Osama’s dood, voer voor complotdenkers

Maybe we got him!

De minimale presentatie van het grootste nieuws sinds 2001 is een gemiste kans voor president Obama. Klopt het adagium no picture no show niet meer?

DE MEDEDELING VAN president Obama was ingetogen en sober. Wellicht opvallend voor sommigen, maar vooral het gebrek aan overtuigend beeldmateriaal was opmerkelijk. En dus wordt de mededeling van president Obama niet door iedereen geloofd zónder dat er beelden bij worden geleverd. Een merkwaardige keuze van Obama, omdat we in een no picture no show-wereld leven en het gezegde ‘zien is geloven’ al eeuwenoud is.

Waren de videobeelden van de operatie in Pakistan wellicht te bloederig om te kunnen vertonen? Of speelt angst een hoofdrol bij de in pr-opzicht povere manier van presenteren door Obama van dit wereldnieuws: de angst voor een reactie van 'de islam’, of de 'angst voor het icoon’ als zodanig? We weten hoe de Russen na 30 april 1945 er alles aan deden om het lijk van Hitler onvindbaar te maken, om te voorkomen dat er een bedevaartsoord zou ontstaan. Was dit de reden om Osama een zeemansgraf te geven? En we weten hoe averechts de presentatie door het Boliviaanse leger van de vermoorde Che Guevara uitpakte. Op de trotse foto’s van de militairen rond het lijk op de tafel ziet Che eruit als Christus die van het kruis is gehaald. En de mythe Che leeft sindsdien onverminderd voort, al is het vooral op T-shirts, aanstekers en koffiebekers.

Maar wat een verschil met de gevangenneming van die andere vijand van de VS, Saddam Hoessein in december 2003. Ook toen was er een plotselinge persconferentie, maar die verliep iets triomfantelijker dan die van gisteravond, waarbij Obama bijna tien minuten niet eens recht in de camera keek: alsof hij het personeel een vervelende mededeling moest doen. Paul Bremer, destijds gezant in Irak, begon zijn persconferentie met: 'Ladies and gentlemen, we got him!’ Er klonk luid gejuich van de Iraakse journalisten. Bremer liet prompt een filmpje zien. De putdeksel en het hol eronder waarin Saddam zich had verscholen, waarna het vervolgde met vernederende beelden van de dictator die zijn mond moest opendoen waarin een spatel van een dokter werd gestoken. Toen steeg er een nog groter gejuich op in de zaal. Niemand had nu nog enige twijfel: deze zwerver was de opgepakte schurk der schurken. De westerse wereld reageerde uitgelaten.

En nu? Wel chaotische feesttaferelen op Times Square in New York, ondanks de ingetogen houding van Obama, maar er was vooral een gebrek aan beelden. The New York Times zette gisteren zelfs een foto van Bin Laden uit 2001 op de voorpagina. Als gevolg gingen amateurs en mainstream media dan maar zelf op zoek. Het werden vage beelden van een brandend gebouw waarin Bin Laden zich zou hebben bevonden, maar men was vooral uit op het vinden van de vergelijkbare Saddam Hoessein-foto. En die was snel gevonden. Van CNN tot Al Jazeera en de NOS, alle media namen de foto over. En weer was Twitter de eerste twijfelaar. Alleen maar een blauw oog als je door je hoofd bent geschoten? Binnen een paar uur bleek het te gaan om een gephotoshopte foto van Bin Laden uit 1998 die al vorig jaar rondzong op blogs. Of Obama met zijn minimale persconferentie geen nieuw voer geeft aan al die, vooral Amerikaanse, complotdenkers, is de vraag. Complotteurs hebben behalve de duivel in zichzelf vooral ook een externe levende duivel nodig als kwade genius. Bush was hiervoor ideaal, Obama niet.

ALS HET GEJUICH van gisteren en vandaag is verstomd, zal er ongetwijfeld weer kritiek komen, en niet alleen van de Donalds Trumps van Amerika, die na het geboortebewijs van Obama nu het overlijdensbewijs van Osama wensen te zien. En naast Twitter mag het DNA nu de wereld regeren, een pdf'je van een geboortebewijs of van een DNA-structuur is in deze photoshopwereld toch nog steeds minder overtuigend dan media die al ruim een eeuw, of meer dan anderhalve eeuw, bestaan: foto’s en filmbeelden. Ongetwijfeld krijgen we binnenkort meer beelden te zien, maar eigenlijk nu al is de presentatie van dit grootste nieuws sinds 2001 een gemiste kans voor Obama. En mogelijk aanleiding voor nieuwe geruchten van het kaliber dat Lee Harvey Oswald niet de (enige) moordenaar was van J.F. Kennedy. Sinds 1963 is het wantrouwen tegen welke overheid dan ook immers alleen maar toegenomen. Het wachten is op WikiLeaks.

Henri Beunders is hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur. Martijn Kleppe promoveert op icoonfoto’s. Beiden zijn werkzaam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam