Maxime de Smeerpoets

‘HET LAND is de afgelopen jaren schoner geworden’, sprak de vorstin in de troonrede van 1988. ‘Dat geldt met name voor lucht en water.’ Premier Ruud Lubbers, die haar die woorden in de mond legde, wilde goede sier maken met zijn Nationaal Milieu- en Natuurbeleidsplan. Dat was het eerste integrale plan om Nederland duurzamer te maken. Het leidde tot een fatale kabinetscrisis omdat regeringspartner VVD, anders dan het CDA, het reiskostenforfait niet wilde afschaffen.

Er mankeerde wel meer aan die troonrede. In haar kersttoespraak relativeerde de majesteit het rooskleurige oordeel over ons milieu. ‘Onze wereld lijdt onder vervuiling en vergiftiging van lucht, bodem en water.’ Om daar melodramatisch aan toe te voegen: ‘Langzaam sterft de aarde.’ Dat was een verwijzing naar James Lovelock wiens pseudo-wetenschappelijke theorie over het natuurlijk evenwicht van de aarde destijds opgang maakte.

Net als toen ligt de waarheid ook vandaag ergens in het midden. Het milieubeleid is in de jaren tachtig volwassen geworden en heeft geresulteerd in doortastende maatregelen. Veel vormen van vervuiling zijn teruggedrongen. Zwaveldioxide (zure regen) en het ozonvernietigende drijfgas cfk zijn vrijwel geëlimineerd. De Rijn die dertig jaar geleden morsdood was, werd zodanig ‘opgeschoond’ dat er opnieuw zalm in zwemt. We zijn nog steeds op de goede weg, maar Nederland is beslist geen ‘koploper’ op milieugebied zoals minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ons wil doen geloven.

Dat de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen boven het gemiddelde ligt en nog altijd stijgt, was al bekend, maar de stichting Natuur & Milieu gooide vorige week een extra hand roet in het eten. Gemeten naar een tiental milieucriteria blijkt Nederland onderaan de Europese ranglijst te bungelen.
In een benchmark-studie van de Yale-universiteit uit 2010 staat Nederland op de twintigste plaats achter Roemenië en Tsjechië. Dat is bij nader inzien niet verwonderlijk. Dat we in duurzame energieproductie achterlopen bij Oostenrijk of Zweden (waterkracht) en bij zuidelijke landen (zonne-energie) zal niemand verbazen, evenmin dat wij weinig ongerepte natuur hebben vergeleken met Estland of Griekenland. Maar het is verontrustend hoezeer we achterlopen als het gaat om bodem-, water- en luchtkwaliteit. Volgens Natuur & Milieu zijn we het ‘afvoerputje’ van het continent.

Hier wreekt zich het achterstallig onderhoud in sectoren die Nederlandse politici, en vooral die van CDA-huize, vanouds liever met rust laten. Dat zijn met name de geconcentreerde veehouderij met zijn fosfaat- en stikstofvervuiling en de transportsector die op grote schaal stikstofdioxide en fijnstof uitscheidt. Het is dan ook triest dat de minister uitgerekend een miljard bezuinigt op het budget voor waterbeleid en duurzame energie. Het kabinet wil toekomstige generaties niet opzadelen met een onverantwoord begrotingstekort. Waarom zadelt Maxime de Smeerpoets hen dan op met een peperdure schoonmaakoperatie?