Massimo d'alema

VOOR JOURNALISTEN is hij jammer genoeg niet zo spraakmakend. Waar Umberto Bossi het van de schreeuwlelijken van de Lega Nord moet hebben en Silvio Berlusconi van zijn klapvee van Forza Italia, zal Massimo D'Alema zich beperken tot de snede van het onderwerp. Waar andere Italianen met zessen tegelijk discussiëren, laat D'Alema zijn tegenstander uitpraten, om vervolgens met zakelijke argumenten zijn waarheid te verkondigen. En hij zal dat doen zonder emoties, zonder stemverheffing en zonder grapjes. Een beetje een brave, saaie speler dus in de spectaculaire, Italiaanse politieke poppenkast.

Er wordt gezegd dat D'Alema koud, kil, niet sympathiek, doch scherp en doortastend is. Hij heeft een beetje van die typische Romeinse arrogantie over zich: hij denkt dat hij voor alles een oplossing heeft en permitteert het zich aan iedereen de zaken eens haarfijn uit te leggen. Die arrogantie wordt overigens wel netjes verpakt in een dekentje van timide bescheidenheid.
Massimo D'Alema is eerlijk en recht door zee. Een begaafd spreker ook en een ervaren politicus. Of hij ook een leider is, zal nog moeten blijken, want onder zijn leiding zal nu toch eindelijk eens dat nieuwe Italië moeten ontwaken. Een aangescherpte kieswet en een hervormde grondwet moeten het politieke bestel meer stabiliteit geven, zodat de politici eindelijk eens tijd hebben om aan het land te denken in plaats van aan hun eigen interne sores.
Een presentator van het commerciële vijfde kanaal (eigendom van Berlusconi’s Mediaset) typeerde de eerlijkheid van D'Alema met een anekdote. Hij ontdekte een paar jaar geleden dat de politicus, zoals vele Italianen, bijgelovig is en de uil als symbool voor geluk koestert. De presentator zond hem een stropdas met afbeeldingen van de vogel. De gift werd beantwoord met een kort briefje, waarin stond dat alle bijgelovige mensen weten dat een geschenk voor geluk symbolisch betaald moet worden, en de PDS-man sloot duizend lire (iets meer dan een gulden) bij in de enveloppe.
D'ALEMA HEEFT een glansrijke carrière achter de rug, waarbij hij langzaam maar zeker de ladder van het communistische systeem beklom. Zonder ellebogenwerk of vriendjespolitiek. Het type man dat bij elke trede netjes wacht tot men hem van bovenaf uitnodigt een stapje hoger te komen.
Door de communisten wordt hij verguisd omdat de communistische partij, na de val van de Muur, volgens D'Alema en partijleider Achille Occhetto ten dode was opgeschreven. De vernieuwing in 1989 moest leiden tot de Partito Democratico della Sinistra (PDS, nu simpelweg DS); een linkse, sociale, democratische partij.
Door rechts wordt D'Alema niet gepruimd, want voor hen is en blijft hij een ex-communist en dus aartsvijand van mediamagnaat en multi-ondernemer Berlusconi, leider van de rechtse oppositie.
Toch wordt zowel in linkse als rechtse kringen beweerd dat D'Alema de enige is die Italië vooruit kan helpen. Hij heeft blijkbaar de gave van de ‘wortel en de stok’, volgens Italiaanse zegswijze de twee middelen om een paard af te richten. D'Alema is hierdoor een politicus die 'de klus’ kan klaren.
Ging hij er twee jaar geleden nog mee akkoord om Prodi naar voren te schuiven als leider van de Olijfboom-coalitie, nu is zíjn tijd aangebroken. De leider van de grootste partij in het parlement moet nu zijn verantwoordelijkheid nemen. D'Alema deinst er niet voor terug een brede centrum-linkse coalitie te leiden met communisten aan de linkerkant en de vergaarbak van links en rechts uit de centrumpartij van ex-president (en ex-communistenhater) Cossiga aan de andere kant.
MASSIMO D'ALEMA kwam op 20 april 1949 ter wereld in een rood gezin in Rome. Zijn vader Giuseppe was gedeputeerde in de Kamer voor de Partito Comunista Italiano (PCI). D'Alema studeerde filosofie aan de universiteit van Pisa. Het weekblad Espresso schrijft daarover gekscherend dat D'Alema het diploma van de universiteit weigerde, omdat hij vond dat de professoren niet luisterden naar zijn betogen.
Hij was al lid van de communistische jeugd toen hij veertien jaar oud was en hij schreef zich vijf jaar later ook in bij de grote moederpartij. In 1975 werd hij partijsecretaris van de landelijke communistische jeugd. Toen volgden jaar na jaar promoties binnen de PCI. Van lid van het Centraal Comité, via lid van het Secretariaat, werd hij in 1987 voor het eerst gekozen als gedeputeerde in de Kamer. In 1994 werd hij gekozen als partijsecretaris van de nieuwe PDS. Sinds vorig jaar staat hij ook aan het hoofd van de parlementaire commissie voor constitutionele hervormingen.
Het enige vlekje op D'Alema’s verder smetteloze verleden is misschien de zaak 'affitopoli’. Een zwaar woord voor een schandaal inzake goedkope woningen voor een aantal politici, onder wie D'Alema zelf. Het ging om goedkope huurappartementen die eigendom waren van staatscorporaties. Het schandaal werd door Berlusconi’s krant Il Giornale in 1995 opgeklopt, en was volgens de Democraten van Links een typisch voorbeeld van de rechtse lastercampagne tegen het oude bestel. D'Alema voelde zich echter genoodzaakt tegen zijn zin te verhuizen.
HET IS GEEN geheim dat de nieuwe premier een bloedhekel heeft aan schrijvende journalisten, die volgens hem incompetent en dom zijn. Regelmatig werd er negatief geschreven over D'Alema, die het er niet bij liet zitten. Zijn oorlog tegen de journalisten is hem niet in dank afgenomen. Hij stapte geregeld naar de rechter om een klacht in te dienen.
Het opinieweekblad Panorama publiceerde een aantal jaren geleden een spotprent op de cover waarop D'Alema en Occhetto als travestieten afgebeeld werden. Tekst: 'Ik roebel. En jij?’ Panorama wilde daarmee de gelden uit het Oostblok, die de PCI tot begin jaren tachtig incasseerde, aan de kaak stellen. 'Beledigend en lasterend’, vonden de communistenleiders de prent en de rechter gaf hen gelijk. Panorama betaalde bijna zeshonderdduizend gulden schadevergoeding aan beide heren. Zowat alle Italiaanse kranten hebben dergelijke aanklachten van D'Alema tegen zich gehad. En D'Alema kan het weten, want hij is zelf journalist van beroep, heeft zes boeken geschreven en is van 1988 tot 1990 hoofdredacteur geweest van de partijkrant l'Unità.
Nee, van krantejournalisten moet D'Alema niets hebben. Hij maakt liever zijn opwachting voor de buis. Dan heeft hij zelf in de hand wat hij zegt en kunnen ze zijn woorden niet verdraaien. D'Alema heeft dan ook in de wereld van de televisie aardig wat vriendjes opgedaan. Maurizio Costanzo, directeur van het vierde commerciële kanaal: 'Als je Massimo goed leert kennen, zul je merken dat hij helemaal niet zo koud en afstandelijk is. Hij is absoluut warmer en openhartiger dan die politici die je omarmen, kussen en op professioneel niveau fingeren je vriend te zijn.’
Toch zal de koele en scherpe politicus een beetje moeten ontdooien. Om zijn menselijke kant te tonen begon D'Alema al een paar jaar geleden tijdens tv-optredens over zijn privé-leven te praten. Zo leerden de Italianen dat die kille PDS-leider eigenlijk een zachte huisman is, die graag en goed kookt. Bovendien heeft D'Alema een jacht en houdt hij van zeilen. Dit om te demonstreren dat een ex-communist ook best een beetje materialist mag zijn. Zijn persoonlijke droom: van Italië een normaal land maken.
De laatste film van regisseur Nanni Moretti, Aprile, speelt zich af in 1994 wanneer Berlusconi rechts aan de macht helpt. In de openingsscène zien we een discussieprogramma op de televisie, waarin Berlusconi in de verkiezingsstrijd geconfronteerd wordt met D'Alema. Vanaf het puntje van zijn stoel schreeuwt Moretti de PDS-voorman toe: 'Maar zeg dan wat, stomkop, doe je bek open!’ Maar nee, D'Alema laat zijn tegenspeler netjes uitspreken om vervolgens met gedegen argumenten zijn eigen standpunt neer te zetten.
Nu is de tijd aangebroken dat D'Alema het voor het zeggen heeft. En al komen er misschien alleen nog wat vermoeide, hese klanken uit, elke letter is gewogen. Men zal luisteren naar de nieuwe minister-president, die man met wortel en stok.