Medelijden met bach muziek

Het decor bestaat uit twintig kolossale bustes van piepschuim. Ze tonen de oude meester bepaald niet op z'n voordeligst: tussen de grimmig dichtgeknepen ogen pronkt een knoertige denkrimpel. De mondhoeken trekken zuur naar beneden. Maar hij heeft groot gelijk. Als ik Bach was geweest had ik minstens zo chagrijnig gekeken. La Pantera Imperial van de Spaanse musicus en theatermaker Carles Santos is een proeve van smakeloosheid en banaliteit. Over het hoofd van Bach heen.

In de duisternis houdt een dame met kandelaar een hysterisch betoog over maatstrepen, noten en rusten. Zichzelf steeds verder opwindend raakt ze in haar tekst verstrikt tot ze niet verder kan. Je hoopt dat deze melige opening een vergissing is. Maar het wordt er in de volgende scène niet beter op. Nog altijd gehuld in het duister beweegt een mannenhand, uitgelicht door een volgspot, over het kruis van een vrouw. De muziek van Bach dient hier als opzwepend element.
Het laatste restje welwillendheid verdwijnt als het publiek vervolgens wordt getrakteerd op een overdosis virtuositeit. Een violiste, gekleed in een overdadig barokkostuum, bespeelt haar instrument zo heftig dat de snaren ervan knarsen. Dan wordt Carles Santos zelf met vleugel en al het podium op geduwd om als een bezetene op het klavier tekeer te gaan. De muziek van Bach gaat over in een woeste minimal music, zodat je nog even denkt dat dát wellicht de achterliggende gedachte van La Pantera Imperial is: laten zien hoe dicht Bach tegen allerlei andere muzieksoorten aan ligt. Want even later dient Bach als opstapje voor een flamenco-demonstratie.
IJdele hoop. La Pantera Imperial gaat helemaal nergens over. Nu ja, over virtuosteit misschien. Of om preciezer te zijn: over zo snel en zo hard mogelijk spelen. En, het ergste: over dat dat grappig zou zijn.
Twee pianisten die zo luid mogelijk tegen elkaar in spelen, twee vleugels die - als was het een Bach-battle - een clavecimbel van het podium vegen, een zanger die steeds met zijn kop onder water wordt gedouwd maar toch blijft doorzingen, twee vleugels en een pianola die als botsautootjes elkaar najagen, waarbij de Bach-bustes als stootkussens dienen - dat is het soort meligheid dat Carles Santos en zijn gezelschap (vier musici en drie acteurs) het publiek voorschotelen.
Natuurlijk mag een vleugje seks niet ontbreken, dus stappen de actrices poedelnaakt uit hun kleurige bonbonjurken. Een handeling die vele malen herhaald wordt, zoals elke scène te lang duurt. En het meest dodelijk is wellicht nog de voorspelbaarheid van de acts. Als de clavecinist bij de eerste aanzet tot spelen onverwacht met instrument en al een kwartslag draait, weet je dat hij even later als een centrifuge rond zal tollen.
Hij wordt de ‘Salvador Dali van de muziek’ genoemd, maar helaas ontbreekt het Carles Santos aan elke visie en scherpzinnigheid. Zijn optreden is wel degelijk Spaans: de aankleding is uitbundig, kleurrijk en extravagant. En hij poogt een handvol absurdisme over zijn show te strooien, wat mislukt door het gebrek aan understatement. Het Theater van de Lach is subtiel naast deze ongein. Het enige wat Carles Santos bewerkstelligt is een gevoel van medelijden met Bach. En met alle bezoekers die nietsvermoedend naar deze voorstelling toe zullen gaan. Gelukkig sta je na een uur weer buiten.

  • Jan Vriend is een componist met een klein maar opmerkelijk oeuvre. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag zijn er in de Beurs van Berlage in Amsterdam twee concerten. Jan Vriend geeft op 10 november een pianorecital met de Iberia Suite van Albéniz. Op 13 november klinkt zijn compositie Symbiosis samen met werk van de in 1996 overleden Jos Kunst.
  • Balinese dansen van liefde en strijd (8 en 9 november in het Amsterdamse Muziektheater) is ook voor muziekliefhebbers interessant. Gong Gunung Sari uit Peliatan staat bekend als een van de beste gamelanorkesten. Het orkest uit Abianbase dat na de pauze speelt, treedt voor het eerst sinds zestig jaar buiten Bali op.