwezigheid van VN-inspecteurs zo essentieel is om Saddams plannen te dwarsbomen, waarom verlieten de niet-Amerikaanse VN-inspecteurs dan het land toen hun Amerikaanse collega’s werden uitgewezen? En waarom wordt de gelegenheid niet aangegrepen om hen zo snel mogelijk terug te sturen, ongeacht het aantal Amerikanen in het team? Waarom leidt het bezit van soortgelijke wapens door andere landen - Iran, Syrië, Israel - niet tot een crisissituatie? Waarom deed Washington niets om de huidige crisis te voorkomen?
Het gezaghebbende Foreign Reports schreef in september dat Saddam van plan was om de Amerikaanse leden van het inspectieteam uit te wijzen als er in oktober 'geen teken was dat de opheffing van de sancties (tegen Irak) naderde’. Clinton had dus ruim de tijd om een geste te maken die deze crisis zou hebben voorkomen, een signaal aan Irak dat er licht is aan het einde van de sanctietunnel.
Die sancties hebben iets gemeen met Saddams chemische en biologische arsenaal: het zijn wapens die vooral onschuldige burgers doden. Als een gangster mensen gijzelt, zou het publiek nooit aanvaarden dat de politie een strategie gebruikt waardoor de boef genoeg eten voor zichzelf heeft terwijl zijn gijzelaars verhongeren. Maar dat is precies de strategie die al ruim zeven jaar lang tegen Saddam wordt gebruikt. De sancties tegen Irak zijn de hardste die ooit een land werden opgelegd. Volgens studies van de Harvard-universiteit en de FAO (de voedsel- en landbouworganisatie van de VN) hebben ze al aan meer dan een half miljoen kinderen het leven gekost. Massamoord kan ook zonder anthrax.
De sancties hebben ook Saddams leger verzwakt. Maar daarom heeft hij zich zo vastgebeten in chemische en biologische wapens. De val van Saddam is intussen door de sancties geen centimeter dichterbij gebracht. Toch zei Clinton vrijdag dat 'de sancties blijven tot het einde der tijden of zo lang Saddam het uithoudt’. Een andere strategie om verandering te brengen in Irak heeft hij niet. Want in Washington vreest men één ding meer dan dat Saddam aan de macht blijft, namelijk dat een volksopstand hem ten val brengt. Daarom werd zijn presidentiële garde op het einde van de Golfoorlog intact gelaten. In maart 1991 brak een opstand uit in Irak. 'Op drie provincies na werd in heel het land gevochten’, zegt David Wurmser, directeur van de Midden-Oosten Studies van het American Enterprise Institute. 'Saddam had nog slechts voor twee dagen munitie. Wanhopig liet hij een generaal “deserteren” met de boodschap dat de legerleiding een staatsgreep zou ondernemen zodra het gevaar van een revolutie bezworen was. Daarop gaven de Verenigde Staten Saddam toestemming zijn luchtmacht te gebruiken om de revolte te verpletteren. Dat gebeurde. Maar er kwam geen staatsgreep.’
Volgens Wurmser is de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten traditioneel gericht tegen individuele tirannen maar niet tegen tirannie, 'in de hoop dat bevriende tirannen stabiliteit brengen’. Washington vreest vooral het uiteenvallen van Irak, met een onafhankelijke Koerdische staat in het noorden - Ankara’s nachtmerrie - en een sji'itische staat in het zuiden, onder Iraanse invloed. Die bedreiging voor de Pax Americana in olieland wil Washington tegen iedere prijs vermijden. Intussen blijft het de hoop koesteren dat de sancties uiteindelijk een militaire coup tegen Saddam zullen uitlokken, ook al zou dat niet noodzakelijk iets veranderen aan de aard van het regime in Bagdad.
Door het aanbod op de oliemarkt gevoelig te verminderen, zijn de sancties heel voordelig voor Iraks concurrenten, in de eerste plaats Saoedi-Arabië. Maar hun instandhouding is laf, cynisch, pervers, een misdaad tegen de mensheid. Een zinnige politiek tegenover Irak zou erin bestaan om de sancties onmiddellijk op te heffen, volksverzet tegen Saddams regime te steunen en intussen zijn avonturisme in toom te houden met een ondubbelzinnige afschrikkingspolitiek.
Maar hou je adem niet in tot dit gebeurt.