Naomi Klein

McProtest, of: is dit een beweging?

Het idee om Londen op May Day (1 mei) te veranderen in een levensgroot Monopolybord, leek mij een geweldig plan. De meest gehoorde kritiek op moderne demonstranten is hun gebrek aan focus en een duidelijk doel als «Red de bomen» of «Scheld de schuld kwijt». En toch zijn deze protesten een antwoord op de beperkingen van one issue-politiek.

Moe als men is van het aanpakken van de symptomen van een economisch model — ondergesubsidieerde zieken huizen, dakloosheid, groeiende ongelijkheid, overvolle gevangenissen, klimaatsverandering — wordt nu duidelijk een poging gedaan met het systeem achter de symptomen «af te rekenen». Maar hoe protesteer je tegen abstracte economische ideeën zonder ofwel afschuwelijk schel of volkomen wereldvreemd te klinken?

Als we nu eens het bordspel zouden gebruiken dat generaties kinderen heeft onderwezen over landbezit? De organisatoren van de 1 mei-demonstratie deelden geannoteerde plattegronden van Londen uit met bekende plekken als Regent Street, Pall Mall en Trafalgar Square erop, en moedigden deelnemers aan hun May Day-acties een plek te geven op het Monopoly-bord. Wil je demonstreren tegen privatisering? Ga dan naar een Station. Tegen industriële landbouw? McDonald’s op King’s Cross. Fossiele brandstoffen? Het elektriciteitsbedrijf. En zorg dat je altijd je «Verlaat de gevangenis zonder betalen»-kaart bij je draagt.

Het probleem was dat op 1 mei tegen de middag Londen er niet uitzag als een ingenieuze mix van volksonderwijs en straattheater. Het zag er eigenlijk nogal hetzelfde uit als alle massademonstraties van tegenwoordig: demonstranten ingesloten door de ME, ingeslagen ramen, dichtgetimmerde winkels, gevechten met de politie. En in de media-oorlogen voorafgaand aan de demonstratie waren er meer déjà-vu-ervaringen te beleven: waren demonstranten wellicht gewelddadige acties aan het voorbereiden? Waarom wijzen niet alle demonstranten geweld af? Waarom praat iedereen de hele tijd over geweld?

Dit is, zo lijkt het, hoe demonstraties er tegenwoordig uitzien. Misschien moeten we het maar McProtest noemen, want het is overal hetzelfde aan het worden.

En natuurlijk is dit een soort McColumn aan het worden, want ik heb al eerder over dit alles geschreven. In feite heb ik de laatste tijd heel veel geschreven over de vrijheid van vergadering, veiligheidshekken, traangas en stiekeme arrestaties. Of anders heb ik geprobeerd het moedwillig verdachtmaken van de demonstranten te ontmaskeren — zoals dat ze «anti-trade» zijn, of verlangen naar een soort van pre-agrarisch Utopia.

In de meeste activistische kringen is het een geloofsartikel dat massademonstraties altijd positief zijn: ze bouwen moraal op, ze tonen kracht, trekken media-aandacht. Maar wat verloren lijkt te gaan is het besef dat de demonstraties niet hetzelfde zijn als de beweging. De demonstraties zijn slechts de in het oog springende uitingen van alledaagse bewegingen, geworteld in scholen, werkplaatsen en woonwijken. Of dat zouden ze moeten zijn.

Ik moet steeds denken aan de historische dag, 11 maart, toen de Zapatisten-leiders Mexico City binnentrokken. Dat was een leger dat een geslaagde opstand tegen de staat leidde. En toch bibberden de inwoners van Mexico City niet van angst — integendeel, tweehonderd duizend van hen kwamen de Zapatisten verwelkomen, waaronder hele gezinnen. De straten waren afgesloten voor het verkeer, maar niemand leek zich ook maar enigszins zorgen te maken over de overlast voor forensen. En winkeleigenaren timmerden hun etalages niet dicht, ze hielden «revolutie»-uitverkoop op de stoep.

Is dat omdat de Zapatisten minder gevaarlijk zijn dan een paar stadsanarchisten in witte overall? Nauwelijks. Het was omdat de mars op Mexico City zeven jaar in voorbereiding was (sommigen zouden vijfhonderd jaar zeggen, maar dat is een ander verhaal). Jaren van coalities smeden met andere inheemse groepen, met arbeiders in de Maquiladoras, met studenten, met intellectuelen en journalisten; jaren van massa-vergadering, van open «encuentros» (meetings) van zesduizend mensen. Wat er te zien was in Mexico City was niet de beweging zelf; het was slechts een zeer openbare demonstratie van al dat onzichtbare, dagelijkse werk.

De sterkste verzetsbewegingen zijn altijd diep geworteld in de gemeenschap en zijn verantwoordelijk voor die gemeenschappen. Toch was een van de belangrijkste kwesties van het leven in de huidige consumptiecultuur waar in Londen tegen werd gedemonstreerd, het probleem van ontworteldheid. Slechts weinigen van ons kennen onze buren, praten op ons werk over andere dingen dan winkelen, of hebben tijd voor gemeenschapspolitiek. Hoe kan een beweging verantwoordelijk worden gehouden voor een gemeenschap als die gemeenschap uiteenvalt?

In een context van urbane ontheemdheid zijn er duidelijk momenten om te demonstreren, maar, misschien nog belangrijker, er zijn ook momenten om de banden te smeden die demonstraties méér maken dan theater. Er zijn momenten dat radicalisme betekent tegenstand bieden aan de politie, maar er zijn veel meer momenten dat het betekent: praten met je buren.

De issues achter de May Day-demonstraties zijn niet langer marginaal. Voedseltekorten, genetische manipulatie, klimaatverandering, inkomensongelijkheid en mislukte privatiserings pogingen — allemaal voorpaginanieuws. Toch is er iets serieus mis wanneer de protesten nog steeds ontworteld lijken, afgesneden van dringende dagelijkse problemen. Het betekent dat het presenteren van een beweging wordt verward met het minder in het oog springende opbouwen ervan.

Vertaling: Rob van Erkelens