Media

Media Rancune

Wat hebben Sjoerd van Keulen, Herman Van Rompuy en Michael Boogerd gemeen? Meer dan je zou denken. Allereerst de manier waarop ze de afgelopen weken in het nieuws kwamen: als Gezicht van het Kwaad. Eerst Van Keulen, die het gezicht werd van de zoveelste bank-op-omvallen, SNS Reaal, en daarmee van de verziekte financiële sector als geheel.

Medium schermafbeelding 2013 03 15 om 11.28.04

De Telegraaf zette zijn villa op de voorpagina, PowNews ging hoogstpersoonlijk een bonusje terughalen, Jelle Brandt Corstius hielp nog een handje mee op Twitter. De onderliggende boodschap: dit is de man die er met ons spaargeld vandoor is.

Een paar weken later volgde Van Rompuy. Bij Buitenhof was hij plots het gezicht van het almaar doordenderende technocratenbastion Europa – de ongekozen president die geen idee heeft wat er, in de woorden van minister Timmermans, ‘onder het volk leeft’. De onderliggende boodschap: dit is de man die ons al die vervelende bezuinigingen opdringt.

En toen was er nog Boogerd, die aan drie media tegelijk (NRC, NOS en De Telegraaf) geheel exclusief opbiechtte doping te hebben gebruikt. ‘BOOGERD BEKENT’ waren de chocoladeletters waarmee deze voormalige sportheld het gezicht werd van de corrupte wielrennerij. De onderliggende boodschap: dit is de man die ons al die jaren het riet in heeft gefietst.

Overeenkomst twee bestaat uit de reacties. Van Keulen reageerde dan wel niet zelf, maar al gauw echoode om hem heen de klacht: dit is een brandstapel met de verkeerde heks erop. Van Keulen is niet de schuldige, het systéém is het probleem. Afschuiven deed ook Van Rompuy, toen hij stelde: ‘De beslissingen worden niet door mij genomen of door een abstract, anoniem lichaam in Brussel dat geen verantwoording moet afleggen. Het zijn de 27 regeringsleiders die dat doen.’ Net als Boogerd, die de verantwoordelijkheid voor zijn dopinggebruik zocht en vond in het collectief dat de moderne wielrennerij heet: ‘Ik heb spijt dat ik in deze cultuur wielrenner ben geweest en ik heb spijt dat ik die cultuur in stand heb gehouden.’

Zowel de kop-van-jut-berichtgeving als de reacties van de respectievelijke hoofdrolspelers zijn symbolisch voor deze tijd. Aan de ene kant voorzien de media in onze Menschliches Allzumenschliches behoefte om het systeemrot te projecteren op een zondebok. Van Keulen, Van Rompuy en Boogerd zijn het Plaatje bij het Kwaadje: de banken, superstaat Europa, het wielrennen zijn verrot en dat is de schuld van… (vul hier het Barbertje dat moet hangen in). Tegelijkertijd neemt niemand écht verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt. Iedereen wijst naar een abstracte Ander: de bankier naar het Bankwezen, de president naar de Lidstaten, de wielrenner naar het Wielrennen. ‘Het is wel fout wat ik deed, maar zo gaat dat nu eenmaal in…’

Beide emoties zijn begrijpelijk, maar tezamen vormen ze een gevaarlijke mix. Aan de ene kant wordt de behoefte om, bij gebrek aan democratische controle en invloed op ‘het systeem’, dan maar een willekeurig onderdeel ervan aan de hoogste boom op te knopen steeds groter als niemand echt verantwoordelijkheid neemt voor zijn aandeel in dat systeem. Hoe vaker de bankier, de technocraat en de wielrenner zeggen: ‘Maar daar kan ik niks aan doen’, hoe rancuneuzer het publiek zich gaat voelen. Tegelijkertijd is het gevaarlijk onredelijk en hopeloos naïef om te denken dat de structurele problemen achter bank, Brussel en bolletjestrui zelfs maar een millimeter op te lossen zijn door symptoombestrijding als een bonusbelastinkje, een referendumpje of een schorsinkje hier en daar. Dan zou ik mij, als toevallig uitverkoren bankier, bestuurder of topsporter, ook genaaid voelen. Het resultaat is wederzijds geïnstitutionaliseerd wantrouwen: van het volk jegens de elite en van de elite jegens het volk.

En de moderne media zijn hiervan de katalysator. In de drie voorbeelden openbaart zich een tekortkoming van onze hedendaagse nieuwsvoorziening: omdat nieuws zich altijd richt op het uitzonderlijke, spectaculaire en emotionele, blijven de structuren die deze spectaculaire, emotionele uitzonderingen voortbrengen consequent buiten beeld. Of zoals Joris Luyendijk het eens verwoordde: ‘Nieuws gaat altijd over wat vandaag gebeurt, maar nooit over wat elke dag gebeurt.’

Daardoor hebben we nooit kennisgenomen van de onderliggende ontwikkelingen in de financiële sector, in Brussel of in het wielrennen, die maken dat we nu zo boos op ze zijn. Na de zoveelste omgevallen bank, ­drieprocentsbezuiniging en het zoveelste dopinggeval is onze verontwaardiging groter dan ooit, maar ons inzicht in de oorzaken nog altijd even marginaal als altijd. Wat het gevoel van onmacht voedt. En dus de rancune. En dus ons verlangen naar zondebokken. En dus onze blindheid voor structurelere oplossingen. Ad infinitum. Het wachten is op de volgende bizarre bonus, bureaucratische bezuiniging of epo-rel op de voorpagina’s, met bijbehorende Sjoerd, Herman of Michael. Wat eraan te doen, blijft voer voor astrologen.