22 mei 1914 - 20 oktober 2010

Max Kohnstamm

Hij was de laatste Europeaan van het eerste uur. Max Kohnstamm geloofde van jongs af aan in eenwording en internationale samenwerking.

HET IS DE IRONIE van de geschiedenis dat een goed idee vaak aan de verkeerde persoon wordt toegeschreven. Neem bijvoorbeeld de Duitsland-notitie die in 1949 verscheen bij het ministerie van Economische Zaken. Het stuk bevatte een plan voor spoedige economische en politieke herintegratie van het overwonnen Duitsland - een controversieel voorstel zo kort na de oorlog. Het stuk kwam bekend te staan als de Hirschfeld-nota maar was bedacht en geschreven door Max Kohnstamm, die onder topambtenaar Hans Hirschfeld werkte. Het was een van de vele momenten in de carrière van de diplomaat Kohnstamm waarin hij wees op het belang van internationale samenwerking. Kohnstamm zocht, in zijn eigen woorden, naar een ‘nieuwe vorm van samenleven: geen defensie van belangen, maar gemeenschappelijk zoeken naar de goede oplossing van elk probleem’.
Met het schrijven van de Duitsland-notitie zette Max Kohnstamm het werk van zijn vader voort. Philip Kohnstamm, natuurkundige en pedagoog, was in 1923 medeoprichter geweest van het Herstel Europa Comité dat de bepalingen van Versailles opzij schoof en herindustrialisering van Duitsland bepleitte. Alleen dan kon het land zijn oorlogsschulden afbetalen en kon internationaal isolement worden voorkomen. Deze wens vond weinig politieke weerklank. Het economisch kleinhouden van Duitsland werd voortgezet, iets wat de opkomst van het fascisme eerder bespoedigde dan voorkwam. Detail: tijdens de vergaderingen van het comité zei de Franse afgevaardigde tegen Philip Kohnstamm: 'Je vois bien; vous êtes un bon Européen.’ Zijn zoon Max verdient die kwalificatie ook zonder meer.
Max Kohnstamm was de laatste Europeaan van het eerste uur. Samen met onder anderen Jean Monnet, Robert Shuman en Paul-Henri Spaak stond hij aan de wieg van de naoorlogse Europese samenwerking. Kohnstamm was 25 jaar lang naaste medewerker en vriend van Monnet en hij vormde onderdeel van de Nederlandse delegatie die onderhandelde over de Europese eenwording. Van 1952 tot 1956 was hij secretaris van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Enkel economische integratie was onvoldoende voor Kohnstamm. Hij wenste ook politieke eenheid onder één regering. Zijn leven lang beijverde hij dit ideaal, onder meer als voorman van actiecomités voor de Verenigde Staten van Europa en als adviseur bij het European Policy Centre in Brussel.
Kohnstamm werd geboren aan de Amsterdamse Nieuwe Keizersgracht in het intellectuele burgermilieu van het interbellum. Zijn studentenjaren stonden in het teken van colleges moderne geschiedenis en studentenjool bij het Amsterdams studentencorps en de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging. De oorlog maakte hij mee vanachter prikkeldraad. Kohnstamm werd tweemaal gedetineerd, eerst als strafgijzelaar in kamp Amersfoort en later in de kampen Haaren en Sint-Michielsgestel. Als gevangene vroeg Kohnstamm zijn geliefde, Kathleen Sillem, per brief ten huwelijk. Het paar trouwde na zijn vrijlating in het geheim. De Duitse bezetters stonden een huwelijk tussen Kohnstamm, kind van een joodse vader, en Sillem niet toe.
In 1939 verscheen de naam Max Kohnstamm voor het eerst op de pagina’s van De Groene Amsterdammer. Het blad publiceerde zijn stuk Democratieën aller landen… vereenigt U! Hij schreef het vanuit de Verenigde Staten waar hij een jaar verbleef voor studie van Roosevelts New Deal. Hij kocht voor 150 dollar een oude auto en maakte een rondreis door de zuidelijke staten. Zijn Amerika-ervaringen bleven een leven lang leidend. Tijdens zijn reis ging hij geloven in het nut van federale samenwerking. Zijn bijdrage in De Groene, tegelijk opiniestuk en reisverslag, was een staaltje jeugdig idealisme: alle vrije democratieën ter wereld moesten opgaan in een gemenebest, zo riep de jonge Kohnstamm. Met dit internationalisme was hij zijn tijd vooruit. Europa had de Tweede Wereldoorlog nodig om te leren dat samenwerking noodzakelijk is om haar eigen verwoesting te voorkomen.
Zijn hele leven behield Kohnstamm een scherpe blik op de internationale politiek, iets wat hij dankte aan het dagelijks lezen van de hele International Herald Tribune, zei hij eens. Dit bleek bijvoorbeeld twee maanden voor zijn 94ste verjaardag, toen de naam van de oud-diplomaat voor het laatst De Groene sierde. In een interview uitte hij zorgen over het afkalvend enthousiasme voor transnationale samenwerking. Hij vreesde een terugkeer naar de balance of power waarin elke staat vooral zijn nationale belang nastreeft. Hij betreurde de afwezigheid van staatslieden die bereid zijn hun lot te verbinden aan het versterken van Europa. De gebeurtenissen van de afgelopen jaren - verdeeldheid over de aanpak van de crisis, het rechts afslaan van Europese nationale regeringen - zullen deze zorgen niet weggenomen hebben.
Ook op schrift toonde Kohnstamm zich een bon Européen. In de jaren zestig vulde hij samen met intellectuelen als Raymond Aron en Ralph Dahrendorf een themanummer van het Amerikaanse tijdschrift Daedalus. Kohnstamms bijdrage bevat de kern van zijn denken. Aan de hand van een citaat uit Shakespeare’s Julius Caesar ('There is a tide in the affairs of men, which taken at the flood, leads on to fortune’) zet hij het belang van sterke transatlantische banden en zijn hoop op een federaal Europa uiteen. Bijzonder is de biografische aantekening: 'This article is an account by an eye-witness. As is the case with many of his contemporaries, he first watched the events from inside his nation; gradually his point of view became European.’ Een passend grafschrift voor zijn generatie.

Het interview met Kohnstamm staat in De Groene van 14 maart 2008. Zijn artikel uit 1939 in het historisch archief.