Film & Leven: New Horizons

Masterclass: ‘Chalkroom’

In de Masterclass Film & Leven speuren aanstormende critici naar nieuwe manieren om over film te schrijven. Onder de noemer New Horizons bekijken ze beeldende kunst gemaakt met geavanceerde mediatechnologie en schrijven ze over vernieuwende cinematografische vormen. In de eerste van een driedelige publicatiereeks: Chalkroom, een virtual reality-werk van de Amerikaanse performancekunstenaar Laurie Anderson, en een tentoonstelling van de Japanse muzikant en kunstenaar Ryoji Ikeda. Tevens de vraag wat er nog nieuw kan zijn aan de narratieve cinema en, om te beginnen, een visie op het verschil tussen kunstenaar en criticus.

Kijken, vragen en vertalen

door Alexander van der Weide

Chalkroom © Laurie Anderson

Er bestaat een interessante spanning tussen de criticus en de kunstenaar. De criticus zal zeggen: zó zijn de dingen en zó zijn ze niet. De kunstenaar is niet geïnteresseerd in wat ís, maar in wat mogelijk is; de kunstenaar bijt en de criticus beschrijft de wonden.

Ezra Pound zei over poëzie: ‘Make it new.’ Als je iets kunt laten zien alsof het nog nooit op die manier getoond is, overweldigt en raakt en betovert het de toeschouwer. Hier gaat het niet zozeer om vernieuwing, maar om authenticiteit – een eigenzinnige stijl van vertellen, ideeën uitwerken en een vorm uitvinden.

Met een film ontsluit een maker een bepaalde wereld, hij vertelt, toont. Film is een dialoog – misschien een bijtende dialoog, maar toch: een dialoog. En voor een dialoog moet je goed kunnen luisteren. Toch gaan veel critici naar de bioscoop om juist te verdwijnen uit het alledaagse leven, om bij de hand te worden genomen voor een vermakelijke, op maat gesneden escapade. Maar film is onderdeel van het leven, praten over het leven, het leven laten zien. Daarom is het aanwijzen van alleen vernieuwingselementen een te vrijblijvende manier van in dialoog treden. ‘Dit was nieuw en dat.’ Is dat alles wat je te zeggen hebt? Nadat ik je heb verteld over mijn schotwond, het licht dat in de blaadjes trilde, de huilende buurman, het geluid van regenwater in afvoerbuizen, sterfelijkheid, eenzaamheid, schoonheid? De wond is dieper naarmate de beet onverwachter, ‘authentieker’ is; de pijn is per definitie persoonlijk en uniek.

De filmcriticus moet leren om in de wereld van het mogelijke te treden. Hij moet kortom met twee benen in de blubberige modder in gesprek gaan met de film, het leven en zichzelf. Natuurlijk is het goed een kader te schetsen van tradities waartoe een film zich verhoudt – maar dat is maar één van de kaders, niet de kern. De criticus moet hardop leren nadenken, zoeken, persoonlijk worden – essayeren. Een film gemaakt met liefde verdient geen rubricatie of cliché-blurb; hij verdient een serieus gesprek, twijfels, bevragingen, bewondering, boosheid. De kunst van de criticus is de kunst van de dialoog, de kunst van het kijken, de kunst van het vragen, de kunst van het vertalen.

Alles is taal

door Isabel Harlaar

Chalkroom © Laurie Anderson

Je zweeft door een pikzwarte ruimte richting een wit verlichte deurpost. Onder je bevindt zich een diepe afgrond. Als je door de deur heen bent, word je plots omgeven door een zwerm van letters. Zo begint Chalkroom, een virtual reality-installatie van kunstenaars Laurie Anderson en Hsin-Chien Huang.

Een ‘bibliotheek van verhalen’ noemt Anderson Chalkroom in een interview. Eerst lijkt het meer op een opeenstapeling zwarte dozen, waar je doorheen beweegt met twee joysticks en een keuzemenu met opties als ‘cloud’ en ‘tree’. Maar als je aan het donker gewend bent, zie je dat de muren waarlangs je loopt volgeschreven staan met krijt.

Ondertussen hoor je Anderson zinnen als ‘and you realize: things are made of words’ fluisteren. Dat is precies wat Chalkroom is: een herinnering aan dat alles uit taal bestaat. Taal die je moet leren, laat een ruimte met kinderlijke hanenpoten en een polonaise dansend schoolklasje op de muren zien. Taal is ook scheppend, merk je in een ruimte waar je verhalen op de wanden mag schrijven. En taal is manipuleerbaar, ervaar je wanneer je joysticks ineens bordenwissers zijn.

In de ruimte ‘dog’ sta je voor een enorme afbeelding van Andersons overleden hond Lolabelle. Dichterbij zie je dat de hond opgebouwd is uit woorden. De herinnering barst als een zeepbel uit elkaar: een confrontatie met het feit dat er altijd een talige kloof zit tussen een ervaring en onze herinnering daaraan. Zo ook in de ruimte waar het overlijden van Andersons vader telkens in dezelfde zinnen op de muur beschreven wordt: kan er meer overblijven van een herinnering dan de woorden waarmee we ze doorvertellen?

Dat alles uit taal bestaat is geen originele gedachte, maar de manier waarop dit idee gebracht wordt is dat wél: Anderson benadrukt dat niemand dezelfde ervaring heeft in Chalkroom. Ieder bezoek is uniek, omdat je individuele bewegingen bepaalde geluidsfragmenten en beelden activeren. Het is uiteindelijk aan jou of je voor een krijtje of een bordenwisser kiest.

Reflecties op het lichaam

door Lotte van Lith

Ryoji Ikeda, data.tron [3 SXGA+ version], audiovisual installation, 2009 © Ryuichi Maruo

Ryoji Ikeda’s tentoonstelling van technologie en betekenisgeving is vernieuwend vanwege de afwezigheid van het element ‘verhaal’ in de installaties en het openbaren van de synesthetische ervaring. Zeven kunstwerken vertegenwoordigen de wereld door data, pixels en sinustonen. Het auditief minimalisme, in elektronische vorm, is vóelbaar. Niet zozeer als muzikaal geïnduceerde emoties, eerder meditatief. Het resultaat is sensationeel – zo’n ervaring wil ik elke dag wel opdoen.

Bezoekers staan en liggen gretig ín de pixels van het werk Data.gram, als kinderen in een modderpoel. Ze bestuderen hun lichaam waar golven van data overheen stromen. De mens is een projectieoppervlak geworden. Zijn we dit niet altijd al, van elkaar? Ik herinner me de indringende Light Projections (Jenny Holzer, 2007) waarin gedichten van Wislawa Szymborska, reflecties op de mens teruggebracht tot de essentie, op bezoekers geprojecteerd worden. Ook Ikeda stelt zich de vraag: wat is de meest fundamentele aard van het leven? Hij onderzoekt het antwoord in algoritmes.

In het midden van de tentoonstellingsruimte staat Point of No Return. Helder wit licht met een intens zwarte cirkel. In combinatie met witte ruis vallen waarnemer en waargenomene samen. The Radar biedt representaties van de werkelijkheid via wetenschappelijke instrumenten. Daar sta ik voor een hypermoderne monoliet, die weliswaar haar rekenkracht esthetisch etaleert, maar daarmee niks prijsgeeft en als een bliepende sirene mijn aandacht concentreert.

Meermaals waan ik mezelf aan boord van een ruimteschip. Grappig, de tentoonstellingsruimte heeft iets weg van een vliegtuigvleugel. Ook vanwege het overwegend beeldende en auditieve komt Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey (1968) in gedachten. De rode stip aan boord van het ruimteschip Discovery One. In EYE vraag ik mij speels af: zou HAL weten dat ik naar hem kijk, aan mijn penstreken aflezen wat ik heimelijk over hem noteer?

Waar 2001 de ontwikkelingen vóór leek, gedijt Ikeda’s kunst in de huidige, technologisch getransformeerde maatschappij. Dit is geen schrikbarend, visionair toekomstbeeld, maar een realiteit waar we afhankelijk van zijn en, zo laat deze exhibitie zien, intrigerend weinig van begrijpen.

Op zoek naar houvast in de virtuele wereld

door Jurre Plantinga

Ryoji Ikeda, datamatics [prototype-ver.2.0], audiovisual concert, 2006-08 © Ryuichi Maruo/ courtesy of Yamaguchi Center for Arts and Media (YCAM)

’Een droom die uitkomt.’ Zo omschrijft kunstenaar Laurie Anderson het werken met virtual reality. Hetzelfde geldt voor de bezoekers aan haar installatie Chalkroom: je kunt namelijk vliegen.

In de zwart-witwereld waar Anderson je met virtuele vleugels loslaat, zijn woorden en letters de baas. Het is een ode aan taal, aan het scheppen van verhalen. Maar welk verhaal blijft er uiteindelijk bij de bezoeker hangen? Blijft er wel een verhaal hangen? Dat is maar de vraag. Het gevoel te kunnen vliegen, de onderdompeling in een vreemde wereld – ja, dat neem je weer mee naar buiten. Verder beklijft Chalkroom nauwelijks, wat meteen een belangrijke uitdaging voor virtual reality als kunstvorm laat zien.

Het is deels te wijten zijn aan de duur van de gemiddelde VR-ervaring. Chalkroom duurt een kwartier. En bij Alejandro González Iñárritu’s CARNE y ARENA, afgelopen zomer in Filmmuseum EYE, bevind je je slechts zeven minuten in de woestenij van het Mexicaans-Amerikaanse grensgebied. Met het belangrijke verschil dat je bij de Mexicaanse filmregisseur al snel weet van welk verhaal je deel uitmaakt. Dankzij de VR-techniek voegt hij een extra dimensie toe aan een overbekend narratief: de wereldwijde vluchtelingencrisis.

Zo’n kader helpt. Zeker als de vorm en daarmee ook de beleving zo nieuw zijn. Doe ik het wel goed? Haal ik alles er wel uit? Dat soort onzekerheden blijven toch achter de verwondering sluimeren zodra je een VR-bril opzet. Vergelijk dat eens met de onbezorgde routine waarmee we ons in een bioscoopstoel nestelen.

De waardering voor VR als kunstvorm groeit. Iñárritu kreeg een speciale Oscar voor CARNE y ARENA, en tijdens het filmfestival van Venetië werd vorig jaar voor het eerst een prijs voor de beste VR-ervaring uitgereikt. Chalkroom won. Toch blijft het allemaal wat onvolmaakt aanvoelen. Alsof zowel kunstenaar als publiek nog moet wennen aan de grenzen van een techniek die grenzeloosheid belooft.

Caleidoscopische beeldendeken

door Sandy Seifert

Ook in de ‘gewone speelfilm’ zien we nieuwe werkelijkheden en nieuwe kijkervaringen. Mandy van regisseur Panos Cosmatos is een voorbeeld van klassieke cinema waarin de werkwijze even grensoverschrijdend is als die in films en installaties gemaakt met nieuwe virtual reality-technieken.

Cosmatos gebruikt een zorgvuldig gecomponeerde reeks filmmotieven waarvan de betekenis constant anders blijkt dan waaraan de kijker gewend is. Onder een caleidoscopische beeldendeken worden de werkelijkheid en de verwachting van de kijker constant op de proef gesteld en in twijfel getrokken. Op het moment dat we een duidelijke richting denken te hebben gevonden, trekt Cosmatos aan het stuur. Hierdoor creëert hij iets kosmisch, iets vervreemdends en buitenaards.

Het karakter Mandy intrigeert en hypnotiseert de kijker. We worden meegezogen in haar heterochrome ogen, loodzware melancholie en heksachtige verschijning. Haar sluike haar en ranke ledematen zweven als een magische, kwetsbare entiteit door de film heen en stomen de kijker klaar voor een spirituele kijkervaring die kracht wordt bijgezet door de aanwezigheid van de onverbiddelijke natuur en de sektarische groep in wier klauwen ze belandt. Het verhaal ontpopt zich vervolgens in hysterische wraakpulp vol vlees, bloed en kettingzagen waarbij het magische met onversneden woede uit de film wordt gerukt. Ronkende motoren, motorbendes, demonen die vervolgens weer transformeren naar zielloze nietsnutten. Cosmatos laat niets heel; alles mag kapot.

In tegenstelling tot virtual reality, waarbij de maker inspeelt op de vrijheid van het hele lichaam, spreekt Mandy de vrijheid van de geest aan. Cosmatos doet dit door filmmotieven, zoals de aanloop naar spiritualiteit en de honger naar wraak, af te kappen en om te vormen. Hiermee bewijst hij dat klassieke cinema en virtual reality naast elkaar kunnen bestaan. Cosmatos doorbreekt patronen en maakt ruimte voor nieuwe interpretaties. Mandy is ontregelend. De film schuurt soms op het pijnlijke af, maar deze groeipijn voelt aangenaam.


Film & Leven staat onder leiding van Gawie Keyser van De Groene Amsterdammer en is een initiatief van Stichting Domein voor Kunstkritiek en Filmmuseum EYE.