Film & Leven: Popculture

Masterclass: Blade Runner 2049

In de Masterclass Film & Leven Editie Popculture speuren aankomende critici onder begeleiding van Gawie Keyser van De Groene Amsterdammer naar nieuwe manieren om over film en cultuur te schrijven.

In de Masterclass Film & Leven Editie Popculture speuren aankomende critici onder begeleiding van Gawie Keyser van De Groene Amsterdammer naar nieuwe manieren om over film en cultuur te schrijven. In de tweede van een publicatiereeks focussen de cursisten op Denis Villeneuve’s nieuwe sciencefictionepos Blade Runner 2049. Over de tragiek van de moderniteit; de populariteit van een real doll in een Oostenrijks bordeel; het recht op zelfbeschikking van kunstmatige-intelligentiewezens; de tirannie van binaire tegenstellingen; het dumpen van babyfoto’s in een groepsapp, en de geur van knoflook bradend in een pannetje met maden.

Lappendeken van realiteiten

door Thomas van Huut

Medium blade runner 2049 trailer breakdown 33

Zijn de kleuren die ik zie hetzelfde als de kleuren die anderen zien? Een onbenullig raadseltje lijkt het, maar uren lag ik er als twaalfjarige ’s avonds over te piekeren. Is het rood dat ik zie voor jou misschien blauw?
Op een avond had ik er genoeg van, stormde ik in mijn pyjama de trap af en legde de vraag voor aan mijn ouders. Ze konden geen garantie geven, een golf van eenzaamheid stortte over me neer.
Als we niet eens zeker weten of we hetzelfde zien, hoe kan ik dan zeker weten of anderen – mijn ouders – überhaupt wel echt zijn? Meer filosofisch gezegd: hoe kan ik een lichaam met ziel van een gewoon object onderscheiden? Het is precies deze vraag die centraal staat in Blade Runner 2049, het vervolg op de sciencefictionfilm Blade Runner uit 1982. ‘Hoe weet ik of een herinnering een implantaat is?’ vraagt agent K zich hardop af in de nieuwe film. Hij is een replicant, een kunstmatige mens, ontworpen om rotklusjes uit te voeren: in dit geval het uitschakelen van verouderde replicants.
Voortdurend speelt de film met de vraag wat echt is en wat nep. In de eerste film is de scheidslijn nog behoorlijk duaal: er zijn echte mensen en replicants. In 2049 is het meer diffuus: we onderscheiden mensen, zeker twee soorten replicants (het origineel en de verbeterde variant), en een tussenvorm: hologrammen met kunstmatige intelligentie, die door zowel replicants als mensen ingezet worden als ‘plezierrobot’.
Op mijn twaalfde had ik daar natuurlijk geen idee van, maar de eenzaamheid die ik voelde was bij uitstek modern. Voor de moderniteit ging men ervan uit dat de wereld door een god geschapen was. Een goede god schept voor iedereen hetzelfde rood. Andere mensen zijn gegarandeerd ook mensen, want God schiep ze naar zijn evenbeeld.
Met de moderniteit verloren we dat ijkpunt. De eenzaamheid van het niet zeker weten of er iets is dat het persoonlijke overstijgt, is iets geworden waar we allemaal – van jongs af aan – individueel mee moeten leren leven.
Technologie maakt het niet makkelijker: van de ‘intelligente’ computer-assistenten als Siri en Google Assistant op onze telefoons, warme liefdesrelaties die zich ontpoppen in chatrooms, tot de extra laag die augmented reality aan de werkelijkheid toevoegt: tegenwoordig omringen we onszelf steeds meer met allerlei tussenvormen van intelligente ‘mensachtigen’.
In 2049 keren dit soort hedendaagse technologische ontwikkelingen in zwaar verhevigde varianten terug. Een schitterend voorbeeld is een vuistgevecht in een verlaten theaterzaal: midden in de haperende werkelijkheid van een half defecte hologramshow van gaan twee fysieke lichamen elkaar te lijf. Replicant, mens en hologram: als een lappendeken van realiteiten schuiven ze over, en door elkaar heen. Nooit zag een knokscène er zo subliem vervreemdend uit.
Met de moderniteit verloren we de zekerheid zelf echt ‘bezield’ te zijn, tegelijkertijd raken de objecten om ons heen steeds bezielder. Allemaal werkelijkheden die we ergens moeten taxeren tussen ‘echt’ en ‘nep’: en dat is niet eenvoudig.
Een groot deel van de aantrekkingskracht van Blade Runner 2049 is dat de film een uitdrukking geeft aan een fundamentele onzekerheid die wij, moderne mensen, allemaal ervaren. De nieuwe film reikt ons net als het origineel manieren aan om na te denken over ons modern soort eenzaamheid.
Maar eigenlijk is de vraag of we überhaupt dezelfde film hebben gezien.


Regen op je huid

door Jurre Plantinga

Medium blade runner 2049 4

Afgelopen zomer haalde een Oostenrijks bordeel wereldwijd het nieuws. De seksclub in Wenen had een real doll aangeschaft, een levensechte sekspop. Fanny, zoals ze heet, bleek immens populair. Populairder zelfs dan de sekswerkers van vlees en bloed. En dus werd er snel een tweede pop gekocht.
Typisch zo’n bericht dat je kort je wenkbrauwen doet fronsen om daarna voorgoed te verdwijnen in het archief van de categorie ‘opmerkelijk’. Maar bij het zien van Blade Runner 2049 was daar opeens Fanny weer. En bleek het bericht over dat Oostenrijkse bordeel niet langer slechts opmerkelijk.
De film roept existentiële vragen op. Over wat het is om mens te zijn. Over eenzaamheid en nostalgie. En over de spanning tussen wat ‘maakbaar’ en wat ‘echt’ is. Opnieuw bevinden we ons in een donker, guur en onbarmhartig Los Angeles van de toekomst. En opnieuw volgen we een agent wiens taak het is om ronddolende replicants onschadelijk te maken: een Blade Runner.
‘K’, gespeeld door Ryan Gosling, is zelf ook replicant. Een nieuw model dat een stuk beter gehoorzaamt. Tijdens zijn jongste missie stuit K op de puzzelstukken van een verborgen verleden, en blijkt het met die gehoorzaamheid uiteindelijk wel mee te vallen. Er ontvouwt zich een zoektocht naar zijn eigen geschiedenis, misschien wel naar zijn eigen menselijkheid. Naar wat echt is.
Een cruciale rol is hierbij weggelegd voor Joi, het gezelschapshologram waarmee K zijn leven deelt. Joi is liefde op bestelling. ‘Everything you want to see, everything you want to hear’, flikkert het levensgroot in de door neon verlichte straten. Alles wat je wil zien, alles wat je wil horen: dat is precies hoe wij onze eigen levens inrichten. Maar bestaat er geen intrinsiek conflict tussen die behoefte aan maakbaarheid en ons minstens zo diepe verlangen naar echtheid?
Als iets de replicants uit beide films ‘menselijk’ doet overkomen, is het wel hun brandende verlangen om echt te zijn. Om iets echt te ervaren. De geur van fruitend knoflook. Regen op je huid. De aanraking van een geliefde. Als in dat verlangen naar echtheid onze menselijkheid schuilt, waarom voelt de vlucht naar het gemaakte dan zo vertrouwd, zoals blijkt uit het verhaal over het Oostenrijkse bordeel? Waarom kiezen wij massaal voor Fanny als er een alternatief van vlees en bloed voorhanden is? Op hoeveel echtheid, kortom, zitten we eigenlijk nog te wachten?
Terug naar K. Zijn zoektocht leidt uiteindelijk naar die andere Blade Runner: Deckard. In de dertig jaar die sinds het verhaal van de eerste film zijn verstreken, heeft Deckard zich teruggetrokken in een verlaten casino. Hij verlangt vooral naar eenzaamheid en slijt zijn dagen met boeken en whisky, vergezeld door een hond die misschien wel een robot is en de hologrammen van nostalgische iconen als Frank Sinatra, Elvis Presley en Marilyn Monroe.
In het casino kwamen mensen, zo legt Deckard uit aan K, om de echte wereld even te ontvluchten. En kregen ze alles wat ze wilden zien. Alles wat ze wilden horen.


Hoop op vrijheid

door Eline van der Haak

Medium blade runner 2049 1

Zekerheden zijn er: je wordt geboren, je gaat dood. Van de tijd in de baarmoeder of van de geboorte hebben we geen herinneringen. Toch bestaat er geen twijfel over de manier waarop wij in deze wereld terecht zijn gekomen. Dat maakt ons tot mens, maar Blade Runner 2049 zet deze zekerheden op losse schroeven.
In de film bestaat de samenleving niet alleen uit mensen, maar zijn er ook replicants, robotachtigen die er net zo uitzien als wij, maar die voor speciale doelen zijn gecreëerd. Ook zijn er holografische gezelschapsdames die er precies zo uitzien en gedragen als hun ‘eigenaar’ zich maar wenst. Aanraken kan je ze nooit, ze hebben geen lichamen van vlees en bloed.
Ze zijn door mensen gecreëerd. Opmerkelijk is daarom de scène waarin een vrouwelijke replicant wordt ‘geboren’: ze valt uit een soort vlies op de grond, besmeurd met smeer terwijl zij in huilen uitbarst, zoals iedere pasgeborene doet. Zij is volwassen, in elkaar gezet door haar maker die haar ook weer vernietigt. Ze voldoet blijkbaar niet als exemplaar.
Niet voor niets staat het leven van hoofdpersoon K op zijn kop wanneer hij vermoedt als baby te zijn geboren in plaats van te zijn ‘ontstaan’ als voortbrengsel van de replicantmaker Niander Wallace. De vraag over zijn identiteit, over wie of wat hij eigenlijk is, zorgt voor verwarring, maar tegelijk voor meer energie. Opeens heeft hij een doel in zijn voorheen eenzame, ‘geregisseerde’ bestaan.
De teleurstelling is dan ook voelbaar wanneer hij erachter komt dat niet hij, maar een dochter geboren is uit de relatie tussen replicant Rachael en agent Deckard. De onmogelijke relatie tussen die twee, waarmee de film uit 1982 eindigde, blijkt wonderbaarlijke uitkomst te hebben gehad. Niet alleen K, maar ook andere replicants hebben zich ooit ingebeeld dit kind te zijn — een gedachte die voor existentiële verwarring zorgt, maar die voor hen ook hoop biedt in hun strijd voor een betere positie in een wereld waar zij zich vanwege hun ‘afkomst’ in de marge bevinden.
De mogelijkheid om zelf leven te kunnen scheppen geeft de replicants een gevoel van gelijkwaardigheid en biedt hun nakomelingen recht op zelfbeschikking. In een wereld waar echt en namaak nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, waar geen bloem of boom meer groeit en artificiële beelden eenzaamheid tegen moeten gaan, biedt de hoop van nieuw leven, de geboorte van nieuwe kansen, de enige houvast.


Remedie tegen vervreemding

door Klaas Feij

Medium blade runner 2049 interview harrison ford 1200x675 c

De algoritmen van het internet lijken precies te weten waar ik naar verlang op een eenzame avond. Een date regelen zonder paringsdans met smartphones is bijna ondenkbaar. Het gaat verder: vluchtige beelden flitsen voorbij op Snapchat en Instagram, tekens van virtueel onderhouden vriendschappen. En de enige activiteit die mijn familie collectief onderneemt is het dumpen van babyfoto’s in een groepsapp. Dat is tekenend: mens-zijn heeft steeds meer met technologie te maken, maar steeds minder met mensen.
Blade Runner 2049 drijft dit idee door tot het uiterste, waarmee de film ons een spiegel voorhoudt. Ryan Gosling speelt de rol van KD6-3.7, voor intimi K. Hij is een replicant, een robot die niet te onderscheiden is van een mens. K is een inwisselbaar product dat slaafs gehoorzaamt, hij is een ‘zelf’ zonder zelfbeschikking, zo onecht dat zelfs zijn herinneringen en dromen zijn geprogrammeerd.
De replicant is de perfecte metafoor voor de totaal van zichzelf vervreemde persoon in een samenleving waarin verlangens kunstmatig worden gecreëerd en vervuld – een wezen dat er enkel nog uitziet als een mens.
Een confrontatie met een soortgenoot brengt K aan het twijfelen over zijn rol in de wereld. Hoop flikkert op: wellicht is hij de uitverkoren verlosser van de onderdrukte replicants. Ook bloeit de relatie met zijn holografische vriendin op door een technische upgrade, en even lijkt hij zelfs een levende vader te hebben.
Maar dit valt onvermijdelijk in scherven uiteen zodra de waarheid zich aandient. De schellen vallen K van de ogen; de zinloosheid van zijn bestaan openbaart zich.
Vier jaar geleden schreef Arnon Grunberg in de Volkskrant over een fenomeen dat we nu terugzien in 2049: ‘De twee belangrijkste mythen van het laatkapitalisme staan in bloei: de mythe dat verliezers winnaars kunnen worden en de mythe dat verliezers zich winnaars kunnen wanen door bepaalde producten te kopen, al dan niet op krediet.’
Dat is het: ondanks de ondraaglijke waarheid ploetert de tragische held in de film stoïcijns voort – niet voor zichzelf, maar voor de kans op een betere toekomst voor de ander.
In zijn verlangen en zijn lijden is K al te menselijk. Daarom herkennen we in hem een persoon waartoe we ons als mens kunnen verhouden, misschien zelfs een voorbeeld aan mogen nemen. Dat hij strikt genomen geen homo sapiens is, doet er niet toe. In de bioscoopzaal is de wetenschappelijke definitie van menselijkheid ontoereikend en ongepast, een interruptie van onze zoektocht naar een remedie tegen vervreemding.


En-en-enzovoorts

door Heleen Klomp

Medium br2049 2

De personages in Blade Runner 2049 bestaan niet uit statische ‘en/of’ gegevens. Eerder zijn ze gespleten, gefragmenteerd en gelaagd. Meer ‘en-en-enzovoorts’. Door innerlijke twijfel, interactie en het vermogen tot voelen en verlangen ontwikkelen de figuren in het verhaal zich. En komen ze dichter bij elkaar. Dat is verfrissend: het creëert een breuk met het beeld dat ons ‘mens-zijn’ een vaststaand gegeven is gebaseerd op rationaliteit. De binaire opposities die dit soort denken in de hand werkt zijn funest voor een constructieve dialoog. Zo’n gesprek is nodig om verschillen te overbruggen, zodat er ruimte is voor wederzijds begrip en respect.
Motieven van ontheemding en verlangen naar vrijheid zijn in de film verpakt in een schizo-jasje. Mens, replicant en hologram, verleden en heden, het actuele en het virtuele, man en vrouw, licht en donker, binnen en buiten, het onechte en het echte, de kopie en het origineel. Regisseur Denis Villeneuve smelt ze allemaal samen tot de tekst: ‘Cells interlinked within cells interlinked…’ Deze zin uit een gedicht in de roman Pale Fire (1962) van Vladimir Nabokov is prominent aanwezig in de ‘baseline-test’ die replicants moeten ondergaan om ervoor te zorgen dat ze in-sync blijven met de heersende norm.
Dat illustreert de werking van machtsverhoudingen en het dominante, destructieve mechanisme van hokjes-denken en ‘wij’ versus ‘zij’ in de hedendaagse wereld. Villeneuve laat zijn personages hiermee worstelen. Hij legt de nadruk op verschillen tussen zijn subjecten. Mens, replicant en hologram worden omgevormd tot nieuwe lichamen die continu ‘in wording’ zijn. Ze delen eenzaamheid en het verlangen naar vrijheid en authenticiteit. Hij laat ze losbreken uit hun hokjes, uit celachtige blokkendozen, een baseline-test of de letterlijke grenzen van een projector. In de tussenliggende speelruimte kunnen ze op zoek gaan naar zichzelf. En naar de ander. Ze gaan in elkaar over door spiegeling en reflectie. Hologram Joi (Ana de Armas) belichaamt deze vermenging. Ze is namelijk overal, ze is van iedereen, ze is ‘everything you want her to be’.
Verlangen en de zoektocht naar een Zelf gaan gepaard met innerlijke strijd. Zo verlangt agent KD6-3.7 (Ryan Gosling) ernaar ‘echt’ te zijn en ergens thuis te horen. Lastig voor een replicant die door zijn Madame wordt ingezet als ‘gereedschap’ om oudere replicants uit te schakelen. K valt overal tussenin. Totdat een toevallige ontdekking een zoektocht start die de twijfel over zijn ware aard aanwakkert. De antwoorden uit het verleden blijken een illusie. Of toch niet? De enige die daar uitsluitsel over kan geven is Dr. Ana Stelline (Carla Juri). Ook zij is gevangen. Ze leeft in een sneeuwwitte, lege ruimte, een tabula rasa waarin zij verleden en heden aan elkaar rijgt. Geboren uit een mens en een replicant – ze is overal en nergens. Bij haar ligt de sleutel tot de ‘ware illusie’: dat we allemaal al(l) EEN zijn.

Poedelnaakt verlicht het hologram de stad

door Jeroen van Wijhe

Medium br2049

De Hollywood-producer Harvey Weinstein, door tientallen vrouwelijke acteurs beschuldigd van verkrachting en seksuele intimidatie, zou zich prima thuis voelen in Blade Runner 2049. De film is een duister sprookje over mensen en robots die niet meer weten hoe ze van elkaar verschillen. Maar het verhaal schetst óók een diep misogyn toekomstbeeld waarin vrouwelijke replicants gewillige lustobjecten zijn die grenzeloze seksualiteit beloven – zonder enige consequentie.
De nieuwe Blade Runner komt in een tijd waarin het Weinstein-schandaal wereldwijd een debat over seksuele intimidatie ontketent. Dat terwijl er een nóg een man die zich aan vrouwen vergrijpt in het Witte Huis zit. Te midden van deze ontwikkelingen kunnen we ons juist tot sciencefiction wenden, bijvoorbeeld om ons werelden te kunnen voorstellen met omgekeerde machtsrelaties. Maar Blade Runner 2049 bereikt het tegenovergestelde: het maakt de ongelijke machtsverhouding tussen man en vrouw juist sterker.
Toegegeven, in deze wereld zijn beide seksen verworden tot objecten. Door de opkomst van de vogelvrije replicants is de mens vrij om immoreel te handelen. Omdat replicants in principe geen levende wezens zijn, is het geoorloofd hen straffeloos te misbruiken en vermoorden.
Wat doet deze vrijheid met je, als het ding dat je mag misbruiken niet te onderscheiden is van je buurvrouw? Drie uur lang zien we nauwelijks waarachtig menselijk contact. Mensen behandelen replicants zoals luitenant Joshi haar Blade Runner, K (Ryan Gosling) behandelt: ze zijn consumenten die hun producten de opdracht geven hun taken uit te voeren of verlangens te bevredigen.
Het zijn vooral vrouwen die het onderspit delven. De dienstbare vrouwelijke replicants resetten eeuwen van emancipatie door mannen opnieuw te voorzien van een beheersbaar object. K heeft het lot van zijn ‘vrouw’ letterlijk in handen: Joi is een genotsreplicant die elk moment opgeroepen kan worden om de fantasieën van haar meester uit te voeren. Na haar vernietiging zien we hoe een dubbelganger als poedelnaakt megahologram de stad verlicht.
Dan is er de heilige graal onder de replicanten: Rachael, de gestorven vrouw van agent Deckard. Rachael is evenzeer een object. Haar marktwaarde ligt niet in seksualiteit, maar in haar unieke vermogen om kinderen te baren. Ze is de sleutel tot een nieuw ras, een organische versmelting tussen mens en machine. Rachael is een verloren collector’s item dat niet meer hervonden kan worden. Als grooteconoom Wallace een nieuwe replicant laat ‘baren’, steekt hij haar zonder enige scrupules in haar baarmoeder en laat haar sterven. Was het een echte vrouw, dan zou dit gruwelijke scène zijn. De voorkennis dat het om een robot gaat, verstomt ook onze medemenselijkheid. De samenleving die de film ons laat zien, is er niet alleen een waar een Harvey Weinstein in zou gedijen; het is er een die Harvey Weinsteins voortbrengt.


Knoflook voor de ziel

door Jan van Tienen

Medium blade runner 2049 movie screencaps screenshots

Het leven onder een kapitalistisch systeem is zwaar en stom en je weet niet goed waar je het voor doet of waarom je het doet. Waar komt de motivatie om in beweging te blijven werkelijk vandaan? Blade Runner 2049 onderzoekt niet alleen wat nou echt menselijk is, maar stelt die vraag ook in de context van ongebreideld en deprimerend kapitalisme. Doordat de film vragen over bewustzijn, wat echte liefde is en leven in een repressief kapitalistisch regime als puzzels presenteert, nodigt het de kijker uit lang over die zaken na te denken. Misschien biedt de film zelfs antwoorden, als je maar lang en goed genoeg kijkt.
De hoofdpersoon is Joe K. (Ryan Gosling). K, rechercheur bij het politieapparaat van Los Angeles in 2049, is een replicant (amper van normale mensen te onderscheiden wezens die door onheilspellende corporaties in plastic zakken gekweekt worden) en is bezitter van een vliegende auto. Ook heeft hij een leuke vriendin: het computerprogramma Joi, die in een mum van tijd van outfit verwisselt, omdat ze hologram is.
K schiet aan het begin van de film een eenvoudige madenboer (Dave Bautista) dood. (In de toekomst eet men vlezige meelwormen die in groezelige kassen gekweekt worden.) De boer blijkt een ondergedoken replicant te zijn, van een ouder model dan K zelf. Replicants worden op grote schaal ingezet op de koloniën op andere planeten, waar ze als slaven te werk worden gesteld, iets dat wordt vergoelijkt door te stellen dat replicants geen ziel hebben, dat ze nepmensen zijn. Die oude modellen die weglopen moeten dus worden ‘uitgeschakeld’.
Maar deze replicant heeft een pannetje met maden en knoflook op staan, waardoor we serieus twijfelen over de rechtvaardigheid van zijn dood. Hoe kan iemand die geniet van knoflook zielloos, onecht zijn? Wat is echtheid überhaupt? Wat bij de boer in de tuin begraven ligt vormt de aftrap voor K’s zoektocht naar een mens of replicant, inclusief de vraag wat hij is.
Als kijker speur je met K mee, maar behalve in de vragen over de plot zit het plezier van de film in het bij elkaar puzzelen van hoe de wereld in elkaar zit. Want hoewel deze wereld fenomenaal is vormgegeven gaat de film spaarzaam om met het invullen en verklaren van de onderliggende regels.
Zo is het de vraag hoeveel er precies wordt bepaald door de ondernemer Niander Wallace (Jared Leto), die de ‘gehoorzame’ replicants produceert, en die tevens de voedselrevolutie mogelijk heeft gemaakt waardoor de mensheid gevoed wordt. Ook heeft de Wallace Corporation het computerprogramma Joi ontworpen. Maar is Joi dan zelfbewust, een wezen met agency, of gewoon een onderdeeltje in de grotere, kapitalistische machine die Wallace maakte?
Hoe het ook zij: als kijker zie je de relatie tussen Joi en K, twee gefabriceerde wezens, wier liefde uiteindelijk ook nog in dienst staat van Wallace’s doeleinden. Wat houdt ons in beweging? De kunstmatige stimulans van een computerprogramma als geliefde? Of toch echt liefde, poëzie, de geur van knoflook?


Deze masterclass is een initiatief van het Domein voor Kunstkritiek in samenwerking met EYE Filmmuseum en Cinema Egzotik, het cultfilmprogramma van regisseur Martin Koolhoven en EYE-programmeur Ronald Simons.