Appeltjes van Oranje

Máxima velt Barbie

Hoe zou het zijn met de verkoop van de Máxima-pop, die ons sinds enige maanden vanuit de schappen van elke speelgoedhandel toegrijnst? Zal de pronte Máxima-pop de harten van de Nederlandse meisjesjeugd veroveren? Is er een toekomst voor dit soort specifieke Oranje-merchandising? Directeur A. Mersel van speelgoedfabrikant John Veldhoven te Waddinxveen is in elk geval opgetogen. Volgens hem zijn er inmiddels ongeveer 170.000 Máxima-poppen verkocht, à ƒ19,95. De poppen worden gemaakt in Hong Kong, waar men weinig aandacht heeft besteed aan de nobele gelaatstrekken van de aanstaande Oranje-bruid, hetgeen wordt gecompenseerd door een grote witte trouwjurk. Directeur Mersel: «We waren zelf eigenlijk wel verbaasd toen bleek dat niemand de naam Máxima als merk had geclaimd. Dat hebben wijzelf natuurlijk wél gedaan, bij het Benelux-merkenbureau, zodat iedereen die nu nog met een Máxima-pop wil komen eerst bij ons zal moeten aankloppen.»

Máxima zelf schijnt het allemaal heel leuk te vinden, aldus Mersel: «Tijdens haar bezoek aan Tilburg heeft ze een Máxima-pop gekregen en daar toonde ze zich heel ingenomen mee.» De firma Veldhoven komt binnenkort ook nog met een linie aan Máxima-accessoires. «U moet dan denken in de richting van een plastic diadeempje en aanverwante artikelen, zodat de doelgroep zelf voor Máxima kan spelen.» Ook een pop van Willem-Alexander behoort tot de mogelijkheden. Dan heeft Ken uit het assortiment van Barbie-producent Martell er ook meteen een geduchte concurrent bij. Directeur Mersel wijst erop dat Máxima de eerste prinses uit de wereldgeschiedenis zal zijn met een eigen pop. «Zelfs Diana is nooit zo ver gekomen.» De verwachting is dat de Máxima-pop een minder hot item zal worden als ze in februari eenmaal in het huwelijksbootje is gestapt. «Maar als ze dan zwanger blijkt, zal de markt meteen weer aantrekken.»

Minder sprookjesachtig is een anekdote die Willem Oltmans, altijd goed ingevoerd in de Nederlandse royalty, presenteert in het jongste deel van zijn mémoires, de jaren 1964-1966 betreffend. Oltmans memoreert een bericht uit het weekblad Time van 22 oktober 1965 aangaande het turbulente huwelijksleven van Juliana en Bernhard. Daarin werd verteld dat Bernhard de koningin tijdens een nachtelijk partijtje in Hotel Caravansera op Sint-Maarten met cocktailjurk en al in het zwembad had gekieperd. De volgende ochtend moesten er duikers aan te pas komen om Juliana’s juwelen van de bodem van het zwembad te rapen. Time was zeer verbaasd over dit incident, dat als een flagrante aanslag op de koninklijke soevereiniteit werd gezien. Volgens Oltmans dorst het overgrote deel van de Nederlandse pers, danig geshockeerd door het zwembadincident, het bericht indertijd niet te plaatsen. Dankzij Oltmans’ memoires (uitgeverij de Papieren Tijger) is het incident nu in elk geval voor eeuwig vastgelegd.

Ook interessant in Bernhard-verband is het nieuwste boek van historicus Coen Hilbrink, Vogelvrij verleden (Boom). Hilbrinks boek gaat over het lot van oud-illegalen na de oorlog, maar en passant besteedt hij ook aandacht aan de kwestie van het nsdap-lidmaatschap van de prins. Eerder kwam Hilbrink juist op grond van die materie in hardhandige aanvaring met de leiding van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Samen met Riod-historicus Gerard Aalders presenteerde Hilbrink in 1996 het boek De zaak-Sanders, over het leven van oud-verzetsman Wim Sanders. In dat boek onthulden Aalders en Hilbrink dat Bernhard niet alleen lid was geweest van de SA en de SS, maar ook van de nsdap, en wel onder stamboeknummer 2.583.009. Formeel bleef Bernhard tot 8 januari 1937 lid, zodat Juliana een dag eerder de facto nog met een nsdap’er was getrouwd. In 1948 had de Nederlandse regering een poging ondernomen bij de National Archives in Washington om de naam van de prins van de nsdap-ledenlijst te schrappen, «om misverstanden bij het Nederlandse volk te voorkomen».

Het auteursduo kreeg het als gevolg van die onthulling hard te verduren. Bernhard bleef zijn lidmaatschap van de nazi-partij hardnekkig ontkennen. Het Riod, en dan met name bestuurslid prof. Jan Bank, deed er alles aan de prins te gerieven. Zo kreeg Hilbrink het verwijt dat zijn bijdrage aan het boek «onwetenschappelijk» was. Ook de pers roerde zich. «Handen af van de prins», vond het weekblad Party. En Gerard Mulder schreef in NRC Handelsblad dat het nsdap-lidmaatschap — waarvoor volgens hem «hard bewijs» ontbrak — er door de auteurs «met de haren was bijgesleept» teneinde publiciteit te genereren. In zijn nieuwste publicatie komt Hilbrink op de zaak-Bernhard terug. Hij vraagt zich af hoe hard harde bewijzen eigenlijk moeten zijn voordat historisch Nederland ze accepteert als Bernhard in het spel is. Kennelijk is zelfs een stapel documenten uit het State Department nog niet voldoende.