Jon McGregor
Vele manieren om te beginnen
Vertaald door Mea Flothuis, De Arbeiderspers, 330 blz., € 19,95

Medium mcgregor

Hoofdstuk acht uit dit boek is zo mooi en origineel geconstrueerd dat je de scène na lezing nog jaren moet kunnen navertellen: de jonge David is in de vertrekken van zijn moeders vriendin Julia. Zij zet een wals op en leert de jongeling hoe hij moet ballroomdansen. Hij is gegeneerd. Ze vertelt hoe ze haar man, een majoor, leerde kennen in een danszaal. Ze vertelt over hun kortstondige verhouding en danst voor de platenspeler. Terwijl Julia vertelt, ziet David het paar op de dansvloer hun korte gezamenlijke leven meemaken. Hij ziet Julia al dansend in het oor van haar majoor het telegram fluisteren dat ze in werkelijkheid naar het front stuurde. Een paukenroffel van het orkest kondigt geweld aan en na oorlogshandelingen stopt het orkest, verdwijnt de in de werkelijkheid gesneuvelde majoor en keert Julia in Davids voorstelling terug naar de rand van de dansvloer. McGregor gebruikt geen aanhalingstekens en vertelt zonder duidelijk onderscheid te maken tussen gesproken tekst, gedachten en beschrijvingen. Hij weet die drie af en toe mooi door elkaar te halen, waardoor onvermoede verbanden ontstaan. McGregor is van 1976 en zijn tweede boek, So Many Ways to Begin, stond net als zijn eerste, If Nobody Speaks of Remarkable Things, op de Booker-longlist. Dat debuut verscheen vorig jaar, drie jaar na publicatie, bij De Arbeiderspers, die nu direct door kon met Vele manieren om te beginnen, wederom vertaald door Mea Flothuis, die fraaie oplossingen brengt, bijvoorbeeld als Julia zegt dat ze niet doolally is, wat zij vertaalt met ‘mataglap’. Het boek heeft een mythisch aandoende proloog: een kort verhaal over Mary, een meisje dat samen met kansarme lotgenoten van Ierland naar Londen trekt om er als hulp in de huishouding dienst te doen, gepakt te worden door de heer des huizes, haar kind onmiddellijk na geboorte ter adoptie te geven en weer terug te trekken naar Ierland, waar ze voor altijd zal zwijgen en kniezen over haar afgestane kind. Vervolgens krijgen we de levensgeschiedenis van David, een kind dat obsessief poogt alles te verzamelen en vast te leggen waar hij zijn handen op kan leggen. Als een vriendin van de familie gaat dementeren, komt uit wat zijn moeder altijd verzwegen heeft: hij is geadopteerd en zijn echte moeder was ene Mary. Zijn levensverhaal zal getekend worden door de zoektocht naar zijn moeder. Of hij haar vinden zal, doet er niet zoveel toe. Hoe dan ook blijkt uit Davids levensverhaal dat het obsessief bezig zijn met geschiedenis het creëren van een eigen levensverhaal in de weg staat. Niet zo opmerkelijk eigenlijk, als verhaal, wel de uitkomst van een mooi vertelde roman.