Film & Leven: Popculture

Masterclass: Poliziotteschi

In de Masterclass Film & Leven Editie Popculture speuren aankomende critici onder begeleiding van Gawie Keyser van De Groene Amsterdammer naar nieuwe manieren om over film en cultuur te schrijven. In de derde van een publicatiereeks focussen de cursisten op de stijl van de populaire Italiaanse cinema van de jaren zeventig, specifiek het subgenre poliziotteschi, oftewel politiefilm. Over het sublieme aan slechte films, naakte lichamen bungelend aan een kroonluchter en het belang van cinema in tijden van onrust in de samenleving.

Leren kijken naar sublieme, slechte films

door George Vermij

‘Hoge’ en ‘lage’ cultuur – ze liggen wel vaker met elkaar in bed. Neem literatuurcriticus Walter Benjamin die in zijn onafgemaakte Das Passagen-Werk (1927-1940) een geschiedenis van het moderne Parijs wilde schrijven door te kijken naar de bordelen, de prostituees en louche cafés van de stad. In die wereld ontstond cinema als een kermisattractie voor de massa.

Small the designated victim 1971
Designated victim (1971)

De surrealisten waren gefascineerd door morsige bioscopen. Eind jaren twintig schreef filmcriticus Ado Kyrou in Le surrealisme au cinema: ‘De beste en meest opwindende films worden vertoond in plaatselijke holen. Het zijn films die géén plaats in de filmgeschiedenis lijken te hebben. We moeten leren om naar die “slechtste” films te kijken – soms zijn ze subliem.’

Later, in de jaren vijftig en zestig, kwamen de jonge honden van het filmtijdschrift Cahiers du cinéma die groot waren geworden met Amerikaanse B-films. Ze werden verliefd op pulp en zetten de films kritisch op een voetstuk. Toen ze zelf achter de camera gingen staan, moesten ze wel verwijzen naar hun eerste grote liefde. Jean-Luc Godard droeg daarom zijn debuut À bout de souffle (1960) op aan Monogram Pictures, de studio die in de jaren veertig en vijftig goedkope film noirs maakte. En van Godard is het maar een kleine stap naar Quentin Tarantino die zijn productiemaatschappij weer vernoemde naar Godards Bande à part (1964).

Wie echt van film houdt kan er niet omheen dat je je soms moet onderdompelen in de obscure en smoezelige krochten van de cinema. Zo kon je in de jaren zeventig op Times Square in New York een film van Bernardo Bertolucci zien in bioscopen die óók aan de lopende band porno- en exploitatiefilms vertoonden. Het maandelijkse programma Cinema Egzotik van Filmmuseum EYE vertoont dikwijls films van het laatste soort, bijvoorbeeld twee titels die draaiden in het kader van een hommage aan de eerder dit jaar overleden acteur Italiaanse acteur Tomas Milian.

Milian was een superster, wat vooral blijkt uit Umberto Lenzi’s Almost Human (1974) waarin hij een crimineel speelt die moordend door Italië trekt, gevoed door een mix van drank en drugs. En in de meer ingetogen thriller The Designated Victim (1971) van Maurizio Lucidi zien wij hem als een gladde modefotograaf die van zijn rijke echtgenote af wil. Hij wordt gemanipuleerd door een excentrieke aristocraat (Pierre Clementi) die haar wel namens hem uit de weg wil ruimen, maar zo zijn eisen heeft.

Lucidi’s bonte filmografie bestaande uit knokfilms, schunnige komedies en politiethrillers bevestigt het beeld van een commerciële veelfilmer die snel moest inspelen op trends. Zijn films belandden grotendeels op de vuilnisbelt van de filmgeschiedenis, maar inmiddels ontdekken nieuwe generaties cinefielen zijn werk.

Dat is terecht in het geval van The Designated Victim. Het is een film met een ongemakkelijke spanning tussen Milian en de mysterieuze en decadente Clementi. Een relatie met homo-erotische trekjes. Vooral Clementi trekt de film naar zich toe. Hij was in die tijd een cultfiguur die net zo makkelijk opdook in films van meer gerespecteerde cineasten. In Luis Buñuels Belle de jour (1967) is hij bijvoorbeeld een sadistische crimineel die Catherine Deneuve mishandelt; Pier Paolo Pasolini werkte met hem samen in Porcile (1969); en met Bertolucci maakte hij Il conformista (1970).


Hou je bek, rotwijf

door Jenny Velthuys

Giulio Sacchi, ondubbelzinnig gespeeld door Tomas Milian, is een slechterik. Hij manipuleert, steelt en moordt met een machinegeweer. Likt hij eerst nog aan het blote been van een gevangen genomen vrouw, ze bungelt aan de kroonluchter, haar volle borsten hulpeloos ontbloot; een paar seconden later schiet hij haar dood. Eigenlijk was hij van plan haar eens lekker te verkrachten. Maar ze schold hem uit en toen dacht hij: hou je bek, rotwijf. Rikketikketiketikketikketik zegt zijn geweer. Nu sijpelt het bloed rood over haar bleke lijf. Stilte. Op de trap ligt een teddybeer, die is van het zevenjarige kindje dat dood op de gang ligt. Ook neergemaaid door Giulio. Deze man moet gestopt worden, dat is duidelijk. Gaat het de politie lukken Giulio te pakken voordat hij de mooie miljonairsdochter Marilu vermoordt?

Poliziotteschi, oftewel Italiaanse misdaadfilms, waren populair in de jaren zeventig. Het verhaal gaat dat de Italianen geen films konden zien op televisie, Rai mocht ze niet vertonen, en dus gingen de Italianen massaal naar de bioscoop. Er waren talloze. Daar zat je niet maar stond je, en je kon rustig midden in een vertoning binnenlopen. Ik stel me zo voor dat de bezoekers in groepjes bij elkaar kwamen, rokend en drinkend, luid commentaar leverend vanonder hun boerenpetten. In zo’n setting moet je geen subtiele films maken. Geen karakterontwikkeling, dat komt toch niet tot zijn recht. Geen diepe dialogen, want wie wil er nou naar pratende hoofden kijken? Geen ambiguïteit, want hoe weet je dan wanneer je moet juichen? De plot moet helder zijn, de emoties eenvoudig en de scènes spectaculair.

Medium maxresdefault
Almost human (1974)

De spanningsboog in Almost Human (1974) wordt uiteindelijk bepaald door de vraag of Marilu zal blijven leven. Hoe zorgt regisseur Umberto Lenzi ervoor dat we dat als kijker belangrijk vinden? Door te laten zien hoe mooi ze is. Er is een scène met actrice Laura Belli op het tennisveld. Dan is Marilu nog vrij. De wind speelt met haar glanzende haar. Ze dartelt als een jong hertje. Ze draagt een rokje dat net iets te kort is. Eenmaal gevangen blijft ze mooi. Zie haar roze mond, teer als een rozenblaadje. Kijk die grote intelligente ogen, met die fijne wenkbrauwen erboven. Zo’n aantrekkelijk wezen moet natuurlijk gered worden van de bloederige ondergang die haar te wachten staat als Giulio zijn zin krijgt.

Het acteerwerk van Tomas Milian doet denken aan Kevin Spacey in The Usual Suspects (1995). Spacey verandert in de laatste scène van een manke zielenpoot in een macho, puur door zijn lichaamstaal aan te passen. Toen ik dat voor het eerst zag werd ik me bewust van de wijsheid die in goed acteerwerk schuilgaat. Voor de manier waarop anderen je zien is het blijkbaar bepalender hoe je je voelt dan wat voor jas je draagt. Een goede acteur weet dat, en Tomas Milian was een goede acteur. Giulio is rauw en harteloos. Maar telkens als de politie hem verhoort, verandert hij in een week slachtoffertje waarvan niemand kan vermoeden dat hij in staat is tot zoveel bruutheid.


Sadistische shit

door Marie-Paule Fritschy

Het vest dat ik draag is warm en groot genoeg om in weg te kruipen. Dat is misschien wel nodig, want ik ga voor het eerst een poliziottescho kijken, een Italiaans filmgenre dat geïntroduceerd werd met termen als ‘sadistische shit’, ‘bruut geweld’ en ‘vrouwonvriendelijk’. Nu maakte Michael Haneke’s psychopatische Funny Games (2007) mij al misselijk. En tien jaar later ga ik weer de confrontatie met een mogelijk misselijkmakende film aan.

De film is Almost Human (1974) van de onlangs overleden cineast Umberto Lenzi. Met een verbijsterende kidnapscène, een portie onvrijwillige seks en een schietgevecht om een pakje sigaretten – dit alles in de eerste twintig minuten – is de toon gezet. Maar het brengt míj niet van mijn stuk.

Kogels laten perfect cirkelvormige gaten achter in de kleding van het slachtoffer. Het bloed eromheen is knalrood. De aanstichter van de ellende, Giulio Sacchi (vertolkt door de onlangs overleden Cubaans-Amerikaanse acteur Tomas Milian) is niet vies van een pilletje; hij gedraagt zich afwisselend opvliegend en tenenkrommend emotioneel. Mogelijk bepalen de drugs zijn stemmingswisselingen, maar daarnaast past het ook goed bij de stijl van de film waarin psychologische geloofwaardigheid ondergeschikt is aan het tonen van geweld als entertainment.

Poliziotteschi, vrij te vertalen als ‘politie-achtig’, waren populair in de jaren zeventig. Het genre ontsproot in een tijd van sociale, economische en politieke onrust in Italië. Jaren waarin de maffia infiltreerde in de maatschappij en het aantal politieke aanslagen in de drugsgerelateerde criminaliteit toenam. Cineasten als Lenzi vergrootten dit soort ellende schaamteloos uit in films die wereldwijd met gejuich werden ontvangen.

Illustratief hiervoor is Almost Human. Halverwege de film hangen er drie lichamen aan een kroonluchter. Dit is het werk van een sadist, maar bij Lenzi heb je geen idee wat voor soort mens zoiets doet. Sacchi moordt, zo lijkt het, omdat het kan.

Dit nihilisme in Almost Human is ontwrichtend. Bovenal is dit zo nadrukkelijk een stijlkeuze dat het mij niet raakt. Ik heb een bloedhekel aan geweld, maar ook als Sacchi zijn vriendin de dood in duwt, hoef ik mijn blik niet af te wenden. Dat is niet het geval wanneer ik moderne sadistische personages als Hannibal Lecter, Patrick Bateman (American Psycho) en de gruwelijke Paul en Peter (Funny Games) aan het werk zie. Dan ben ik makkelijk een paar dagen van streek.

Blijkbaar is het niet het geweld, maar de psychologische motivatie die deze sadisten toegekend krijgen de factor waarmee filmmakers mij raken. De manier waarop hedendaagse filmmakers als Michael Haneke nare spelletjes spelen met mijn gevoel voor begrip, dát is de reden dat ik sommige films alleen met een zacht, groot vest om mij heen gewikkeld kan bekijken.


Deze masterclass is een initiatief van het Domein voor Kunstkritiek in samenwerking met EYE Filmmuseum en Cinema Egzotik, het cultfilmprogramma van regisseur Martin Koolhoven en EYE-programmeur Ronald Simons.