Overzichtstentoonstelling van Beckmanns Amerikaanse werken in Frankfurt

Max Beckmann: een Frankfurter in New York

Max Beckmann (1884-1950) leefde en doceerde vanaf 1925 in Frankfurt, tot hij in 1933 als entartete kunstenaar op de vlucht moest voor het nazisme.

Hij werd in 1947, na tien jaar in Amsterdam en een vergeefse visumaanvraag voor de Verenigde Staten, uitgenodigd door een universiteit aan de Amerikaanse westkust om te doceren. Vast van plan te emigreren was hij niet, maar Amerika beviel hem zo goed dat hij in 1949 voorgoed in New York ging wonen, om al een jaar later tijdens een wandelingetje in Central Park dood neer te vallen.

Medium imageserver.php

Dat Beckmann in zijn Amerikaanse jaren de rust en erkenning ervoer die hij daarvoor nergens vinden kon, staat centraal in de tentoonstelling Beckmann & Amerika, te zien in het Städelmuseum in Frankfurt. Hij was gelukkig in Amerika, is de wat zoetsappige boodschap van de tentoonstelling die een overzicht biedt van de werken in Amerikaans bezit. Zijn Amsterdamse jaren worden, terecht, als zwarte jaren voorgesteld. Hij exposeerde toen nauwelijks, leefde als balling en in isolement. In de laatste zaal hangen twee stillevens naast elkaar: een werk uit de jaren 1910 en een werk uit 1950, zijn sterfjaar. In kleur, compositie en onderwerp, en ook in lichtheid en harmonie lijken ze op elkaar: het late werk is vooral te onderscheiden door de karakteristieke dikke zwarte lijnen rondom de voorwerpen, waaraan je een Beckmann onmiddellijk herkent, als aan een handtekening. De harmonie die uit beide schilderijen spreekt staat in schril contrast met het werk dat Beckmann in de jaren dertig en veertig maakte, in zijn Amsterdamse periode. Daar is het juist de disharmonie die spreekt, de agressie en angst, die Beckmann zo beroemd maakte. Toch zouden wat meer schilderijen uit die jaren de tentoonstelling extra diepte hebben gegeven.

Hoogtepunten van de tentoonstelling zijn drie triptieken die onderdeel zijn van een serie van tien die hij in zijn laatste jaren geschilderd heeft. Abfahrt (Vertrek) uit 1935 is geschilderd ver voor zijn Amerikaanse periode, maar is hier aanwezig omdat het al voor Beckmanns vertrek naar Amerika was aangekocht door het MoMA. Het is een indrukwekkend drieluik met een helder blauw middenpaneel waarop een visvangst, een kroon en de heilige familie in een scheepje staan afgebeeld. Beckmann verafschuwde een symbolische, in zijn ogen te simplistische interpretatie, maar het paneel is met terugwerkende kracht te zien als een utopisch visioen. Zeker als je weet dat in 1935 het ergste nog moest komen.

De zijpanelen zijn kwellende angstdromen en folteringstaferelen, in kelderachtige ruimtes. Het is in de tijd waarin Beckmann, volgens zijn dagboekaantekeningen, grondig twijfelt aan de zin van het leven.

In 1949 voltooide hij het drieluik The Beginning, waar in alle panelen een oude man staat tegenover de jeugd, vol leven, zinnelijkheid en vechtlust. En in 1950 legde hij één dag voor zijn dood de laatste hand aan De Argonauten. Opnieuw wordt de vitaliteit van de jeugd, in wellustige vormen en helle kleuren, en getooid met symbolen als de lier, het zwaard, de vogel, gezien door ‘het oude’, in de personen van Vincent van Gogh en de watergod Poseidon.

Volgens het commentaar in de film die de tentoonstelling begeleidt, zijn de helle, bijna fluorescerende kleuren op de achtergrond van dit schilderij een gevolg van het tl-licht waarmee Beckmann in zijn New Yorkse atelier, een kamer in zijn huis, schilderde, en van zijn enthousiasme over het moderne neonlicht in reclames. Maar de ladder die in het middenpaneel van De Argonauten de weg naar de hemel wijst, lijkt er ook op te duiden dat Beckmann in zijn laatste levensjaar zijn nieuwe leven in een ander licht zag. Een visioen dat de heldere kleuren, het licht en de vitaliteit misschien wel rechtvaardigt.


Overzichtstentoonstelling van Beckmanns Amerikaanse werken in Frankfurt

7/10/2011 - 8/1/2012