H.J.A. Hofland

Mateloosheid van de middelmaat

Als nu, een week voor de verkiezingen, een revolutionair zou opstaan, iemand met het redenaarstalent van Cicero en de overtuigingskracht van Churchill of Jeanne d’Arc, en die zou via de gezamenlijke tv-kanalen ons toeroepen: «Zo gaat het niet langer! Om ons onderwijs uit zijn crisis te verlossen moet het salaris van alle leerkrachten met ingang van vandaag worden verdubbeld!» en het hele volk was het er geestdriftig mee eens, dan nog zou een deel van twee generaties daar niets meer mee opschieten. Het deel namelijk dat de afgelopen twintig jaar het slachtoffer is geworden van hervormingen, nieuwigheden, wanen van de dag, bezuinigingen, overspannen, uitgebrande leraren, stinkende schoollokalen, gebrek aan lesmateriaal en wat in een klassieke Amerikaanse film Blackboard Jungle is genoemd.

Dit is een van die onoplosbare menselijke tekorten: een kind wordt maar één keer opgevoed. Wat het tussen zijn vijfde en zijn twaalfde goed heeft geleerd, zal het niet meer vergeten. En wat het dan niet heeft geleerd, zal het nooit meer goed leren. Wat het tussen zijn twaalfde en twintigste heeft verzuimd, zal het de rest van zijn leven niet inhalen. Het onderwijs van vandaag schuift als een gletsjer de maatschappij van de toekomst binnen. Wat we er nu in achterlaten, komt straks onherroepelijk weer tevoorschijn.

Iedereen weet dat. Ieder jaar bezweren de rectores magnifici dat het zo niet langer kan. Met grote regelmaat trekken docenten naar Den Haag, of ze gaan een dagje staken. De actiefste ouders houden protestvergaderingen en zoeken voor hun kinderen scholen waar geen uitgeputte docenten voor de klas staan. De organisaties van werkgevers en werknemers waarschuwen. De grote concerns gaan in India op zoek naar talenten in de B-wetenschappen. Alle politici zijn ervan overtuigd dat de toekomst van Nederland ligt in de voortgezette ontwikkeling van de «kenniseconomie». En dan worden we weer aangegrijnsd door dat grote Haagse raadsel: geen bestuurder is er de afgelopen twintig jaar in geslaagd naar deze alarmerende wetenschap te handelen.

In plaats van de grondslag te leggen voor een kenniseconomie treffen we al jaren voorbereidingen om ons bij de achterhoede van het Westen te voegen. Het nieuwste bewijs wordt geleverd door de werkgevers- en werknemersorganisaties die onlangs samen hebben berekend dat het primair onderwijs over drie jaar 2100 leerkrachten tekort zal komen en het voortgezet onderwijs zesduizend. Dat zijn gruwelijke cijfers. Want in de «kenniseconomie» gaat het niet alleen over de toppen, de wetenschappelijke genieën die de opzienbarende ontdekkingen en uitvindingen doen, maar in de eerste plaats over het niveau van het gemiddelde. Hoe hoger dat is, hoe waarschijnlijker dat daar de crea tiefste geesten uit tevoorschijn komen. Het is de kenniscultuur die aanstekelijk werkt en onderling bevruchtend is voor degenen die eraan deelnemen, in alle lagen. Zonder een hoog niveau van kenniscultuur ook geen toppen.

De jarenlange verwaarlozing van het onderwijs in al zijn vertakkingen heeft natuurlijk het algemene niveau verlaagd. Uit een onderzoek van de OECD, het International Adult Literacy Survey, gehouden in 2000, bleek dat hier tien procent van de bevolking zich op de grens van het analfabetisme bevond. Eerder bleek uit een onderzoek van het Max Goote Kennis Instituut dat hetzelfde percentage niet hoger kwam dan niveau 1, dat van de «functionele ongeletterheid». Met het vooruitzicht op dat tekort van zesduizend leerkrachten in het voortgezet onderwijs kan ook iemand van niveau 1 wel berekenen hoe het er in 2006 met onze kenniseconomie voor zal staan.

Het is u opgevallen dat in deze verkiezingscampagne veel wordt gepraat over criminaliteit, normen en waarden, economie en begrotingstekort, en af en toe ook een beetje over het onderwijs. De beste bijdrage aan het debat die ik tot nu toe heb gelezen, is van Roel Beets ma en Sweder van Wijnbergen, in de NRC van 13 januari. Deze passage gaat over de staatsschuld in verhouding tot onze zorg voor, onze investering in de komende generaties. Staatsschuld «is niet qualitate qua slecht», schrijven ze: «De toekomstige generaties krijgen ook infrastructuur mee die onder meer met die schuld gefinancierd is. Wegen, scholen, ziekenhuizen — bij elkaar veel meer waard dan die schuld van tweehonderd miljard.» Zo is het. Je moet er alleen een beetje meer verbeeldingskracht voor hebben om het te kunnen begrijpen.

Hier komen we aan het dieptepunt van deze verkiezingscampagne. We zijn definitief aangeland in de tv-democratie of mediacratie. Net als in Amerika. Mediaconsultants leren de kandidaten hoe ze moeten kijken als ze door scherprechter A of lekkere wijven B en C worden ondervraagd. Enquêteurs en perception analysers meten de resultaten, spin doctors knutselen om het nog beter te maken. Deskundigen schrijven er belangrijke artikelen over. Het lijkt alsof Nederland ook hier de internationale voorhoede heeft bereikt. De opstand van de kiezer was niet voor niets. Eindelijk wordt de kloof tussen mondige burger en politiek overbrugd. Best mogelijk. Maar over welke burger, welke politiek gaat het?

De Nederlandse cultuur in het algemeen heeft zich lang van die in het verwante buitenland onderscheiden door aan de ene kant een jolige geëxalteerdheid, en aan de andere een onnavolgbare loodzware gewichtigheid. De gewone ernst in het openbare leven was hier schaars. Nu lijkt er een symbiose bereikt. In de tv-democratie speelt bijna alles zich af op de tv. Geen verkiezingsprogramma zonder een stuiplach, en dan weer de ostentatieve genadeloosheid van een ondervraging. Terwijl je zit te kijken en luisteren, krijg je het gevoel dat daar de ene openbaring na de andere ten beste wordt gegeven.

Programma afgelopen. Waar hadden ze het over? Hebt u in ieder geval nog een onvergetelijke soundbyte gehoord? Ik niet, behalve dan die van Nawijn over de doodstraf. Hoe het me ook spijt voor de lijsttrekkers, ik meen het, maar deze kiezer heeft nu al een dag of tien een optocht van min of meer middelmatige mensen voorbij zien trekken. Dat op zichzelf is geen bezwaar. Spaar ons de Grote Leiders. Maar de middelmaat is op de toneelschool van de mediacratie geweest, en heeft daar geleerd zich als méér te gedragen dan wat ze is. De mediacratie leidt op tot een reeks van voorstellingen. De mateloosheid van de middelmaat.

Ik weet dat het niet meer te vermijden valt. Na de 22ste komen de gewone acteurs weer terug. In 2006 is het onderwijs weer een beetje opgeknapt, maar daar kopen de kinderen die dit jaar eindexamen doen niets voor.