MUZIEKTHEATER

Medeplichtig aan massamoord

Don Carlos

Het effect is verpletterend. In de pauze van Verdi’s grand opéra Don Carlos gaat het publiek van de Vlaamse Opera in Antwerpen nietsvermoedend naar de gangen en foyers. Op televisieschermen kondigt een omroepster in avondjurk de komst aan van hoge gasten: het Spaanse koningspaar, de grootinquisiteur. Hen en ons wacht vanavond een bijzonder spektakel: een heuse ketterverbranding. Inderdaad komen de modern geklede hoogwaardigheidsbekleders omringd door lijfwachten via de hoofdingang binnen en schrijden door het gebouw. Dan worden er verschoppelingen door de gangen geslagen, de ketters.
Terug in de zaal blijkt de opera al lang weer begonnen. De dames en heren van het koor zijn feestelijk gekleed, net als de toeschouwers. Ze bezingen deze dag vol vreugde en brengen eer aan de machtige koning Philips II. Als de ketterse gevangenen het toneel op worden geduwd reageren ze verdeeld. Angstig, lacherig, boos. Een dame schopt een ketter weg, een andere deinst achteruit. Maar ze onderbreken het feesten nauwelijks. Niemand van hen doet iets om de ketterverbranding tegen te houden. Niemand van hen en niemand van ons, want de toeschouwers doen ook niets om onderdrukking en massamoord tegen te gaan, wij blijven toeschouwers, en niet alleen in het theater.
Het gaat nog verder. Vlaamse smekelingen komen op, ze gooien pamfletten uit, foto’s van massa-executies uit de Tweede Wereldoorlog. In Duitsland gaf dat een schokeffect, in Antwerpen reageerde men paradoxaal. Het verhaal van de opera Don Carlos is gebaseerd op het vrijheidsdrama van Schiller over de zestiende-eeuwse Spaanse kroonprins die zich zou hebben opgeworpen als verdediger van de voor hun vrijheid vechtende Vlamingen. Hier zitten die Vlamingen in de zaal, medeplichtig aan hun eigen onderdrukking. De Duitse regisseur Peter Konwitschny gaat nog verder dan vorig jaar met zijn controversiële, komische, ontregelende Salome bij De Nederlandse Opera.
Hij koos voor een vroege, Franse versie van het werk uit 1867, die Verdi later sterk heeft ingekort. Er is hier een extra eerste bedrijf dat speelt in Frankrijk waar het volk de ellende van de oorlog tussen Frankrijk en Spanje bezingt en prinses Elisabeth om de vrede te bezegelen niet trouwt met haar verloofde Carlos, maar met zijn vader Philips II. In deze politieke context blijkt Carlos - die in werkelijkheid helemaal geen romantische held was, zoals Schiller wil, maar een ziekelijke, labiele jongen - een clowneske figuur (Jean-Pierre Furlan) die niets van de wereld om hem heen begrijpt.
Die wereld wordt sober uitgebeeld in een decor dat alleen uit witte muren bestaat met veel te lage deurtjes, waar je alleen gebukt door kunt. Maar Konwitschny heeft nog een verrassing. Het ballet dat in een Franse opera niet kan ontbreken is hier een gemimede droom van een knus, kleinburgerlijk leventje. Carlos komt van kantoor, er worden pizza’s besteld voor de gasten en de baby kan komen. Ook hier spiegelt het leven zich op het toneel aan de toeschouwers, op een sarcastische manier.
Misschien is deze voorstelling van Don Carlos minder geconcentreerd dan de enscenering van Willy Decker bij De Nederlandse Opera, waar alles zich in een grafkelder afspeelde. Verdi’s machtige muziek klinkt hier onder Alexander Joel misschien een fractie minder sterk. Maar Konwitschny’s bizarre ideeënrijkdom overtuigt volkomen, de volle vijf uur lang die de opera nu duurt.
MAX ARIAN
Don Carlos van Giuseppe Verdi, regie Peter Konwitschny, muzikale leiding Alexander Joel: t/m 13 maart in de Vlaamse Opera, Antwerpen. www.vlaamseopera.be