Matteo Renzi wil nog één keer vlammen

Rome – De pas 46-jarige Matteo Renzi heeft al een politieke carrière achter de rug waar nauwelijks meer overheen te bieden valt. Het politieke ex-wonderkind Renzi is ex-alles: ex-burgemeester van Florence, wat hij op zijn 32ste werd; ex-premier van Italië, wat hij op zijn 39ste werd; ex-partijleider van de grootste partij van links, de PD, de Partito Democratico. Hij schoot als een komeet omhoog in de Italiaanse gerontocratie – de bejaardenpolitiek – en hij viel net zo hard naar beneden. Dat was in december 2016, toen Renzi een referendum over een onbegrijpelijke wijziging van de samenstelling van de senaat voor een persoonlijke populariteitstest probeerde te misbruiken. Het Italiaanse volk antwoordde luid en duidelijk met ‘nee’ en Renzi moest opstappen.

Sindsdien doolt hij met de ziel onder de arm rond in de Italiaanse politiek, die hij plechtig had beloofd te zullen verlaten na het verloren referendum, maar zoals bekend: de politiek verlaten is heel moeilijk voor de meesten. In 2019 stapte Renzi uit de grote baarmoeder van de PD om een eigen splinterpartijtje op te richten, Italia Viva (Levend Italië), dat ergens rond de drie procent schommelde bij de laatste telling. Zijn behoefte om een doorslaggevende rol te kunnen spelen op het Italiaanse politieke podium werd tijdens de covid-epidemie nog verder gefrustreerd. Want ineens ging het niet meer om provocerende soundbites op Twitter gooien. Het ging om verantwoordelijk regeren en crisisbeheer, en daarin bleek de huidige premier Giuseppe Conte behoorlijk goed. Premier Conte is op dit moment de populairste politicus van Italië en men vertrouwt hem.

Verder en verder verdween de figuur van Matteo Renzi uit beeld, een voor hem ondraaglijke toestand. Nu, nog eenmaal, hoopte hij te kunnen schitteren, of ten minste op te vallen. Renzi zag zijn laatste kans in het ‘Recovery Plan’ dat Italië na heel veel gedim-dam dan nu eindelijk, als laatste Zuid-Europese land, voor goedkeuring wil indienen bij de Europese ministers van Financiën. Italië heeft het hardst geschreeuwd om het corona-steunfonds en krijgt ook het meest: tweehonderd miljard euro. Maar krijgen is pas ná het indienen van een plausibel plan voor de besteding van zo veel geld, en daar zag Renzi zijn kans.

De laatste kaart die hij tegen de borst hield was zijn steun opzeggen voor het Recovery Plan van de regering-Conte. Als ik dat doe, ben ik weer heel even de hoofdrolspeler, dacht Matteo Renzi.