Hoe wereldvreemd moet je zijn om midden in de diepste economische crisis van deze eeuw te pleiten voor halvering van de maximale WW-duur? Terwijl volgens het CPB dit jaar de werkloosheid oploopt tot 6,1 procent en veel zzp’ers en zelfstandigen zich aan hun vingernagels boven water proberen te houden, bestaat de voorman van het naar eigen zeggen christelijke CDA het om deze crisistijd als hét moment te kiezen voor het aankondigen van een maatregel waar de gemiddelde neoliberaal alleen maar van kan dromen: een WW van maar één jaar. Daarna wacht de hardvochtige armoedeval van de bijstand – het postmoderne equivalent van het feodale armenhuis. Werken zul je, kreng!

Het ademt de geest van wijlen Milton Friedman. Deze moet zich eens hebben laten ontvallen dat alleen crises – echte of zelfgemaakte als die van 2010 of de coronacrisis – tot werkelijke verandering leiden. Als een crisis zich voordoet, worden de maatregelen die zijn bedoeld om de crisis op te lossen bepaald door de beschikbare ideeën. Dat was volgens Friedman de belangrijkste rol van het neoliberale netwerk waar hij lid van was: alternatieven ontwikkelen voor bestaand beleid teneinde deze te kunnen aandragen als het politiek onmogelijke het politiek onvermijdelijke wordt. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon: Wopke Hoekstra is gewoon de zoveelste politicus die een crisis misbruikt om zijn onbekookte neoliberale werkgelegenheidsplannetjes te lanceren.

Toch denk ik dat er meer aan de hand is. Drie dagen later stond er namelijk een interview met diezelfde Hoekstra in Het Parool waarin deze zijn licht liet schijnen op de cultuur in politiek Den Haag. Daarin verkondigde hij dat het hem allemaal te langzaam ging: ‘Er gaat veel te veel tijd verloren met overleg, alles is dichtgetimmerd. Dat moet anders: de overlegcultuur moet minder. Dat kan ook. Deze coronacrisis toont aan dat je snel ingrijpende dingen kunt doen als het moet. Ik weet nog dat collega Wiebes en ik voor corona al zeiden: onderwijs moet virtueel kunnen. Dan kreeg je uit het ministerie van Onderwijs te horen dat het zeker tien jaar zou kosten. Het kon in een paar weken.’

Het citaat is om meerdere redenen veelzeggend. Ten eerste omdat dit het ongeduld ademt van de mannen uit de zogenaamde grotemensenwereld van het zakenleven – waar zowel Eric Wiebes als Hoekstra zich als oud-mckinseyanen graag mee vereenzelvigen – met de als traag, omslachtig en weinig daadkrachtig ervaren politiek. Het is een gedachteloze herhaling van het establishment-cliché dat de politiek ten onder gaat aan eindeloos gepalaver terwijl het bedrijfsleven een bastion van daadkracht zou zijn.

Hoeveel belastinggeld is in de met zijde gevoerde zakken van McKinsey verdwenen?

Ten tweede omdat het illustreert hoe hecht de banden zijn tussen politiek en McKinsey. De lijst van oud-consultants die door de draaideur zijn gegaan is lang. Naast Wiebes en Hoekstra in ieder geval Pieter Winsemius, Karien van Gennip, Jules Kortenhorst en Pieter Duisenberg. En ik zal er ongetwijfeld een paar hebben gemist. In de tweede schil kom je mannen tegen als Mickey Huibregtsen (Olympisch Comité) en Wiebe Draijer (Rabobank).

Terwijl een kleine zoektocht op internet een lange reeks van rapporten van McKinsey oplevert die in opdracht van de overheid zijn gemaakt. Een herstelplan voor Nederland uit 2014; een plan van aanpak voor de vitale infrastructuur in opdracht van Rijkswaterstaat uit 2019; een rapport over het funderend onderwijs uit 2020; een investeringsplan waterstof voor Noord-Nederland, ook uit 2020. Het zou de moeite waard zijn eens uit te zoeken hoeveel belastinggeld in de met zijde gevoerde zakken van McKinsey-partners is verdwenen. En hoeveel van de grote bestuurlijke debacles van de laatste decennia op het conto van McKinsey kunnen worden geschreven.

En ten derde omdat het zo perfect het elitaire wereldbeeld van de mckinseyanen illustreert. Het onderwijs moet virtueel: daaruit spreekt niet alleen de technologie-fetisj van het gemiddelde pratende pak, maar ook een groot dedain voor de ervaringskennis van de docent. Want als één jaar virtueel onderwijs iets heeft geleerd, is het dat het géén adequate vervanging is van klaslokaal, hoor- en werkcollege. Maar dat past niet in de spreadsheets van de consultant.

En dat roept weer de vraag op hoe wereldvreemd CDA-leden moeten zijn geweest om lakei-van-het-grootkapitaal Hoekstra te verkiezen boven man-van-de-burger Pieter Omtzigt.

Ik zou het wel hebben geweten.