Maurice papon

IN HET DEPARTEMENT Gironde herinnert vrijwel niets meer aan de oorlog. Een enkele plaquette brengt in herinnering dat de Duitsers op deze of gene plek joden hebben opgepakt. Die formulering klopt niet helemaal: de slachtoffers werden in opdracht van Franse ambtenaren door Franse agenten gearresteerd en vervolgens in Franse treinen gedeporteerd. De zonovergoten heuvels van de beroemde wijnstreek herbergen een verleden van collaboratie en verraad waar je je Entre Deux Mers bijna voor zou laten staan. Bordeaux had van heel Frankrijk de foutste burgemeester in oorlogstijd. Veel zakenlieden gaven hun joodse concurrenten aan. Verzetsgroepen werden verraden. De haven, de industrie en de wijnbouw lieten zich probleemloos inschakelen in Hitlers oorlogseconomie.

De komende maanden staat Maurice Papon, de eerste en waarschijnlijk laatste Franse topambtenaar die zich voor zijn oorlogsverleden moet verantwoorden, terecht in Bordeaux. Hij was er destijds secretaris-generaal, de rechterhand van de prefect, in welke hoedanigheid hij de deportatie van in totaal 1560 joden organiseerde. Hij deed dat in opdracht van de Sicherheitsdienst (SD), maar onder verantwoordelijkheid van maarschalk Pétain, die met Duitse instemming vanuit het stadje Vichy het zuidoostelijk deel van Frankrijk bestuurde. Bordeaux lag weliswaar buiten die zone, maar als ambtenaar viel Papon onder de jurisdictie van Vichy. Hij speelde met verve zijn rol in de autoritaire en antisemitische ‘Nationale Revolutie’ van de maarschalk, die zonder Duitse aandrang zijn eigen anti-joodse wet uitvaardigde, het zogenaamde Joodse Statuut. Naarmate de Duitse druk toenam, bleek Vichy bedrevener in het oppakken van joden dan de Franse SS of de Duitsers.
Papons handtekening prijkt onder talloze stukken, zijn aandeel in de deportaties is onbetwist. Als zijn mannen alleenstaande joodse kinderen aantroffen, stuurde Papon ze om 'humanitaire redenen’ hun ouders achterna, naar de vernietigingskampen. Hij heeft dat allemaal toegegeven.
MAAR PAPON is meer dan een ploert met getuigschrift. Hij is de verpersoonlijking van de Franse bureaucratische elite: voor de oorlog kabinetschef, na de oorlog gevolmachtigd ambtenaar en prefect in Algerije, van 1958 tot 1968 politiechef van Parijs, daarna kamerlid en ten slotte minister van Financiën onder Giscard d'Estaing. Hij had naar eigen zeggen nimmer gewetenswroeging als hij een opdracht van hogerhand uitvoerde - niet tijdens de jodendeportaties en ook niet toen hij op het hoogtepunt van de Algerijnse kwestie honderden demonstranten in de straten van Parijs door zijn politiemensen liet vermoorden.
In 1981, vlak voor de beslissende verkiezingsronde tussen Giscard en Mitterrand, bracht een overlevende van de deportaties in Bordeaux voor het eerst de beschuldigingen naar buiten die hem uiteindelijk fataal werden. Zijn politieke carrière was ten einde, maar de ironie wil dat Mitterrand, zelf een gewezen collaborateur, Papon en andere Vichy-kopstukken jarenlang uit de justitiële molen wist te houden.
PAPONS PROCES GAAT gepaard met een interessante wending in de geschiedschrijving. Tot ongeveer 1970 luidde de consensus dat het Vichy-regime weliswaar een pijnlijke episode was geweest, maar dat ze afgedwongen was geweest door de omstandigheden. Mitterrand noemde het altijd 'slap, maar niet misdadig’. Nadien zijn historici verband gaan leggen tussen Pétains Nationale Revolutie en het vooroorlogse antisemitisme en fascisme van eigen bodem. Tegenwoordig ligt de nadruk meer op de continuïteit tussen Vichy en de naoorlogse periode. Ook Papon profiteerde van die continuïteit: hij werd na de oorlog vrijgepleit door een ereraad van het voormalig verzet. In een pasverschenen biografie wordt onthuld dat Papon de steun van het voormalig verzet eenvoudigweg heeft gekocht door de leiders politieke gunsten te bewijzen. Het protectienetwerk van Vichy-veteranen rond De Gaulle, Giscard en Mitterrand deed de rest.
De historicus Marc-Olivier Baruch trekt de zaak in breder verband door de gesloten Franse ambtenarencultuur verantwoordelijk te stellen voor zowel de perfide efficiëntie van Vichy als de naoorlogse restauratie. Hij en andere historici menen dat Vichy niet eenvoudig een product was van een wijdverbreid antisemitisch en fascistoïde gedachtengoed onder de Fransen. Zij wijzen erop dat in Frankrijk verhoudingsgewijs veel joodse onderduikers zijn gered en dat maar weinig gewone Fransen warmliepen voor Pétain.
Aan de hand van authentieke stukken ontrafelt Baruch in Servir l'état français (Fayard, 1997) de werkwijze en mentaliteit van de ambtenaren van Vichy. Hij weerlegt om te beginnen het excuus dat 'Vichy’ diende om erger te voorkomen. Integendeel, zegt hij: mensen als Papon deden het werk waarvoor Duitsland niet de middelen had. En waarom hebben ze de deportaties niet veel meer gesaboteerd? Toen de Duitsers in 1943 de Arbeidsdienst introduceerden, bleken zij opeens wonderwel in staat om zand in de machine te strooien, en niet alleen omdat Hitler toen aan de verliezende hand was. 'Tot dan toe had de repressie alleen de joden, buitenlanders en rebellen getroffen. Maar de Arbeidsdienst ging alle jonge Fransen aan. Vanaf dat moment verdwenen er dossiers en lijsten en werden onderduikers niet vervolgd. In 1944 rekenden de Duitsers bijvoorbeeld op ongeveer een miljoen Franse dwangarbeiders; ze kregen er maar 34.000’, aldus Baruch.
De meeste Vichy-ambtenaren dachten dat het nieuwe regime de ideale, in wezen abstracte ambtenarenstaat zou worden waarnaar zij beroepshalve altijd streefden. Met cartesiaanse hartstocht wierpen zij zich op hun nieuwe taakgebieden, van de voedselrantsoenering tot en met de deportatie van tienduizenden joden. Voor het ordenend genie van Papon en de zijnen bestond er geen wezenlijk verschil tussen de distributie van diverse soorten bonkaarten en de deportatie van diverse categorieën joden. Het 'joodse’ dossier gold uit ambtelijk oogpunt zelfs als buitengewoon interessant, zegt Baruch: 'De meeste functionarissen waren hoogstwaarschijnlijk niet eens antisemieten. Ze beschouwden het als een professionele uitdaging.’
HET FEIT DAT Papon invloedrijke medestanders heeft onder voormalige collega’s, verstokte gaullisten en aanhangers van het Front National, benadrukt de continuïteit tussen Vichy en het hedendaagse conservatisme. In FN-kringen maakt men gebruik van Papons 'onberispelijke’ carrière om de collaborerende elite in een gunstiger daglicht te stellen. De extreem-rechtse historicus Dominique Venner rijgt in zijn tijdschrift Enquête sur l'Histoire de ene quasi-onthulling aan de andere om te bewijzen dat de linkse partijen en de joden de grootste collaborateurs waren. Het personeel van Vichy en de Franse SS worden voorgesteld als goede vaderlanders die zich met tegenzin neerlegden bij Hitlers overwinning en intussen het grotere kwaad bestreden, het communisme.
Nazi-jager Serge Klarsfeld heeft verklaard dat hij in het belang van de historische waarheid de voorkeur zou geven aan een gedetailleerde bekentenis van Papon boven een veroordeling.
Papon peinst er niet over. In een tv-programma zei hij dat eerst de joodse collaboratie maar eens tot op de bodem moet worden uitgezocht: 'Het was de Union Générale des Israélites français (een soort Franse Joodse Raad - ab) die de gedeporteerden selecteerde voor de concentratiekampen, niet ik!’ Voorlopig klapstuk van deze exercitie is een interview in het tijdschrift van Venner, waarin de 87-jarige beweert dat hij het slachtoffer is van een nieuwe Dreyfus-affaire.
Maar zelfs als hij zijn resterende dagen achter de tralies doorbrengt, is het laatste woord over Vichy nog niet gezegd. We weten nu dat ook in Frankrijk het kwaad - indachtig Hannah Arendt - in sommige opzichten banaal was. Na 2004 zullen we misschien vernemen hóe banaal, want pas dan gaan de belangrijkste oorlogsarchieven open: die van leger en politie.