Matiging

Informateur Herman Tjeenk Willink staat een gematigder bestuursstijl voor. Dat wringt met de profileringsdrang van de Tweede Kamer.

Luister naar dit artikel

‘De democratische rechtsorde is gebaseerd op vertrouwen en matiging.’ Het is een zin die past bij Herman Tjeenk Willink, de informateur die vorige week zijn eindverslag over de stand van zaken bij de kabinetsformatie aanbood aan de Tweede Kamer. Vertrouwen, daar gaat het al weken over op het Binnenhof, het onderlinge gebrek eraan dan welteverstaan. Maar matiging, daar had vooralsnog niemand het over. Terwijl ook daar een groot gebrek aan is in Den Haag.

Dat de Tweede Kamer moet leren zich te matigen, bleek afgelopen week weer eens. Het debat over de uitgelekte notulen van de ministerraad over de kinderopvangtoeslagenaffaire duurde uren en uren, tot ver na middernacht. En dat kwam niet alleen doordat er sinds de verkiezingen zeventien fracties zijn die in dit geval allemaal evenveel spreektijd kregen. Maar ook omdat de Kamer zich niet beperkte tot het hoofdonderwerp: de informatievoorziening van het kabinet aan het parlement.

Tijdens dit dus letterlijk mateloze debat werd ook iets anders zichtbaar wat Tjeenk Willink aanhaalt in zijn eindverslag: de minister-president ‘wordt meer president dan minister’. De Kamerleden richtten zich, zoals steeds vaker de afgelopen jaren, vooral op hem, Mark Rutte, terwijl er ook vijf andere bewindspersonen aanwezig waren. Daarmee maakten ze Rutte groter dan hij is, ‘meer president dan minister’. Tegelijkertijd werd zo het onderliggende probleem dat is bloot komen te liggen door de toeslagenaffaire kleiner dan het is. Dat is namelijk een structureel probleem, met een lange voorgeschiedenis en vele betrokkenen, waaronder de Kamer zelf.

Vertrouwen en matiging gaan samen. Het omgekeerde ook. Dat blijkt als mensen elkaar niet vertrouwen, dan willen ze alles schriftelijk vastleggen. Dat verklaart mede waarom de regeerakkoorden tussen coalitiefracties de afgelopen decennia zo dik waren. Alles werd uitgeschreven, inclusief de geldbedragen die door elke minister mochten worden uitgegeven, zodat de regeringspartijen elkaar gedurende de kabinetsperiode aan de afspraken konden houden. De werkelijkheid om het kabinet heen houdt zich daar echter niet vier jaar lang aan, waardoor de gewoonte groeide om elke week in een maandags coalitieoverleg de afspraken tegen het licht te houden, eventueel aan te passen en als dat pijn deed voor coalitiegenoten te zoeken naar compensatie daarvoor.

De Kamer haalt alles uit de kast voor de aandacht van de kiezer

De Tweede Kamer als controlerende macht had daardoor vaak het nakijken, alles was immers al bekokstoofd en vooral de Kamerleden van regeringsfracties moesten niet lastig doen. In de nacht over ‘Positie Omtzigt, functie elders’ leidde deze werkwijze tot een ongemeen fel debat. En tot nog meer onderling wantrouwen. Want controleren is, in de woorden van Tjeenk Willink, verworden tot afrekenen. Dat debat mondde ook uit in de wens tot een meer duale bestuursstijl. Al moet nog blijken of die wens meer is dan mooie woorden.

Tjeenk Willink borduurt er in zijn verslag echter wel op voort. En hij stelt voor te matigen, al is hij zelf niet erg matig met zijn voorstellen tot verandering. Voortaan geen vuistdik regeerakkoord meer, maar een akkoord op hoofdlijnen. En dat proberen te bereiken door wederom te matigen: eerst maar eens sonderen hoe partijen denken over het beleid dat nodig is om uit de huidige coronacrisis te komen en daar een breed draagvlak voor zien te vinden in de Kamer.

Pas daarna is het volgens Tjeenk Willink tijd om vijf of zes andere grote problemen onder de loep te nemen. En te kijken welke partijen elkaar kunnen vinden in wat elk van die problemen nu eigenlijk precies behelst. Want ze kunnen het er wel over eens zijn dat het klimaat belangrijk is, het tekort aan woonruimte of de kloof tussen arm en rijk, dat wil niet zeggen dat ze het over hetzelfde hebben, dezelfde oorzaken daarvoor zien, dezelfde doelen willen bereiken. Laat staan dat ze het over de oplossing ervan eens zijn. Vrede willen we allemaal, alleen wil de een dat bereiken met wapens, de ander met onderhandelen.

Pas als partijen het hierover eens zijn, het onderlinge vertrouwen tijdens deze wijze van formeren tussen hen is gegroeid en ze het mede daardoor aandurven een duale bestuursstijl aan te gaan, komen de personen aan bod die dit alles gaan uitvoeren. Toch heeft Mark Rutte laten weten al binnenkort, in zijn rol als vvd-onderhandelaar, te zullen reflecteren op zijn functioneren in de rol van minister-president. Oftewel, dan kunnen de andere partijen daar kennis van nemen, iets van vinden en beoordelen of ze nog met hem in zee willen gaan. Er even van uitgaande dat Rutte zelf nog door wil in de binnenlandse politiek.

En hoewel personen in het schema van Tjeenk Willink idealiter pas het laatst komen, de ontboezemingen van Rutte en daarmee zijn persoon zullen dus al snel weer de aandacht opeisen. Dat wordt dan ook meteen een lakmoesproef. Weet de Kamer zich te matigen, in wantrouwen, in het per se willen afrekenen met een bewindspersoon?

Als de controleur niet verandert, zal ook de gecontroleerde niet veranderen, zei Tjeenk Willink. Klopt. Maar die controleur – de goeden in de Kamer niet te na gesproken – wil zich profileren, wil de aandacht van de kiezer, want meer kiezers is meer zetels, is meer macht. Die profileringsdrang leidt tot schelden, denigrerende woorden richting collega-Kamerleden, het versimpelen van problemen, het wegzetten van bevolkingsgroepen. Dat wordt – ook afgelopen week weer – allemaal uit de kast gehaald. Vertrouwen en matiging zijn dan ver te zoeken. Want daar scoor je niet mee. Een betere en gematigder bestuursstijl? Het begint in de Kamer.